Ministeriële regeling · BWBR0011484

Regeling Historisch Centrum Overijssel

Wijzigingen Officiële bron
Regeling Historisch Centrum OverijsselRegeling Historisch Centrum OverijsselDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

Gelet op artikel 97 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van ministers,

Besluit:

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van derPloeg

Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Het Historisch Centrum Overijssel, wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

De uit de gemeenschappelijke regeling voortvloeiende kosten worden onder aftrek van inkomsten door de minister en het bestuur van de gemeenten gedragen volgens de verdeling rijk: f 3.495.775,- incl. BTW, gemeente Zwolle: f 2.363.325,- incl. BTW.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Regeling Historisch Centrum Overijssel

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg;

De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,

Gelet op de artikelen 1 en 93 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Gelet op het besluit van de Staats-secretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 10 juli 2000, nr. DCE/00/12702;

Besluiten:

tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden die berusten in de gemeentelijke archiefbewaarplaats van de gemeente Zwolle en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Overijssel beheert.

Deze regeling zal met de toelichting door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,F. van derPloegDe raad van de gemeente Zwolle, de voorzitter de secretaris.Burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,de secretaris de burgemeester.

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a.de minister:

de Minister van Onder-wijs, Cultuur en Wetenschappen;

b.de gemeente:

de gemeente Zwolle;

c.archiefbescheiden:

archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995.

Het Archief brengt de kosten, bedoeld in de artikelen 14 en 18, zesde lid, van de Archiefwet 1995 in rekening volgens de regels die de minister ingevolge artikel 19 van de Archief-wet 1995 daaromtrent vaststelt.

Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raad van de gemeente en aan de minister de door hen gevraagde inlichtingen.

De raad van de gemeente en de minister kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer bezit ontslag verlenen.

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

De raad van de gemeente en de minister voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf gelijke termijnen, telkens op de eerste dag van de maand van het betreffende begrotingsjaar.

De minister en de gemeente kunnen regels stellen over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. Het jaarverslag geeft inzicht in de bereikte resultaten als bedoeld in artikel 20, tweede lid.

De bestuursorganen van de gemeente, de minister en het Historisch Centrum Overijssel verstrekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak.

Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze bevoegdheden aan de directeur te mandateren.

De rechtspositieregeling van de gemeente Zwolle, zoals deze thans luidt en in de toekomst na wijziging zal luiden, is op het personeel van overeenkomstige toepassing.

Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de raad van de gemeente, de minister en de toe te treden bestuursorganen of rechtspersoon.

Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van de raad van de gemeente en de minister gezamenlijk.

Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de raad van de gemeente en de minister gezamenlijk. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en de liquidatie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Historisch Centrum Overijssel.