Ministeriële regeling · BWBR0011676

Mandaatbesluit personele bevoegdheden DGCZK 2000

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit personele bevoegdheden DGCKZ 2000Mandaatbesluit personele bevoegdheden DGCZK 2000De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries

De directeur-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd om namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevoegdheden op personeel gebied, zoals deze zijn vermeld in de bijlage, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij het directoraat-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties.

De uitoefening van de in artikel 1 genoemde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels en nadere departementale regelgeving.

De directeur-generaal voor Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties kan voor de in artikel 1 genoemde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende hoofden van diensteenheden, voorzover het hun diensteenheid betreft, zijnde:

Bij de uitoefening van de in artikel 1 genoemde bevoegdheden door de directeur-generaal voor Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties luidt de ondertekening van de documenten:

'DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

voor deze,

de directeur-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties,'

Het 'Mandaatbesluit personele bevoegdheden DGCZ&K 1998' van 26 juni 1998, nr. CWI98/U854 wordt ingetrokken.

De bevoegdheden op personeel gebied, bedoeld in artikel 1, zijn: