Ministeriële regeling · BWBR0011474
Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven
Gelet op OSPAR-Besluit 98/4 inzake de grenswaarden voor emissie en lozing bij de productie van vinylchloride-monomeer (VCM), met inbegrip van de productie van 1,2-dichloorethaan (EDC) (OSPAR 98/14/1 para B-8.2 en annex 39) en op artikel 1a, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in het Staatsblad worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
's-Gravenhage 7 juli 2000De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. P. Pronkde tiende augustus 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
VCM: vinylchloride-monomeer;
- b.
EDC: 1,2-dichloorethaan;
- c.
chloroform: de chemische verbinding CHCl3 (c.a.s. nr. 67-66-3);
- d.
gechloreerde koolwaterstoffen: de som van de verbindingen EDC, VCM, chloroform, tetrachloorkoolstof, trichloorethaan, methylchloride en hexachloorbenzeen en andere soortgelijke stoffen;
- e.
dioxines: polychloordibenzo-p-dioxines en polychloordibenzofuranen, uitgedrukt in toxiciteitsequivalent (TEQ);
- f.
productie van VCM: industrieel proces waarbij VCM wordt geproduceerd;
- g.
productie van EDC: industrieel proces waarbij EDC wordt geproduceerd;
- h.
VCM-bedrijf: bedrijf dat VCM of EDC produceert uit etheen en chloor of uit etheen of waterstofchloride als grondstoffen;
- i.
. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, van de wet bevoegd is of zou zijn een vergunning te verlenen;
- j.
vergunning: vergunning op grond van artikel 1 van de wet;
- k.
wet: Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
- l.
bijlage: bij deze regeling behorende bijlage.
Voor een VCM-bedrijf gelden als de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie van stoffen voorkomend in afvalwater die in oppervlaktewater worden gebracht, de grenswaarden die overeenkomen met de waarden die het resultaat zijn van toepassing van de beste bestaande technieken, met dien verstande dat die gewichtshoeveelheid en concentratie in ieder geval niet hoger zijn dan de in bijlage I opgenomen grenswaarden.
Een VCM-bedrijf kan niet door middel van verdunning van het afvalwater aan de in het eerste lid bedoelde grenswaarden voldoen.
Bij het bemonsteren, meten en analyseren van de concentraties en vrachten voor de stoffen waarvoor in bijlage I grenswaarden zijn vastgesteld, wordt ten minste voldaan aan de in bijlage II gestelde eisen.
Bij het analyseren wordt gebruikgemaakt van de in bijlage III aangegeven methoden.
Voorzover de in deze regeling vastgestelde grenswaarden voor afvalwater dat vrijkomt bij de productie van EDC, strenger zijn dan de grenswaarden, vastgesteld in de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 januari 1992 houdende grenswaarden voor EDC in afvalwater (Stb. 25), blijven de bepalingen van laatstgenoemde regeling buiten toepassing en gelden de bepalingen van de onderhavige regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling blijft tot 1 januari 2006 buiten toepassing voor een VCM-bedrijf dat op de datum van inwerkingtreding van deze regeling in werking is, tenzij na die datum naar het oordeel van het bevoegd gezag de capaciteit voor het produceren van VCM of EDC aanzienlijk is uitgebreid of aanzienlijke technische wijzigingen van het productieproces hebben plaatsgevonden.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven.
BIJLAGE I: Grenswaarden voor afvalwater VCM bedrijf
stof | meet- en bemonsteringspunt | grenswaarden concentratie | lozing in gewichtshoeveelheid per ton geÏnstalleerde produktie capaciteit |
gechloreerde koolwaterstoffen 1. | na stripper, voor secundaire zuivering | n.v.t. 2. | 0,7 g/ton EDC-zuiveringscapaciteit |
koper (totaal) 3. | na eind zuivering | n.v.t. 2. | voor bedrijven met een bedreactor: 0,5 vast- g/ton |
oxychloreringscapaciteit met een wervelbedreactor: voor bedrijven 1,0 g/ton | |||
dioxines 4. | na eind zuivering | n.v.t. 2. | oxychloreringscapaciteit 1 µg TEQ/ton |
chemisch zuurstof verbruik (CZV) 5. | na eind zuivering | 250 mg/l | oxychloreringscapaciteit n.v.t. |
BIJLAGE II: Eisen voor bemonstering, meting en analyse
1.
Het bemonsteren, meten en analyseren geschiedt door het VCM-bedrijf.
2.
Monsters worden op een zodanige wijze genomen dat deze representatief zijn voor de lozing gedurende een periode van een etmaal.
3.
Het bemonsteren en meten van gechloreerde koolwaterstoffen, adsorbeerbare organische halogeenverbindingen of extraheerbare organische halogeenverbindingen wordt uitgevoerd via steekproefmonsters over een periode van een etmaal.
4.
De controlefrequentie wordt bepaald door het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de resultaten van de bemonstering, meting en analyse.
5.
Dioxines worden één keer per jaar gemeten en bemonsterd, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag met de gebruikte methode van monsterneming geen representatief monster kan worden genomen.
6.
De monsters worden indien de voorgeschreven analysemethode dit toelaat, gehomogeniseerd in behandeling genomen zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd.
7.
Ten aanzien van het monsternamepunt wordt aan de in bijlage I gestelde eisen voldaan.
Bijlage III: Analysemethoden
CZV | analyse m.b.v. kaliumdichromaat-oxidatie (zie ISO 6060, tweede editie) |
TOC | analyse in overeenstemming met EN 1484 |
AOX, EOX | analyse volgens ISO 9562 en EN 1485 |
Cu (totaal | analyse m.b.v. atomaire absorptiespectrometrie met de vlamtechniek (zie ISO 8288: Waterkwaliteit - bepaling van kobalt, nikkel, koper, zink, cadmium en lood m.b.v. atomaire absorptiespectrometrie met de vlamtechniek) |
DCE | analyse m.b.v. gaschromatografie |
VCM | analyse m.b.v. gaschromatografie |
dioxines | analyse volgens EN 1948, delen 1-3 |
gechloreerde koolwaterstoffen | analyse m.b.v. gaschromatografie |