U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-12-2015.

Wet · BWBR0011470

Wet personenvervoer 2000

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 juli 2000, houdende nieuwe regels omtrent het openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer (Wet personenvervoer 2000)Wet personenvervoer 2000Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op het bevorderen van een betere afstemming van het aanbod van personenvervoer op de vraag, alsmede het bevorderen van periodieke betwistbaarheid in het regionaal openbaar vervoer wenselijk is om nieuwe regels te stellen omtrent het openbaar vervoer, het besloten busvervoer en het taxivervoer;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage6 juli 2000BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbosde eerste augustus 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op openbaar vervoer, anders dan per trein, en besloten busvervoer.

Vervallen

Vervallen

De concessieverleners, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister gegevens voor zover hij die nodig heeft om te kunnen voldoen aan een verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007.

De Autoriteit Consument en Markt verricht taken ter uitvoering van deze wet.

Indien door Onze Minister vast te stellen beleidsregels betrekking hebben op de interpretatie van mededingingsbegrippen stelt Onze Minister die beleidsregels vast in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.

Vervallen

Vervallen

Bij een internationale passagiersvervoerdienst hebben de desbetreffende spoorwegondernemingen het recht om op het internationale traject passagiers te laten instappen op elk station en hen te laten uitstappen op een ander station, ook wanneer die in Nederland zijn gelegen.

Gedeputeerde staten dragen zorg voor de coördinatie en afstemming van het openbaar vervoer in de provincie, met uitzondering van het krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied.

De concessieverlener verleent overeenkomstig de artikelen 4, derde en vierde lid, en 5, zesde lid, van verordening (EG) 1370/2007, een concessie voor beperkte duur.

De concessieverlener informeert ten minste eenmaal per jaar de consumentenorganisaties, bedoeld in artikel 27, over de resultaten van bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven maatregelen die door hem zijn genomen en die de belangen van de reiziger raken.

Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, kan worden genomen indien de vervoerder niet binnen vier dagen na de dag waarop het voorgenomen besluit aan hem is bekendgemaakt aan de concessieverlener heeft doen blijken dat hij de concessie niet zonder voorbehoud aanvaardt.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Onverminderd artikel 32 bevat een concessie voor openbaar vervoer voorschriften tot regeling van de integratie van vervoerbewijzen in het openbaar vervoer.

Een concessie voor openbaar vervoer per trein kan het voorschrift bevatten dat de in de concessie aan te duiden natuurlijke personen die de feitelijke leiding zullen uitoefenen over de uitvoering van de concessie, niet als zodanig krachtens een arbeidsovereenkomst met de concessiehouder werkzaam zijn.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een maximum gemiddeld tarief voor het openbaar vervoer, zonodig per concessiegebied.

Een ieder die enig recht kan doen gelden op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen infrastructuur met uitzondering van hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in de Spoorwegwet, waarover openbaar vervoer per trein plaatsvindt, is verplicht het gebruik daarvan door de concessiehouder redelijkerwijs te gedogen voorzover dit voor de goede uitvoering van de concessie nodig is.

Binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie treden de voormalige en de nieuwe concessiehouder met elkaar en met de belanghebbende verenigingen van werknemers als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet melding collectief ontslag, in overleg teneinde een goede uitvoering van de artikelen 37 en 38 dan wel van de overeenkomst, bedoeld in artikel 36, tweede lid, te bevorderen.

Een concessie vervalt van rechtswege:

Overleg als bedoeld in artikel 26 over het verlenen van een concessie vindt plaats voordat een concessieverlener het programma van eisen vaststelt.

Vervallen

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanbesteding van concessies plaatsvindt.

De concessieverlener stelt een aanbestedingsreglement vast voor de procedure van aanbesteding van concessies.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Onverminderd artikel 53 wordt een verklaring van geen bezwaar geweigerd aan:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/247.

Concessieverleners en vervoerders verstrekken de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitoefening van de hem in deze paragraaf toegekende bevoegdheden.

Door vernummering vervallen.

Vervallen

Het is verboden een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs te gebruiken, een vervoerbewijs te misbruiken of de controle van vervoerbewijzen te belemmeren of te verhinderen.

Het is een ieder verboden zich in een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel in of in de onmiddellijke nabijheid van een station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften zodanig te gedragen dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.

Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een vergunning en de aan een vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen over:

Het is verboden taxivervoer te verrichten in strijd met de bij of krachtens de artikelen 79, 81, 81a, 82a en 82b gestelde regels.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over elektronische vervoerbewijzen, en daaraan te stellen eisen, voor taxivervoer. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op:

In afwijking van artikel 93 is het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de krachtens deze paragraaf gestelde verplichtingen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in artikel 87 bedoelde ambtenaren en personen beschikken niet over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 tot en met 5:17, 5:19 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 89 bedoelde ambtenaren en personen.

De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen die hebben vastgesteld dat de reiziger heeft gehandeld in strijd met de artikelen 70 of 71, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden.

Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde en vierde lid, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen gesteld bij of krachtens de artikelen 19, eerste en tweede lid, 29, 32, 34, 39, 46 en 63c, eerste, tweede en derde lid, met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, en elfde lid, voor zover de bevoegdheid tot handhaving niet op grond van artikel 94 aan de Autoriteit Consument en Markt is toegekend.

In geval van overtreding van artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 94 op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000,– of indien dat meer is, 1% van de netto-omzet van de overtreder.

Onverminderd artikel 12b, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, treffen de in artikel 87 of 89 of de in artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt bedoelde ambtenaren en personen zo nodig met behulp van de sterke arm de nodige maatregelen, indien naar hun oordeel in onvoldoende mate medewerking wordt verleend bij de uitvoering van de hun opgedragen taak.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht tot strafvordering wegens overtreding van de artikelen 70 of 71 vervalt door voldoening op een daarbij aan te geven wijze van een bij of krachtens die maatregel vast te stellen geldsom aan de vervoerder.

Overtreding van de artikelen 7, eerste, derde en vierde lid, 76, eerste lid, en 76e, tweede en derde lid, wordt aangemerkt als een misdrijf.

Vervallen

Onze Minister voert overleg over voorgenomen voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur en ontwerpen van ministeriële regelingen op het terrein van het openbaar vervoer, het besloten busvervoer en het taxivervoer met ten minste vertegenwoordigers van:

De voordracht voor een eerste vaststelling van een algemene maatregel van bestuur op grond van deze wet wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp daarvoor aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Vervallen

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat artikel 53, tweede lid, buiten toepassing blijft. Na het tot stand komen van die regeling wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de ministeriële regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de ministeriële regeling ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.

Vervallen

Een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is verleend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, geldt, onverminderd mogelijke wijziging, schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 127, als een vergunning verleend ingevolge artikel 4.

Vervallen

Een aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is ingediend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, en waarop op de datum van de inwerkingtreding van artikel 127 nog geen beslissing is genomen, geldt met ingang van die datum als een aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ingevolge artikel 5.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Artikel 51 is niet van toepassing op openbaar vervoer dat wordt verricht op grond van een concessie die is verleend na aanbesteding, indien de aanbesteding heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van artikel 51.

Keuringsbewijzen, duplicaten van keuringsbewijzen en andere bewijzen die zijn afgegeven op basis van artikel 69 van de Wet personenvervoer zoals dit artikel luidde voor de inwerkingtreding van artikel 127 behouden hun geldigheid voor de duur van de termijn waarvoor zij zijn afgegeven.

In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen een besluit omtrent het verrichten van taxivervoer, dat op of na 1 januari 2000 op grond van de Wet personenvervoer is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, afgehandeld volgens deze wet.

In de artikelen 124b tot en met 124e wordt verstaan onder:

Een ontheffing die voor de datum van inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden is verleend, op grond van artikel 24, tweede lid, of artikel 61, tweede lid, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van genoemde wet, blijft van kracht voor de duur waarvoor deze ontheffing is verleend, onverminderd mogelijke wijziging, intrekking of het van rechtswege vervallen.

Een concessie die voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden aan een gemeentelijk vervoerbedrijf is verleend, blijft na de inwerkingtreding van die wet van kracht tot uiterlijk 31 december 2019, tenzij er reeds sprake is van een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend.

Nadat een concessieverlener als bedoeld in artikel 63a besluit dat een aan het desbetreffende gemeentelijk vervoerbedrijf verleende concessie voor het openbaar vervoer per bus wordt verleend nadat daarvoor een aanbesteding is gehouden, mag dat vervoerbedrijf meedingen naar een concessie voor openbaar vervoer die wordt verleend door middel van een aanbesteding en wordt dat vervoerbedrijf om reden van dat besluit niet uitgesloten van deelname aan aanbestedingen.

Artikel 38, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien een concessie is verleend aan een gemeentelijk vervoerbedrijf en deze concessie geheel of gedeeltelijk eindigt als gevolg van verlening van die concessie aan een andere vervoerder.

De artikelen 124a tot en met 124f vervallen met ingang van 31 december 2019.

Vervallen

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

De Wet personenvervoer wordt ingetrokken.

Wijzigt de wet van 9 december 1999 tot wijziging van de Wet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering taxivervoer) (Stb. 535).

De wet van 13 november 1997 tot wijziging van de Wet personenvervoer (Stb. 1997, 559) wordt ingetrokken.

Wijzigt de Kaderwet bestuur in verandering.

Wijzigt de Vervoersnoodwet.

Wijzigt de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Mededingingswet.

Wijzigt de Vestigingswet bedrijven 1954.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.

Wijzigt de Wet op de accijns.

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.:

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 16, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt geen toepassing met betrekking tot het na de totstandkoming van deze wet krachtens het eerste lid van dat artikel te nemen koninklijk besluit, dat ertoe strekt de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 vermelde verwijzing inzake besloten busvervoer naar de Wet personenvervoer, aan te passen in verband met de wijzigingen in deze wet.

Indien naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn voor de inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60, mede gelet op de naar zijn oordeel uit het in artikel 108, vierde lid, bedoelde onderzoek gebleken ontwikkelingen ter zake van de concurrentieverhoudingen op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het met een of beide kamers der Staten-Generaal ter zake gevoerd overleg, wordt een ontwerp van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van die artikelen zo spoedig mogelijk aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet personenvervoer 2000.