U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-08-2000.

Ministeriële regeling · BWBR0011474

Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 7 juli 2000, houdende grenswaarden voor bepaalde stoffen die voorkomen in afvalwater van VCM-bedrijvenRegeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijvenDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op OSPAR-Besluit 98/4 inzake de grenswaarden voor emissie en lozing bij de productie van vinylchloride-monomeer (VCM), met inbegrip van de productie van 1,2-dichloorethaan (EDC) (OSPAR 98/14/1 para B-8.2 en annex 39) en op artikel 1a, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in het Staatsblad worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage 7 juli 2000De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. P. Pronkde tiende augustus 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voorzover de in deze regeling vastgestelde grenswaarden voor afvalwater dat vrijkomt bij de productie van EDC, strenger zijn dan de grenswaarden, vastgesteld in de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 januari 1992 houdende grenswaarden voor EDC in afvalwater (Stb. 25), blijven de bepalingen van laatstgenoemde regeling buiten toepassing en gelden de bepalingen van de onderhavige regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven.

BIJLAGE I: Grenswaarden voor afvalwater VCM bedrijf

BIJLAGE II: Eisen voor bemonstering, meting en analyse

1.

Het bemonsteren, meten en analyseren geschiedt door het VCM-bedrijf.

2.

Monsters worden op een zodanige wijze genomen dat deze representatief zijn voor de lozing gedurende een periode van een etmaal.

3.

Het bemonsteren en meten van gechloreerde koolwaterstoffen, adsorbeerbare organische halogeenverbindingen of extraheerbare organische halogeenverbindingen wordt uitgevoerd via steekproefmonsters over een periode van een etmaal.

4.

De controlefrequentie wordt bepaald door het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de resultaten van de bemonstering, meting en analyse.

5.

Dioxines worden één keer per jaar gemeten en bemonsterd, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag met de gebruikte methode van monsterneming geen representatief monster kan worden genomen.

6.

De monsters worden indien de voorgeschreven analysemethode dit toelaat, gehomogeniseerd in behandeling genomen zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd.

7.

Ten aanzien van het monsternamepunt wordt aan de in bijlage I gestelde eisen voldaan.

Bijlage III: Analysemethoden