Ministeriële regeling · BWBR0011837

Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet

Wijzigingen Officiële bron
Regeling subsidies AWBZ en ZiekenfondswetRegeling subsidies AWBZ en ZiekenfondswetDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 1p, aanhef, eerste en tweede lid, van de Ziekenfondswet;

Besluit:

De Minister voornoemd, E.Borst-Eilers

In deze regeling wordt verstaan onder:

instelling:

een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;

project:

een activiteit met een incidenteel karakter;

instellingssubsidie:

een subsidie aan een instelling in de kosten van haar structurele activiteiten of een gedeelte daarvan;

projectsubsidie:

een subsidie in de kosten van een project;

ondersteuningssubsidie:

een instellingssubsidie van ten hoogste € 11 344,51 in een gering deel van de totale kosten van het algemeen functioneren van een instelling;

algemeen fonds:

het fonds, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiering volksverzekeringen;

algemene kas:

de kas, bedoeld in artikel 1q, eerste lid, van de Zieken-fondswet;

zorgkantoor:

een verbindingskantoor als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering;

regio:

het werkgebied waarvoor het zorgkantoor als verbindingskantoor ingevolge het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering door de Minister van Volksgezond-heid, Welzijn en Sport is aangewezen.

Een instellingssubsidie bestaat uit een door het College zorgverzekeringen vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door het College

voor zorgverzekeringen goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende en met in achtneming van de ingevolge de hoofdstukken 2 en 3 in aanmerking komende werkelijke lasten, voorzover opgenomen in de door het College zorgverzekeringen goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan het door het College zorgverzekeringen vastgestelde maximum.

Het College zorgverzekeringen stelt voor de subsidies in de hoofdstukken 2 en 3 de volgende modellen en formulieren vast:

Het College zorgverzekeringen geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

Bij instellingen die een instellingssubsidie ontvangen, is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, voorgenomen activiteiten.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

Aan de subsidie kunnen verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht worden verbonden.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Indien bij het College zorgverzekeringen het vermoeden is gerezen dat artikel 1.8.12 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.9.1, geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder verzekerde: een persoon die krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd is en als zodanig is ingeschreven bij een uitvoeringsorgaan ingevolge die wet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

school:

een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in verband met de uitvoering van deze paragraaf aangewezen opleidingsinstituut voor blindengeleidehonden;

bruikleenovereenkomst:

de overeenkomst tussen een verzekerde en een school overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen model;

opleidingskosten:

de kosten van de school voor de opleiding, nazorg en eventuele hertraining van de blindengeleidehond, instructie aan de verzekerde, en het aan de verzekerde in bruikleen geven van de blindengeleidehond inclusief een tuig, riem, halsband, kam, borstel, voederbak, drinkbak en een mand of stretcher;

gebruikskosten:

de kosten van de verzekerde voor het levensonderhoud, voor de verzorging en voor de ziektekostenverzekeringspremie van de blindengeleidehond.

De school meldt een verzekerde die in aanmerking wenst te komen voor een bruikleenovereenkomst inzake een blindengeleidehond, aan bij het College zorgverzekeringen overeenkomstig het door het College zorgverzekeringen daartoe vastgestelde registratieformulier.

De school sluit een bruikleenovereenkomst af met een verzekerde die voldoet aan de volgende voorwaarden:

De subsidieaanvraag van de school gaat vergezeld van:

School en verzekerde dienen terstond schriftelijk het College zorgverzekeringen op de hoogte te stellen van:

Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij het verlenen van subsidie aan het zorgkantoor wordt slechts de aflevering aan verzekerden van methadon in aanmerking genomen die voldoet aan de volgende voorwaarden:

De in artikel 2.2.5.2, onder b, bedoelde overeenkomst voldoet aan de volgende voorwaarden:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 2 600 963.

In afwijking van artikel 1.3.1 bestaat de subsidie uit het totaal van de lasten, berekend volgens artikel 2.2.5.6, en bedraagt de subsidie maximaal het bedrag, berekend overeenkomstig de volgende formule:

waarbij wordt verstaan onder

A: de volgens artikel 2.2.5.6 in aanmerking komende lasten van de subsidieontvanger;

B: de volgens artikel 2.2.5.6 in aanmerking komende laten van alle subsidieontvangers tezamen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor een projectsubsidie voor diagnostiek en behandeling in de polikliniek van patiënten met seksueel overdraagbare aandoeningen en de in het kader van die behandeling noodzakelijke geneesmiddelen komen in aanmerking de beherende rechtspersonen van:

Subsidie wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 7 800 000.

In afwijking van artikel 1.3.1 worden slechts lasten die noodzakelijk zijn voor de behandeling in aanmerking genomen, met inachtneming van de beleidsregels voor ziekenhuizen van het College tarieven gezondheidszorg/Zorgautoriteit i.o.

In afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, gaat de aanvraag niet vergezeld van een activiteitenplan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

agalsidase:

de geregistreerde geneesmiddelen Fabrazyme en Replagal;

protocol:

een door het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam ontwikkelde en door het College zorgverzekeringen goedgekeurde verzameling van richtlijnen voor de behandeling met en het onderzoek naar agalsidase bij verzekerden met de ziekte van Fabry.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2005 voor:

Uiterlijk 1 juni van het subsidiejaar verstrekt de subsidieontvanger aan het College zorgverzekeringen een overzicht van het verwachte aantal verzekerden dat met agalsidase zal worden behandeld in het daar op volgende jaar.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het subsidieplafond voor de opleidingskosten en gebruikskosten bedraagt voor het jaar 2005 € 1 381 079.

Voor de opleidingskosten wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend aan de volgende scholen:

Indien de bruikleenovereenkomst inzake een hulphond eindigt vóór diens zesde levensjaar, zet de school, voor zover de hulphond als zodanig inzetbaar is, deze in het kader van een nieuwe bruikleenovereenkomst in.

Indien een hond binnen twee jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze voor het eerst als hulphond functioneert, niet meer aan de eisen, bedoeld in artikel 2.2.12.6, onder e en f, voldoet en de school dit wist of redelijkerwijs had kunnen weten, wordt de school verplicht de subsidie terug te betalen.

De school stelt terstond schriftelijk het College zorgverzekeringen op de hoogte van:

Aan een verzekerde wordt op aanvraag subsidie verstrekt voor een tegemoetkoming in de gebruikskosten.

Voor verstrekking van subsidie voor gebruikskosten zijn van hoofdstuk 1 slechts de artikelen 1.1.1, 1.1.2, 1.8.4, eerste en derde lid, 1.8.10 en 1.8.14, eerste tot en met derde lid van toepassing.

Van het bedrag, genoemd in artikel 2.2.12.2, wordt maximaal € 288 408 verstrekt aan subsidie voor gebruikskosten.

Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie voor gebruikskosten.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De subsidie wordt slechts verleend onder de volgende voorwaarden:

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2004 voor:

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2005 voor:

Uiterlijk 31 oktober 2005 dient de subsidieontvanger een evaluatierapport voor het onderzoek over de effecten van de behandeling met laronidase aan het College zorgverzekeringen te overleggen.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De minister stelt per weesgeneesmiddel het maximale subsidieplafond vast.

Subsidiëring heeft tot doel:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor begeleiding van gezinnen met gezinsleden die een spierziekte hebben, wordt een projectsubsidie verleend aan de Vereniging Spierziekten Nederland te Baarn.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 371 339.

In 2005 wordt aan de Vereniging Spierziekten Nederland tevens een subsidie verstrekt van € 557.000 ten behoeve van de kosten van de afbouw van de in deze paragraaf bedoelde activiteiten in 2006 en volgende jaren.

Voor activiteiten op het gebied van diabeteseducatie wordt een projectsubsidie verleend aan de Diabetes Vereniging Nederland te Leusden.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 253 502.

Voor begeleiding van gezinnen met gezinsleden die Cystic Fibrosis hebben, wordt een projectsubsidie verleend aan de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting te Baarn.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 24 093.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De maximale subsidie voor een zorgkantoor, bedoeld in artikel 2.3.6.5, eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(A / B) x € 56 805 000

waarbij wordt verstaan onder:

A: het aantal 75-plussers in de regio van het zorgkantoor op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;

B: het totaal aantal 75-plussers in Nederland op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen.

In deze paragraaf wordt onder `initiatieven op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg' of `initiatief' verstaan: activiteiten die niet op geleide van een vrijwillige of individuele hulpvraag worden uitgevoerd en die zich richten op risicogroepen, individuen of groepen met een dreigende psychische stoornis of een verhoogd risico daarop.

Het zorgkantoor verleent slechts subsidie indien:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 6 521 587.

Artikel 2.4.2.3, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1 en 2, is niet van toepassing op rechtspersonen die na 1 april 2003 ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn toegelaten. Voor de zorg, waarvoor de rechtspersoon is toegelaten, wordt geen subsidie ingevolge deze paragraaf verleend.

Slechts de feitelijke hulpverlening die direct betrekking heeft op de uitvoering van de zorgonderdelen, bedoeld in artikel 2.4.2.3, eerste lid, onder d, behoort tot de gesubsidieerde activiteiten.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 6 694 929.

De maximale subsidies voor het jaar 2005 worden berekend overeenkomstig de maximale subsidies die het College zorgverzekeringen verleende voor de gesubsidieerde activiteiten in het jaar 2004.

De zorgkantoren, bedoeld in artikel 2.4.3.1, en hun voor de toepassing van deze paragraaf geldende werkgebieden zijn:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 24 257 236.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat minimaal 47% van de subsidie wordt besteed aan de uitvoering van zorgplannen als bedoeld in artikel 2.4.3.3, onder b en c.

De subsidieontvanger houdt toezicht op een adequate uitvoering van het zorgplan.

De subsidie wordt verdeeld met inachtneming van de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels.

Subsidie voor collectieve cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel a, wordt slechts verleend indien de activiteiten van de MEE-organisatie op dit terrein bestaan uit:

Subsidie voor individuele cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel b, wordt slechts verleend indien de activiteiten van de MEE-organisatie op dit terrein bestaan uit:

Vervallen

Subsidie voor de aansturing, coördinatie, ondersteuning en het faciliteren van een project integrale vroeghulp, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onder c, wordt slechts verleend indien het project integrale vroeghulp:

Vervallen

Subsidie wordt slechts verleend voor zover tussen de subsidieontvanger en het voor hem aangewezen zorgkantoor schriftelijk overeenstemming is bereikt over de omvang van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel a, b en c.

Vervallen

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een verklaring waaruit blijkt dat er tussen de subsidieontvanger en het voor hem aangewezen zorgkantoor schriftelijk overeenstemming is bereikt als bedoeld in artikel 2.4.4.9.

In afwijking van artikel 1.5.1 wordt de aanvraag voor de subsidie van de in artikel 2.4.4.1, derde lid, onder a, b en c genoemde taken uiterlijk 15 maart van het subsidiejaar ingediend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de implementatie en borging van de resultaten van de projecten en van het kwaliteitsbeleid van de beroepsgroepen Verpleging en Verzorging wordt op aanvraag voor het jaar 2003, voor het jaar 2004 en voor het jaar 2005 een projectsubsidie verleend aan:

De subsidie wordt verleend voor de volgende projecten:

Subsidie wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat de projecten leiden tot:

De subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de uitvoering van een evaluatie van de volgens deze paragraaf gesubsidieerde projecten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden in zijn regio.

Vervallen

Indien een verzekerde die beschikt over een persoonsgebonden budget op grond van deze regeling verhuist naar een andere regio, draagt het zorgkantoor van de oude woonregio zorg voor continuering van het persoonsgebonden budget tot en met 31 december van het subsidiejaar.

Het College zorgverzekeringen kan bij het vaststellen van de subsidie op aanvraag een aanvullende subsidie aan het zorgkantoor verlenen voor extra kosten die voortvloeien uit geschillen over de toekenning of de hoogte van het persoonsgebonden budget, voor zover het ontstaan van deze extra kosten in redelijkheid niet is toe te rekenen aan het zorgkantoor.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden in zijn regio.

Vervallen

Voor het toekennen van een persoonsgebonden budget gelden de volgende budgetcategorieën, bedragen en indicatievereisten:

waarbij wordt verstaan onder:

A: het aangewezen zijn op een zeer lichte vorm van begeleid zelfstandig wonen of een zeer incidentele begeleiding in de thuissituatie gedurende maximaal 5 uren per week;

B: het aangewezen zijn op een lichte vorm van begeleid zelfstandig wonen of een incidentele begeleiding in de thuissituatie gedurende maximaal 10 uren per week;

C: het aangewezen zijn op een zware vorm van begeleid zelfstandig wonen, begeleiding in de thuissituatie in combinatie met begeleiding op een logeeradres of begeleiding in een dependance gedurende minimaal 11 uren en maximaal 25 uren per week;

D: het aangewezen zijn van een volwassene op begeleiding buitenshuis, die voornamelijk overdag nodig is, gedurende meer dan 25 uur per week ;

E: het aangewezen zijn van een kind op begeleiding buitenshuis, die voornamelijk overdag nodig is, gedurende meer dan 25 uur per week;

F: het aangewezen zijn van een volwassene verblijf en begeleiding gedurende meer dan 25 uren per week;

G: het aangewezen zijn van een kind op verblijf en begeleiding gedurende meer dan 25 uren per week.

De personen die tot en met 31 december 2000 een persoonsgebonden budget ontvingen met toepassing van artikel 13 van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring persoonsgebonden budget 1999 komen, in afwijking van artikel 2.5.2.8, voor een zelfde budget in aanmerking in 2001 indien zij de wens hiertoe kenbaar maken aan het zorgkantoor.

Indien een verzekerde die beschikt over een persoonsgebonden budget op grond van deze regeling verhuist naar een andere regio, draagt het zorgkantoor van de oude woonregio van de verzekerde zorg voor continuering van het persoonsgebonden budget tot 31 december van het subsidiejaar.

Het College zorgverzekeringen kan bij het vaststellen van de subsidie op aanvraag een aanvullende subsidie aan het zorgkantoor verlenen voor extra kosten die voortvloeien uit geschillen over de toekenning of de hoogte van het persoonsgebonden budget, voor zover het ontstaan van deze extra kosten in redelijkheid niet is toe te rekenen aan het zorgkantoor.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden in zijn regio.

In gevallen van kennelijke hardheid kan het zorgkantoor aan de verzekerde een hoger budget toekennen dan de bedragen, genoemd in het achtste lid. Het zorgkantoor meldt de toepassing van de eerste volzin onmiddellijk aan het College zorgverzekeringen.

Indien een verzekerde die beschikt over een persoonsgebonden budget op grond van deze regeling verhuist naar een andere regio, draagt het zorgkantoor van de oude woonregio zorg voor continuering van het persoonsgebonden budget tot en met 31 december van het subsidiejaar.

Het College zorgverzekeringen kan bij het vaststellen van de subsidie op aanvraag een aanvullende subsidie aan het zorgkantoor verlenen voor extra kosten die voortvloeien uit geschillen over de toekenning of de hoogte van het persoonsgebonden budget, voor zover het ontstaan van deze extra kosten in redelijkheid niet is toe te rekenen aan het zorgkantoor.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.AWBZ:

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

b. huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en vervoer:

hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat de desbetreffende zorg niet door een instelling hoeft te worden verleend;

c. verblijf:

hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit zorgaanspraken AWBZ;

d. kortdurend verblijf:

tijdelijk verblijf gedurende gemiddeld niet meer dan twee etmalen per week, met dien verstande dat het verblijf niet door een instelling hoeft te worden verleend;

e. indicatiebesluit:

een beschikking als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de AWBZ, van het bevoegde indicatieorgaan;

f.netto persoonsgebonden budget:

een subsidie waarmee de verzekerde aan hem te verlenen zorg als bedoeld in onderdeel b of d kan inkopen.

Het netto persoonsgebonden budget wordt verleend voor een subsidieperiode die:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het subsidieplafond voor de projectsubsidies bedraagt voor het jaar 2005 € 1 877 878.

Het zorgkantoor meldt een overheveling van middelen zo spoedig mogelijk bij het College zorgverzekeringen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In de paragrafen 2.7.3 tot en met 2.7.5 wordt verstaan onder:

a. ADL-assistentie:

direct oproepbare persoonlijke assistentie aan een lichamelijke gehandicapte, welke op diens verzoek en aanwijzing wordt verleend gedurende het gehele etmaal bij algemene dagelijkse levensverrichtingen die hij als gevolg van lichamelijke functiebeperkingen niet zelf kan verrichten, waaronder in ieder geval assistentie bij eten en drinken, bij verplaatsen en toilet maken;

b. ADL-cluster:

een aantal bij elkaar horende standaard aangepaste huurwoningen, waarvan de bewoners voor hun dagelijkse levensverrichtingen zijn aangewezen op ADL-assistentie, waarvoor op grond van paragraaf 2.7.5 subsidie wordt verstrekt, alsmede een ADL-eenheid, die zijn gebouwd in overeenstemming met het op 22 december 1992 door de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgestelde programma van eisen en besteksbepalingen voor ADL clusterprojecten en in overeenstemming met het Programma van Eisen voor alarmintercominstallaties, dat door het College zorgverzekeringen is vastgesteld op 23 november 2001 en het Programma van Eisen voor keukens, dat door het College zorgverzekeringen is vastgesteld in december 2004;

c. ADL-woning:

een woning deel uitmakend van een ADL-cluster;

d. ADL-eenheid:

een ruimte, centraal gelegen binnen een ADL-cluster, waarin en van waaruit ADL-assistentie wordt verleend aan bewoners van een ADL-woning;

e.Programma van eisen:

Het programma van eisen en besteksbepalingen voor ADL clusterprojecten en in overeenstemming met het Programma van Eisen voor alarmintercominstallaties, dat door het College zorgverzekeringen is vastgesteld op 23 november 2001, vastgesteld bij de Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 december 1992 (Stcrt. 1993, 1), met uitzondering van het bepaalde met betrekking tot alarmintercominstallaties. Voor dit laatste geldt het in november 2001 door het College zorgverzekeringen vastgestelde Programma van Eisen voor communicatie installaties ten behoeve van ADL-clusters.

Voor de bouw en de exploitatie van ADL-clusters worden projectsubsidies verstrekt aan de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die een ADL-cluster wil bouwen en exploiteren of heeft gebouwd en exploiteert.

Geen subsidie wordt verstrekt indien met de bouw van het cluster een aanvang is gemaakt voordat is beslist op de subsidieaanvraag.

Voorschotten worden niet verleend voordat met de bouw van het cluster is gestart.

Voor aanpassingen in bestaande ADL-clusters worden projectsubsidies verstrekt aan de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die een ADL-cluster exploiteert.

Geen subsidie wordt verstrekt indien met de aanpassing een aanvang is gemaakt voordat is beslist op de subsidieaanvraag. De vorige volzin geldt niet voor reparatiekosten van een alarmintercomsysteem indien deze lager zijn dan € 350.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 2 739 154.

De begroting bij de subsidieaanvraag is gebaseerd op een of meer gespecificeerde offertes. De aanvraag van een subsidie gaat tevens vergezeld van deze offertes.

In deze paragraaf wordt onder ingebruikneming van een ADL-cluster mede verstaan: het in gebruik nemen van een capaciteitsuitbreiding.

Voor het verlenen van ADL-assistentie in ADL-clusters worden instellingssubsidies verstrekt aan de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die ADL-assistentie verleent in een of meer ADL-clusters.

Subsidie wordt slechts verstrekt indien de ADL-assistentie wordt verleend op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de subsidieontvanger en de rechtspersoon die het ADL-cluster beheert.

Het aantal werkelijk verleende uren ADL-assistentie dient globaal overeen te komen met het aantal geïndiceerde uren. Indien bij een bewoner van een ADL-woning de behoefte aan assistentie de meest recente indicatie structureel overschrijdt met meer dan twee uur, meldt de subsidieontvanger de bewoner binnen drie maanden aan voor herindicatie.

Vervallen

In afwijking van artikel 1.5.1 worden aanvragen van subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie in het betreffende subsidiejaar in gebruik te nemen ADL-clusters uiterlijk zes weken voor ingebruikneming van het ADL-cluster ingediend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit de ondersteuning van de coördinatie van:

Vervallen

Het subsidieplafond voor de in artikel 2.7.10.1, eerste lid, bedoelde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 32 894 505.

De maximale subsidies voor het jaar 2005 worden berekend overeenkomstig de maximale subsidies die het College voor zorgverzekeringen verleende voor de gesubsidieerde activiteiten in het jaar 2004.

In afwijking van artikel 1.6.1 gaat de aanvraag niet vergezeld van de begroting en het projectplan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor te verrichten werkzaamheden voor het familieonderzoek naar hypercholesterolemie en de betaling van de aanvullende DNA-verrichtingen op verzamelde bloedmonsters en lipidenprofielmeting wordt een projectsubsidie verleend aan de Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie.

De gesubsidieerde activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 2 658 934.

In afwijking van artikel 1.3.1 wordt bij het verlenen van subsidie per aanvullende DNA-verrichting een bedrag van maximaal € 92 in aanmerking genomen.

Subsidie wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de voorwaarde dat de uitnodigingsgegevens en uitslaggegevens ten behoeve van de proces- en effectevaluatie worden vastgelegd met inachtneming van de voorschriften van het College zorgverzekeringen.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

screeningsorganisatie:

een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker vergunning is verleend krachtens de Wet op het bevolkingsonderzoek;

onderzoek:

het in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker afnemen van celmateriaal van de vrouw door een huisarts en beoordeling ervan door een patholoog.

Voor de uitvoering van onderzoeken worden instellingssubsidies verleend aan screeningsorganisaties.

Subsidie wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

De maximale subsidie is gelijk aan het aantal eerste onderzoeken vermenigvuldigd met een bedrag van € 47,68 en het aantal herhaalonderzoeken vermenigvuldigd met een bedrag van € 30,50.

Voor de toepassing van artikel 1.8.7, eerste lid, worden slechts de volgende uitgaven van de subsidieontvanger als bestedingen aangemerkt:

In afwijking van artikel 1.8.7 worden toevoegingen aan voorzieningen niet gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt aan de navolgende stichtingen, waarvan de werkgebieden overeenstemmen met die van de Integrale Kankercentra, een instellingssubsidie verleend.

De subsidie wordt slechts verleend voor het onderzoek naar borstkanker dat wordt uitgevoerd bij vrouwen in de leeftijdsgroep 50 tot en met 75 jaar.

De subsidie wordt slechts verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

De maximale subsidie wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(A x B) + C + D + E

waarbij wordt verstaan onder:

A: het aantal onderzoeken dat de subsidieontvanger in het subsidiejaar uitvoert;

B: een vergoeding per onderzoek ten bedrage van € 47,68 waarvan maximaal € 6,39 is bestemd voor de honorering van de radiologen voor werkzaamheden ten behoeve van het bevolkingsonderzoek en waarvan € 0,44 is bestemd voor automatisering ten behoeve van het bevolkingsonderzoek;

C: een toeslag of correctie voor de regiogrootte, die als volgt wordt berekend:

D: een toeslag voor de start- en aanloopkosten van extra screeningseenheden van maximaal € 24 093,41, indien:

E: een toeslag tot een maximum van € 21 492,93 voor de financiering van een assistent-projectleider, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

F: het gemiddeld aantal onderzoeken per screeningsorganisatie, bepaald op basis van het voor het subsidiejaar landelijk aantal te realiseren onderzoeken door alle centra, gedeeld door het aantal screeningsorganisaties;

G. het bedrag van de genormeerde kosten van het regionaal verband dat bij de subsidiëring van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar in aanmerking is genomen.

In afwijking van artikel 1.8.7 worden toevoegingen aan voorzieningen niet gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten.

Voor de uitvoering van het nationaal programma pre- en postnatale preventie bij zwangeren en pasgeborenen worden projectsubsidies verleend.

De subsidies worden verleend aan de entadministraties, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Regeling zorgaanspraken AWBZ.

In afwijking van artikel 1.3.1 bestaat de subsidie uit de lasten, berekend volgens artikel 2.7.16.5, met dien verstande dat de lasten, bedoeld in artikel 2.7.16.5, eerste lid, onder a en b, in aanmerking komen tot het door het College zorgverzekeringen bij de subsidieverlening vastgestelde maximum.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor het functioneren als referentie-laboratorium voor weefseltypering wordt een projectsubsidie verleend aan de Stichting Nationaal Referentiecentrum voor Histocomptabiliteitsonderzoek te Leiden.

De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit alle activiteiten van de subsidieontvanger die voortvloeien uit het functioneren als referentiecentrum voor weefseltypering.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 319 723.

Voor de exploitatie van de navolgende abortusklinieken kan een instellingssubsidie worden verleend aan de daarbij vermelde rechtspersonen:

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat geen betalingen van verzekerden worden gevraagd voor de gesubsidieerde activiteiten.

Bij de subsidieverstrekking worden slechts de volgende lasten in aanmerking genomen:

Indien de subsidieontvanger tevens zwangerschapsafbrekingen, overtijdsbehandelingen en nazorg verricht die niet voor subsidiëring in aanmerking komen, worden de volgens artikel 2.7.19.4 in aanmerking te nemen lasten, na aftrek van de vaste opslagen bedoeld in artikel 2.7.19.6, onder b, c, en d, naar rato van het aantal behandelingen van verzekerden respectievelijk niet-verzekerden berekend.

In afwijking van artikel 1.2.1 wordt de maximale subsidie als volgt berekend:

In afwijking van artikel 1.8.7 worden toevoegingen aan voorzieningen niet gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten.

Uitsluitend ten behoeve van de berekening van de maximaal in aanmerking te nemen huisvestingslasten, bedoeld in artikel 2.7.19.6, onder e, wordt voor de beschikbaarstelling van eigen vermogen een rentevergoeding berekend. Hiervoor wordt het normrente kort vreemd vermogen gehanteerd volgens de beleidsregels voor abortusklinieken van het College tarieven gezondheidszorg.

Met betrekking tot uitgaven waarin deze paragraaf niet voorziet, wordt gehandeld overeenkomstig de beleidsregels voor abortusklinieken van het College tarieven gezondheidszorg.

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het College zorgverzekeringen vindt geen wijziging plaats in de aard, omvang en plaats van de huisvesting van de abortuskliniek.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

gezondheidscentrum:

een door een instelling beheerd samenwerkingsverband, waar vanuit een gemeenschappelijke huisvesting integrale eerstelijnszorg wordt verleend door ten minste twee huisartsen, twee wijkverpleegkundigen, één maatschappelijk werkende en zo mogelijk vertegenwoordigers van andere disciplines in de eerste lijn;

samenwerkingsovereenkomst:

een schriftelijke overeenkomst, regelende de onderlinge verhouding tussen de bij een gezondheidscentrum betrokkenen;

aanloopfase:

een periode van maximaal 5 jaar, te rekenen vanaf de aanvang van de exploitatie van een gezondheidscentrum, waarbinnen een zodanige groei moet worden gerealiseerd, dat met inachtneming van de subsidiemogelijkheden ingevolge deze paragraaf een sluitende exploitatie wordt verkregen.

Het subsidieplafond voor de subsidiëring van extra kosten van integrale eerstelijnszorg door:

Voor de toepassing van artikel 1.8.7 worden als baten van het gezondheidscentrum aangemerkt alle baten die betrekking hebben op de activiteiten van het centrum, met dien verstande dat:

In afwijking van artikel 1.8.7:

In afwijking van artikel 1.8.7 vindt bij de uitkering goodwill die ter beschikking is gesteld aan de beherende instelling en ten goede komt aan de zorg voor de verzekerde geen verrekening plaats met het jaarlijks vast te stellen budget.

In geval de beherende instelling een toevoeging aan een bestemmingsreserve doet, moet de bestemming die de instelling aan deze uitkering geeft, zijn geoormerkt.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

een vast samenwerkingsverband:

een schriftelijk geregeld samenwerkingsverband waarin ten minste twee huisartsen, twee wijkverpleegkundigen, één maatschappelijk werkende en zo mogelijk vertegenwoordigers van andere disciplines regelmatige en gestructureerde werkcontacten met elkaar onderhouden met het doel een geïntegreerde vorm van hulpverlening in de eerstelijnszorg te bieden in een voor de deelnemers overlappend werkgebied ten behoeve van de bevolking in dit werkgebied en zich gezamenlijk naar de bevolking toe presenteren.

een gezondheidscentrum:

een vast samenwerkingsverband dat werkt vanuit een gemeenschappelijke huisvesting.

Voor de extra samenwerkingskosten van een vast samenwerkingsverband wordt een instellingssubsidie verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Voor de extra samenwerkingskosten van een vast samenwerkingsverband wordt slechts een instellingssubsidie verleend aan instellingen waaraan in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar voor de extra samenwerkingskosten van een vast samenwerkingsverband subsidie is verleend op grond van artikel 1p, eerste lid, van de Ziekenfondswet.

Het subsidieplafond voor de subsidiëring van de extra samenwerkingskosten van een vast samenwerkingsverband bedraagt voor het jaar 2005 € 3 170 694.

De subsidie bedraagt maximaal het bedrag waarop de subsidie in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar is vastgesteld, vermeerderd met het door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vast te stellen percentage voor indexering

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie wordt een instellingssubsidie verleend aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie is bestemd voor kosten in verband met griepvaccinaties die door huisartsen worden gegeven in de periode 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar aan:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor de periode 1 september 2005 tot en met 30 april 2006 € 38 501 574.

Voor de toepassing van artikel 1.8.7, eerste lid, worden slechts de volgende uitgaven van de subsidieontvanger als bestedingen aangemerkt:

In afwijking van artikel 1.8.3 loopt het boekjaar van de subsidieontvanger van 1 september van enig jaar tot en met 31 augustus van het daar op volgende jaar.

In afwijking van artikel 1.8.7:

De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten:

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt € 662 228 voor het jaar 2005.

Voor de activiteiten, genoemd in artikel 2.7.24.2, bedraagt de subsidie maximaal:

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het College zorgverzekeringen vindt er geen wijziging plaats van de aard, omvang en plaats van de huisvesting waar de medische en seksuologische hulpverlening worden uitgeoefend.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder verzekerde; een persoon die krachtens de Ziekenfondswet verzekerd is en als zodanig is ingeschreven bij een ziekenfonds

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit oriënterend diagnostisch onderzoek en, indien geïndiceerd, differentiaal diagnostisch onderzoek van ziekenfondsverzekerde kinderen in de leeftijd van 0 tot 7 jaar in het audiologisch centrum.

Subsidie wordt slechts verleend indien de activiteiten plaatshebben in overeenstemming met de eindrapportage van de Werkgroep Koördinatoren Implementatie Taal- Spraakdiagnostiek van de Federatie van Audiologische Centra van november 1997.

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 4 818 684.

De subsidie bedraagt maximaal het laagste bedrag van de hierna onder a en b, bedoelde bedragen:

Bij het verlenen van de subsidie worden de volgende bedragen in aanmerking genomen :

In afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, gaat de aanvraag niet vergezeld van een begroting.

De subsidieontvanger registreert op zorgvuldige wijze, met toepassing van het LOGAC registratieprogramma, dat in het kader van de Koördinatoren Implementatie Taal- Spraakdiagnostiek-werkgroepen werd ontwikkeld, de gegevens over de verleende hulp die van belang zijn voor de evaluatie.

In deze paragraaf wordt onder in-vitrofertilisatiebehandeling verstaan: het buiten het lichaam tot stand brengen van menselijke embryo's volgens de in-vitrofertilisatiemethode, inhoudende:

In afwijking van artikel 1.6.1 wordt de subsidie aan het ziekenfonds ambtshalve verleend.

In afwijking van artikel 1.3.1:

Het ziekenfonds verleent de vergoeding voor de in-vitrofertilisatiebehandeling op declaratiebasis aan het ziekenhuis dat de behandeling heeft uitgevoerd.

In afwijking van artikel 1.6.1 wordt de subsidie aan het ziekenfonds ambtshalve verleend.

De behandeling van caissonziekte wordt door het ziekenfonds slechts vergoed indien zij is verricht door het Duikmedisch Centrum van de Koninklijke Marine te Den Helder en er sprake is van een zodanig ernstig geval dat behandeling aldaar specifiek noodzakelijk is.

Het ziekenfonds verleent de vergoeding op declaratiebasis aan het in artikel 3.2.4.3 genoemde Duik-medisch Centrum.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

robotmanipulator:

een aan een elektrische rolstoel te bevestigen robotarm voor lichamelijk gehandicapten met zeer ernstige beperkingen in de hand- en armfunctie.

bruikleenovereenkomst:

de overeenkomst tussen een verzekerde en de SIZA Dorp Groep te Arnhem overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen model.

De SIZA Dorp Groep draagt zorg voor het opnieuw verstrekken van een ten laste van deze subsidieregeling verstrekte robotmanipulator indien een bruikleenovereenkomst eindigt.

Een robotmanipulator wordt slechts in bruikleen verstrekt indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

In afwijking van de artikelen 1.1.3, onderdelen b en c, 1.4.1, onderdeel a en 1.6.1. wordt de subsidie aan de SIZA Dorp Groep ambtshalve verstrekt.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

verstrekking:

een bij of krachtens artikel 8 van de Ziekenfondswet geregelde verstrekking;

zorgvernieuwingsactiviteit:

een activiteit die voorziet in de geneeskundige verzorging van een of meer verzekerden of een activiteit voor de organisatie van de geneeskundige verzorging van een of meer verzekerden met als doel het behalen van doelmatigheidswinst, bestaande uit het verhogen van de kwaliteit, verlaging van de kosten of het waarborgen van de toegankelijkheid bij de uitvoering van de ziekenfondsverzekering.

Van hoofdstuk 1 zijn slechts de artikelen 1.1.1, 1.1.2, 1.4.1, 1.8.1, 1.8.2, 1.8.4, 1.8.10 en 1.8.14, eerste tot en met derde lid, van toepassing.

Subsidie wordt slechts verstrekt indien de zorgvernieuwingsactiviteiten plaatsvinden op basis van een vooraf vastgesteld, schriftelijk activiteitenplan. Dit plan behelst een overzicht van de zorgvernieuwingsactiviteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelmatigheidswinst en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.

Bij financiële deelneming van een ziekenfonds in het verrichten van zorgvernieuwingsactiviteiten door derden komen de daarmee gemoeide gelden en de daaraan toe te rekenen opbrengsten uitsluitend ten goede aan bekostiging van de zorgvernieuwingsactiviteiten.

De subsidie wordt vastgesteld nadat het College toezicht zijn oordeel over het voldoen aan de subsidievoorwaarden en het subsidiebedrag aan het College zorgverzekeringen kenbaar heeft gemaakt.

Een melding op grond van de Tijdelijke subsidieregeling voor vervangende hulp alsmede coördinatie- en organisatiekosten zorgvernieuwing ziekenfondsverzekering, de Tijdelijke subsidieregeling vervangende hulp ziekenfondsverzekering dan wel op grond van de Subsidieregeling coördinatie- en organisatiekosten zorgvernieuwing ziekenfondsverzekering wordt aangemerkt als een melding op grond van deze paragraaf.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit is niet van toepassing op subsidies en uitkeringen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn verleend of vastgesteld.

Voor de kosten van woningaanpassingen worden subsidies verstrekt met overeenkomstige toepassing van:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat aanvragen, als bedoeld in de artikelen 1.5.1, eerste lid, en 1.6.1, tweede lid, in afwijking van de in die artikelen genoemde termijnen, tot 1 april 2001 zo spoedig mogelijk worden ingediend.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet.