U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 29-12-2005.

Wet · BWBR0011453

Wet studiefinanciering 2000

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 juni 2000, houdende intrekking van de Wet op de studiefinanciering en vervanging door de Wet studiefinanciering 2000 (Wet studiefinanciering 2000)Wet studiefinanciering 2000Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de studiefinanciering te wijzigen als uitvloeisel van het regeerakkoord 1998 en van de nota «Flexibele studiefinanciering; een stelsel dat past»; dat het voorts wenselijk is de leesbaarheid van de Wet op de studiefinanciering te vergroten; dat het in verband met het grote aantal wijzigingen wenselijk is de Wet op de studiefinanciering in te trekken en te vervangen door een nieuwe wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage29 juni 2000BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,L. M. L. H. A. Hermansde dertiende juli 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet is bepalend de toestand op de eerste dag van de maand, tenzij anders is bepaald.

Aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen, kan bij ministeriële regeling worden bepaald. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager zijn sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer verstrekt.

Vervallen

De inspecteur, onder wie de debiteur, partner van de debiteur of ouder krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van de IB-Groep het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon van de desbetreffende debiteur, partner van de debiteur of ouder.

Deze wet regelt de studiefinanciering en is van toepassing op studerenden die voldoen aan de voorwaarden inzake:

Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven aan:

Een deelnemer aan een opleiding niveau 3 of 4 die na 31 juli 2005 voor het eerst studiefinanciering ontving voor het volgen van beroepsonderwijs, heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs:

Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse wetenschappelijk theologische opleiding ten behoeve waarvan aan het desbetreffende kerkgenootschap vanwege het Rijk een bijdrage wordt verleend.

Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen hoger onderwijs dat anders dan op grond van de WHW, volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd.

Voor een lening gedurende ten hoogste 36 maanden kan een student in aanmerking komen die:

Een student heeft geen aanspraak op studiefinanciering:

De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet en tevens voor het volgen van hoger onderwijs aanspraak heeft op studiefinanciering, geldt voor de toekenning van studiefinanciering niet als deelnemer.

Voor de toepassing van de artikelen 3.9 en 3.10 wordt zolang het gecorrigeerde verzamelinkomen over het peiljaar, het eerste of het tweede jaar na het peiljaar nog niet is vastgesteld of het gecorrigeerde belastbare loon over het desbetreffende jaar nog niet bekend is, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon zo goed mogelijk benadert.

Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, dienovereenkomstig aangepast.

De basislening is een lening. De hoogte van de basislening is opgenomen in artikel 3.18.

Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een studerende berekende aanvullende beurs wordt aan hem op aanvraag als een aanvullende lening toegekend.

De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 januari 2000:

Overzicht 1. Maandbedragen

Overzicht 2. Financieringsbronnen

Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is het bedrag van de aanvullende beurs vast te stellen, kent de IB-Groep het gevraagde bedrag toe in de vorm van een lening.

Indien een studerende wegens ziekte zijn opleiding onderbreekt en op zijn aanvraag de studiefinanciering is onderbroken, geldt hij aansluitend aan het ogenblik van onderbreken uitsluitend nog als studiefinancieringsgerechtigde studerende om zich als studerende tegen ziektekosten te verzekeren tot het tijdstip waarop hij hetzij verzekerd of medeverzekerd is ingevolge de Ziekenfondswet, hetzij op hem een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren van toepassing is, doch uiterlijk 6 maanden nadat de studiefinanciering is onderbroken.

Wanneer de reisvoorziening geheel of gedeeltelijk wordt verstrekt in de vorm van een kaart, zijn de artikelen 3.24 tot en met 3.30 van toepassing.

Ten behoeve van het reizen tussen Waddeneilanden en het vaste land kan Onze Minister met de gemeenten van deze eilanden een overeenkomst sluiten over een aanvullende voorziening die deze gemeenten aan bepaalde groepen studerenden verstrekken.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing:

Studiefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een gift of een lening.

Artikel 4.3 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voor zover die studiefinanciering niet reeds mede op grond van een andere bepaling dan dit artikel, de vorm van een lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de deelnemer aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een opleiding niveau 3 of 4 volgen, en die na 31 juli 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs voor het eerst studiefinanciering ontvingen.

De diplomatermijn beroepsonderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst prestatiebeurs is toegekend voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4.

Indien een deelnemer in het eerste jaar van een opleiding voor het eerst prestatiebeurs geniet en hij in dat studiejaar ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 februari, en hij niet over datzelfde studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4 dan wel voor hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt op zijn aanvraag per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het einde van dat studiejaar de over dat studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.

De IB-Groep verlengt op aanvraag van de deelnemer de duur van de prestatiebeurs eenmalig met 1 jaar indien de deelnemer blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren prestatiebeurs.

Indien een deelnemer op enig moment binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs 80% of meer arbeidsongeschikt wordt in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.

Bij omzetting van een prestatiebeurs of een deel daarvan in een gift gaat de over het om te zetten bedrag opgebouwde rente teniet.

Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.13a.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4.

Voorzover deze afdeling daarin niet voorziet, alsmede indien noodzakelijk, kunnen in afwijking van het in deze afdeling bepaalde bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 voor het volgen van hoger onderwijs voor het eerst studiefinanciering ontvingen.

De diplomatermijn hoger onderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs.

Indien een student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment voor het eerst prestatiebeurs geniet, ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 februari, en hij niet over datzelfde studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt op 1 januari van het kalenderjaar volgend op dat studiejaar de in dat studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een student op enig moment binnen de diplomatermijn hoger onderwijs 80% of meer arbeidsongeschikt wordt in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.

Bij omzetting van een prestatiebeurs of een deel daarvan in een gift gaat de over het om te zetten bedrag opgebouwde rente teniet.

In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs.

Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting na het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt, wordt op aanvraag van de debiteur de hoogte van zijn draagkracht dienovereenkomstig aangepast.

Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is, wordt zijn draagkracht eerst aangewend voor de eigen termijn. Ten aanzien van het bedrag dat aan draagkracht resteert is artikel 6.14, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.5, eerste en derde lid, 2.6, 2.13, onderdeel c, en 4.5.

Een studentendecaan aan een op grond van de WHW uit 's Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs kan zich verschonen betreffende hetgeen een studerende aan hem heeft toevertrouwd:

De rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.24, verstrekt desgevraagd aan Onze Minister of aan de IB-Groep de voor de uitoefening van haar taak benodigde inlichtingen. Onze Minister of de IB-Groep kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

Organen met een publiekrechtelijke taak en ziektekostenverzekeringsinstellingen als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.

De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Indien een instelling als bedoeld in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.11, niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a of 7.9b van de WHW, of in de artikelen 9.5, vijfde lid, of 10.6, vierde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de artikelen 10a.3, vijfde lid, of 10.7, dat aan de studenten aan die instelling is toegekend.

Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, op enig moment in een studiejaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, voert of niet na afloop van de in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die instelling in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.

Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.2, 9.4 en 9.5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.

Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van de tweede categorie.

De in de artikelen 9.10 en 9.11 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die onder voorwaarden kan worden omgezet in een lening. De tempobeurs omvat niet de reisvoorziening.

In afwijking van de artikelen 2.13 en 2.16 geldt dat:

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die voor 1 september 2004 voor het volgen van hoger onderwijs studiefinanciering ontvingen.

Indien een student in het eerste studiejaar waarvoor hij op enig moment studiefinanciering geniet voor het volgen van een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 of 2.10, vóór 1 februari een opleiding gaat volgen aan een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.14, wordt op zijn aanvraag, indien hij binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Artikel 5.7, derde lid, is van toepassing.

Indien de student onvoldoende studieprestaties heeft behaald blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in artikel 9.5, vierde lid, of bedoeld in artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW, wordt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het eerste studiejaar de prestatiebeurs, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, met uitzondering van de aanvullende beurs, van rechtswege als een lening vastgesteld. In afwijking van de eerste volzin wordt voor de student die zich na 31 januari heeft ingeschreven de in dat studiejaar toegekende studiefinanciering met uitzondering van de aanvullende beurs van rechtswege als een lening vastgesteld.

Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2, 5.4 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet.

De IB-Groep geeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze desgevraagd en kosteloos aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, te kennen of een studerende recht op studiefinanciering heeft en of deze studerende tevens recht heeft op een van de toeslagen, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5.

Vervallen

Vervallen

Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67, studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van artikel 1.5 dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld.

Op de deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving, blijft artikel 2.3, vierde lid, zoals dat luidde op 31 juli 2005 van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van de artikelen 5.2, eerste lid, en 5.12 wordt de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat in het hoger onderwijs gedurende het studiejaar 2000–2001 en die niet over een eerder studiejaar voor het volgen van hoger onderwijs is toegekend, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, en uiterlijk in het jaar 2002 van rechtswege omgezet in een gift.

Vervallen

Vervallen

Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet op de studiefinanciering, ingesteld voor 1 september 2000, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 augustus 2000 geldende voorschriften van toepassing.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Wijzigt de wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Experimentenwet onderwijs.

Wijzigt de Faillissementswet.

Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Wijzigt de WEB.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet inschakeling werkzoekenden.

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Wijzigt de Wet op de studiefinanciering.

Wijzigt de WHW.

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Wijzigt de Wet tegemoetkoming studiekosten.

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de studiefinanciering, enz. (invoering prestatiebeurs en aanspraak studiefinanciering).

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en Wet op de studiefinanciering (uitvoering van in het hoger onderwijs- en onderzoekplan 1996 aangekondigde maatregelen).

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Wijzigt de Ziekenfondswet.

Deze wet treedt in werking op 1 september 2000, met uitzondering van:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet studiefinanciering 2000.