Ministeriële regeling · BWBR0011456
Regeling vaststelling perioden zoogkoeienpremie 2000
Gelet op artikel 6, achtste lid, van Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 355), gelet op artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2342/1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 oktober 1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van de Europese Unie houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees met betrekking tot premieregelingen (PbEG L 281), en gelet op artikel 2.4, artikel 3.4 en artikel 3.8, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J. BrinkhorstDe periode voor het indienen van een aanvraag voor een premie, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor zoogkoeien voor het jaar 2000 is het tijdvak van 1 augustus 2000 tot en met 31 augustus 2000.
De periode voor het aanvragen van specifieke premierechten voor zoogkoeien, bedoeld in artikel 3.4 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor het jaar 2000 is het tijdvak van 1 juli 2000 tot en met 31 juli 2000.
De periode voor het melden van overgedragen premierechten voor zoogkoeien, bedoeld in artikel 3.8 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor het jaar 2000 is het tijdvak van 1 juli 2000 tot en met 15 juli 2000.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2000.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling perioden zoogkoeienpremie 2000.