U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, alsmede houdende wijziging van onder meer het Besluit bezoldiging politie in verband met de invoering van de Ziektewet voor de sector politie (Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie)Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directoraat-Generaal Openbare Orde en Veiligheid van 24 november 2000, nummer EA2000/U98287;

Gelet op artikel 50, eerste lid, en 53 d, eerste lid, van de Politiewet 1993 en artikel 9, zesde lid, van de LSOP-wet;

De Raad van State gehoord (advies van 14 december 2000, nr. W04.00.0556/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2000, nr. EA2000/U102388, Directoraat-Generaal Openbare Orde en Veiligheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage18 december 2000BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K. G. de Vriesde achtentwintigste december 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Indien ten aanzien van de WW-uitkering of de ZW-uitkering een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering.

Aan de betrokkene die buiten de sector politie arbeid gaat verrichten, kan inzake de kosten die voor hem aan een daartoe noodzakelijke verhuizing zijn verbonden, op zijn aanvraag een tegemoetkoming worden toegekend tot ten hoogste het bedrag van een vergoeding volgens de normen van hoofdstuk IV van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie onder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten door derden.

Het recht op de bovenwettelijke uitkering kan op aanvraag van de betrokkene worden afgekocht tegen 30% van de nominale waarde.

Het bevoegd gezag kan de betrokkene op zijn aanvraag tegemoetkomen in de pensioenopbouw tijdens de duur van de werkloosheid, bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement, zodanig dat de duur van de werkloosheid niet voor de helft maar voor driekwart zal meetellen. In dat geval dient de betrokkene met het Pensioenfonds een aanvullende individuele regeling overeen te komen krachtens artikel 16.2 van het pensioenreglement en is de in het pensioenreglement vastgestelde premieverdeling tussen het bevoegd gezag en de betrokkene van toepassing.

Indien het niveau van de WW-uitkering een algemene verlaging ondergaat, wordt deze verlaging, behoudens indien Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, overeenstemming bereikt binnen de looptijd van het vigerende arbeidsvoorwaardenakkoord, op overeenkomstige wijze doorgevoerd ten aanzien van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken van de betrokkene, vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreding van bedoelde verlaging, doch niet eerder dan de eerste dag na de einddatum van het vigerende arbeidsvoorwaardenakkoord.

Het dagloon wordt aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.

Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.

Wijzigt het Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Politie.

Wijzigt het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie.

Ontslaguitkeringen die zijn toegekend op de voet van de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en de Uitkeringsregeling 1966, zoals die luidden op 1 januari 1998, blijven uitsluitend voor wat betreft hoogte, duur en voor wat betreft de anticumulatie, indien de betrokkene in de zes maanden voorafgaand aan 1 januari 2001 gedurende ten minste drie maanden neveninkomsten uit arbeid of bedrijf heeft genoten, gedurende tien jaren dan wel, indien betrokkene op 31 december 2000 50 jaar of ouder is, gedurende maximaal 15 jaar, behouden gedurende de duur van de uitkering.

Indien de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005 uitsluitend als gevolg van de Wet van 19 december 2003 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering (Stb. 546) geen aanspraak meer heeft op een vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswet, en de voor hem met toepassing van artikel 8, vijfde lid, vastgestelde duur van de aansluitende uitkering korter is dan de duur van de afgeschafte vervolguitkering krachtens de Werkloosheidwet, wordt in afwijking van artikel 8, vijfde lid, de duur van de aansluitende uitkering gesteld op de duur van die afgeschafte vervolguitkering.

De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005.

De artikelen 2, 4 en 9 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2010, blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2011.

Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de inwerkingtreding van fase 2, bedoeld in artikel 94 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.