U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 13 december 2000, houdende tijdelijke instelling van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming (Tijdelijke instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming)Tijdelijke instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbeschermingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing en het College van Advies voor de justitiële kinderbescherming samen te voegen tot een Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming en aan de Raad tevens een toezichthoudende taak toe te kennen op het terrein van de tenuitvoerlegging van aan jeugdigen opgelegde straffen en maatregelen, en deswege het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten te wijzigen en de Beginselenwet gevangeniswezen in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage13 december 2000BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalselfde januari 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan leden van de Raad vastgesteld.

De Raad wordt vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris.

De Raad kan zich verdelen in secties en kan de uitoefening van bepaalde taken opdragen aan commissies uit zijn midden.

De Raad kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

De Raad zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp voor de begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar van de aan zijn taakvervulling verbonden uitgaven.

De Raad houdt bij het vervullen van zijn taken zo veel mogelijk rekening met het werkprogramma. Onverminderd de Comptabiliteitswet vervult hij zijn taak met de middelen die ingevolge de desbetreffende begrotingswet ter beschikking zijn gesteld.

De Raad stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

De Raad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Wijzigt de Beginselenwet gevangeniswezen.

Wijzigt de Wet op de jeugdhulpverlening.

Wijzigt de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.

Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

Wijzigt de Penitentiaire beginselenwet.

Wijzigt de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.