Regeling · BWBR0011849
Besluit beheer en schadebestrijding dieren
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 februari 2000, nr. TRCJZ/2000/1840, Directie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 8 van richtlijn nr. 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en artikel 15 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206);
Gelet op de beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie van 24 mei 1976 met betrekking tot de bescherming van de vogelstand (Trb. 1976, 108) en de beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie van 24 september 1984 strekkende tot de limitatieve opsomming van de te bezigen geweren en munitie bij de jacht op de onderscheiden wildsoorten (Trb. 1987, 2);
Gelet op de artikelen 15, eerste en tweede lid, 65, eerste lid, 68, eerste lid, onderdeel e, 72, 75, eerste en vierde lid, onderdeel c, en 76, eerste lid, van de Flora- en faunawet;
De Raad van State gehoord (advies van 26 mei 2000, no. W11.00.0067/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 21 november 2000, nr. TRCJZ/2000/9482, Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage28 november 2000BeatrixDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G. H. Faberde zevende december 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
wet: Flora- en faunawet;
- b.
mistnetten: netten, in banen, aan het stuk of in bepaalde vorm, vervaardigd van garens van synthetische of kunstmatige vezels met een totale massa van minder dan 150 deniers (16,2 milligram per meter) en waarvan de maaswijdte gemeten over het garen, van knoop tot knoop, kleiner is dan 35 millimeter;
- c.
richtlijn 92/43/EEG: richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).
Als beschermde inheemse diersoorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a, van de wet zijn aangewezen de soorten genoemd in bijlage 1 bij dit besluit.
Als beschermde inheemse diersoorten die in delen van het land veelvuldig belangrijke schade aanrichten als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b, van de wet zijn aangewezen de soorten genoemd in bijlage 2 bij dit besluit.
Als andere belangen als bedoeld in artikel 68, eerste lid, onderdeel e, van de wet, zijn aangewezen:
- a.
de voorkoming en bestrijding van schade of belangrijke overlast veroorzaakt door steenmarters aan gebouwen of zich daarin of daarbij bevindende roerende zaken, en
- b.
de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door vossen aan niet bedrijfsmatig gehouden vee;
- c.
de voorkoming en bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, behorende tot de diersoorten edelhert, ree, damhert of wild zwijn;
- d.
de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door konijnen of vossen op sportvelden of industrieterreinen.
Als ander belang als bedoeld in artikel 75, vierde lid, onderdeel c, van de wet is aangewezen de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door dieren behorende tot een beschermde inheemse zoogdiersoort op begraafplaatsen.
Onverminderd artikel 50 van de wet, zijn als middelen als bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de wet waarmee dieren mogen worden gevangen of gedood aangewezen:
- a.
geweren;
- b.
honden, niet zijnde lange honden;
- c.
jachtvogels;
- d.
fretten;
- e.
kastvallen;
- f.
vangkooien;
- g.
klemmen, niet zijnde pootklemmen;
- h.
buidels;
- i.
lokvogels, mits niet blind of verminkt;
- j.
kunstmatige lichtbronnen, en
- k.
middelen die krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten.
Als middelen, bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de wet, waarmee de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis mogen worden bestreden, zijn aangewezen de middelen genoemd in de onderdelen a, b, e en g van het eerste lid.
Onverminderd artikel 67, vierde lid, van de wet, worden de in artikel 5 aangewezen middelen slechts gebruikt op gronden of in of aan opstallen, voorzover de grondgebruiker voor het betreden van de betrokken door hem gebruikte gronden of opstallen schriftelijk toestemming heeft verleend.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gebruiker van opstallen, niet zijnde grondgebruiker, in of aan de door hem gebruikte opstallen of op de daarbij behorende erven.
Geweren voor het doden van dieren en munitie voor deze geweren voldoen aan het tweede tot en met twaalfde lid.
Een geweer wordt slechts gebruikt door personen die in bezit zijn van een geldige jachtakte.
Een geweer heeft een gladde loop met een kaliber van ten minste 24 en ten hoogste 12 of een getrokken loop met een nominaal kaliber van ten minste .22 inch of 5,58 millimeter.
Een enkelloops hagelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten.
Een kogelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten, tenzij het is voorzien van een grendelinrichting waarmee het wapen handmatig schot voor schot wordt geladen.
Een geweer is niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om 's-nachts te schieten.
Er wordt bij het doden van dieren met geweren geen gebruik gemaakt van hagel:
- a.
waarvan de korrelgrootte een doorsnede van 3,5 millimeter overschrijdt, of
- b.
die metallisch lood bevat.
Er wordt bij het doden van dieren met geweren geen gebruik gemaakt van militaire kogelpatronen, met inbegrip van fosfor- of lichtspoorpatronen, noch van kogelpatronen met volmantel of kogels die niet vervormen bij het treffen.
Geweren worden niet gebruikt:
- a.
voor zonsopgang en na zonsondergang, met dien verstande dat wilde eenden waarop de jacht is geopend ook mogen worden gedood gedurende een half uur voor zonsopgang en een half uur na zonsondergang;
- b.
in de bebouwde kommen der gemeenten en in de onmiddellijk aan die kommen grenzende terreinen;
- c.
binnen de afpalingskring van een geregistreerde eendenkooi, en
- d.
vanuit vliegtuigen, rijdende motorvoertuigen of varende vaartuigen.
Edelherten, damherten, en wilde zwijnen worden slechts gedood:
- a.
op gronden waarvoor een faunabeheerplan geldt voor ten minste 5 000 hectare;
- b.
met geweren met ten minste één getrokken loop, en
- c.
met kogelpatronen van een kaliber van ten minste 6,5 millimeter voor getrokken loop waarvan de (tref)energie ten minste 2200 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt.
Reeën worden slechts gedood:
- a.
op gronden waarvoor een faunabeheerplan geldt voor ten minste 5 000 hectare;
- b.
met geweren met ten minste één getrokken loop, en
- c.
met kogelpatronen voor getrokken loop waarvan de (tref)energie ten minste 980 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt.
Het tweede tot en met zesde lid en negende lid, onderdelen a en b, gelden niet voor het doden van huismussen en verwilderde rotsduiven met luchtdrukgeweren in gebouwen.
Het doden van wilde zwijnen door middel van de methode, bedoeld in artikel 74, tweede lid, van de wet, is toegestaan, indien:
- a.
Onze Minister heeft bepaald dat in enig jaar het leggen van lokvoer niet voldoende effectief is om het benodigde afschot anderszins te realiseren en
- b.
de methode is toegestaan in een besluit op grond van artikel 67, eerste lid, of artikel 68, eerste lid, van de wet.
Uiterlijk op 1 april van enig jaar wordt van de inzet van de methode en het resultaat daarvan telkenmale door de houder van de vergunning, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de wet, of van de ontheffing bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de wet schriftelijke melding gemaakt bij het bestuursorgaan dat het besluit, bedoeld in onderdeel b, heeft genomen.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
Geen ontheffing wordt verleend van het verbod van artikel 9 van de wet op grond van de belangen als bedoeld in artikel 68, eerste lid, onderdeel c en d, van de wet voor edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen die leven op ingerasterde terreinen met een oppervlakte kleiner dan 5000 hectare.
Jachtvogels worden voor het vangen of doden van dieren slechts gebruikt door personen die in het bezit zijn van een geldige valkeniersakte.
Kastvallen worden niet gebruikt voor het vangen van:
- a.
vogels, met uitzondering van eksters, zwarte kraaien of kauwen, of
- b.
zoogdieren behorende tot soorten genoemd in bijlage IV en V, onderdeel a, van richtlijn 92/43/EEG.
Klemmen worden slechts gebruikt voor het vangen of doden van mollen, veldmuizen, bosmuizen, huismuizen, woelratten, bruine ratten, zwarte ratten, muskusratten en beverratten.
Buidels worden slechts gebruikt voor het vangen en doden van konijnen.
Levende lokvogels worden slechts gebruikt voorzover:
- a.
het gefokte eksters, gefokte zwarte kraaien of gefokte kauwen betreft, als hulpmiddel voor het vangen van eksters, zwarte kraaien onderscheidenlijk kauwen, met vangkooien of met kastvallen die zodanig zijn vervaardigd dat in de kastval geen lichamelijk contact mogelijk is tussen de lokvogel en de te vangen vogel, en
- b.
de lokvogels zijn voorzien van voldoende voedsel en water.
Kunstmatige lichtbronnen worden slechts gebruikt als hulpmiddel voor het vangen of doden van vossen.
Onverminderd artikel 72, tweede lid, van de wet, worden middelen die krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten slechts gebruikt voor het vangen en doden van mollen, veldmuizen en bosmuizen.
Aardhonden worden ten behoeve van het vangen en doden van vossen niet gebruikt in holen in de periode van 1 maart tot 1 september.
De in artikel 5 genoemde middelen worden, voorzover zij strekken tot het vangen en doden van dieren op grond van een besluit als bedoeld in artikel 67, eerste lid, of 68, eerste lid, van de wet, slechts gebruikt indien daartoe door gedeputeerde staten schriftelijk toestemming is verleend.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een besluit als bedoeld in artikel 67, eerste lid, of artikel 68, eerste lid, van de wet krachtens artikel 70 van de wet wordt genomen door Onze Minister.
Als middelen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, zijn mistnetten aangewezen.
Als middelen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, zijn aangewezen:
- a.
hagelpatronen die metallisch lood bevatten;
- b.
klemmen, met uitzondering van klemmen uitsluitend geschikt en bestemd voor het vangen en doden van mollen, zwarte ratten, bruine ratten of huismuizen;
- c.
vallen, met uitzondering van kastvallen;
- d.
strikken;
- e.
vangkooien;
- f.
lijm en
- g.
netten geschikt en bestemd om te worden gebruikt voor het vangen van vogels.
De aanwijzingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet zijn niet van toepassing voor klemmen en vangkooien voorzover de houder daarvan kan aantonen dat deze middelen strekken tot geoorloofd gebruik voor het vangen of doden van dieren bij of krachtens de artikelen 65 tot en met 70 van de wet.
Een wijziging van richtlijn 92/43/EEG gaat voor de toepassing van de artikelen van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
De artikelen 2 en 3 van dit besluit vervallen twee jaar na het tijdstip van hun inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beheer en schadebestrijding dieren.
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam |
Mol | Talpa europaea |
Konijn | Oryctolagus cuniculus |
Houtduif | Columba palumbus |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam |
Bosmuis | Apodemus sylvaticus |
Brandgans | Branta leucopsis |
Ekster | Pica pica |
Grauwe gans | Anser anser |
Haas | Lepus europaeus |
Holenduif | Columba oenas |
Huismus | Passer domesticus |
Kauw | Corvus monedula |
Kleine rietgans | Anser brachyrhynchus |
Knobbelzwaan | Cygnus olor |
Kolgans | Anser albifrons |
Meerkoet | Fulica atra |
Rietgans | Anser fabalis |
Ringmus | Passer montanus |
Roek | Corvus frugilegus |
Rotgans | Branta bernicla |
Smient | Anas penelope |
Spreeuw | Sturnus vulgaris |
Veldmuis | Microtus arvalis |
Wilde eend | Anas platyrhynchos |
Zwarte kraai | Corvus corone corone |