U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 11 oktober 2000, houdende sociaal-hygiënische eisen, waaraan inrichtingen ingevolge artikel 10 van de Drank- en Horecawet moeten voldoen (Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet)Besluit eisen inrichtingen Drank- en HorecawetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 juli 2000, kenmerk GZB/GZ 2.084.060;

Gelet op artikel 10 van de Drank- en Horecawet;

De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 2000, no. W13.00.0278);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 oktober 2000, met kenmerk GZB/GZ 2.108.414;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage11 oktober 2000BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilersde vierentwintigste oktober 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Onverminderd het Bouwbesluit 2012, voldoet een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, aan de in artikelen 3 tot en met 7 van het onderhavige besluit vervatte bepalingen.

Een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, heeft ten minste één horecalokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 35 m2.

Een horecalokaliteit heeft een hoogte van ten minste 2,40 m van de vloer af gemeten.

De burgemeester kan besluiten af te wijken van artikel 3 en 4, indien er sprake is van een lokaliteit die is gevestigd in een beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988.

Een horecalokaliteit is voorzien van een rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staande goed werkende mechanische ventilatie-inrichting met een luchtverversingscapaciteit van 3,8•10-3 m3/s per m2 vloeroppervlakte.

Onverminderd het Bouwbesluit, voldoet een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, aan de in artikelen 9 tot en met 11 van het onderhavige besluit vervatte bepalingen.

Een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend heeft ten minste één slijtlokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 15 m2.

Een slijtlokaliteit heeft aan alle zijden gesloten wanden met een hoogte van ten minste 2,40 m van de vloer af gemeten.

Het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet wordt ingetrokken.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de onderdelen I en N van ARTIKEL I van de Wet van 13 april 2000, Stb. 184, tot wijziging van de Drank- en Horecawet in werking treden.