U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0012031

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001De Staatssecretaris van Financiën;

Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen 1.5, 2.2, 2.5, 2.14, 3.10, 3.13, 3.16, 3.17, 3.20, 3.27, 3.48, 3.49, 3.63, 3.83, 3.86, 3.87, 3.104, 3.138, 3.140, 3.141, 3.143, 3.145, 3.152, 3.154, 4.7, 4.14, 4.51, 5.14,5.15, 5.17, 5.18, 6.8, 6.14, 6.15, 6.17, 6.23, 6.26, 6.37 en 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001,

Besluit:

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

De staatssecretaris van Financiën,W. Bos.

Een kind wordt in belangrijke mate op kosten van de ouder onderhouden indien de op de ouder drukkende bijdrage in de kosten van het onderhoud van het kind ten minste € 408 per kwartaal beloopt. De ouder wordt geacht een kind in belangrijke mate op zijn kosten te onderhouden indien hij voor het kind recht heeft op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming volgens een naar aard en strekking met de Algemene Kinderbijslagwet overeenkomende buitenlandse regeling.

Voor de toepassing van artikelen 2.2, eerste lid, en 2.5, eerste lid van de wet, worden, voorzover het niet gaat om lidstaten van de Europese Unie, als de in die bepalingen bedoelde mogendheden aangewezen alle mogendheden waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen, waarvan de bepalingen van toepassing zijn, met uitzondering van Zwitserland.

Bij het bepalen van de winst van het eerste kalenderjaar als ondernemer komt mede in aftrek het totale bedrag van de kosten en lasten die zijn gemaakt in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren en die verband houden met het starten van de onderneming, voorzover:

Voor de toepassing van artikel 3.16, tweede lid, onderdeel c, van de wet wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om bij het behalen van de winst te dragen, slechts als werkkleding aangemerkt indien zij is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 cm2.

De rittenregistratie als bedoeld in artikel 3.20 van de wet bevat ten minste de volgende gegevens:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

(GERESERVEERD)

Vervallen

(GERESERVEERD)

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij het in artikel 3.154, eerste lid, van de wet bedoelde verzoek om middeling wordt een berekening gevoegd van de middelingsteruggaaf.

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van de belastingplichtige die geen andere aandelen in een vennootschap houdt dan die welke hij heeft verkregen in het kader van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, worden die aandelen voor de toepassing van artikel 4.7 van de wet aangemerkt als aandelen van dezelfde soort als die waarin het grootste gedeelte van het geplaatste kapitaal van de vennootschap is uitgedrukt.

De ingevolge artikel 4.14, achtste lid, onderdeel a, van de wet aan te wijzen effectenbeurzen zijn de effectenbeurzen in de lidstaten van de Europese Gemeenschappen, alsmede de effectenbeurzen te Zürich, New York en Tokio.

Met betrekking tot een kalenderjaar wordt als beginnende ondernemer als bedoeld in artikel 5.17, derde lid, onderdeel a, van de wet aangemerkt de natuurlijke persoon die naar verwachting met betrekking tot dat jaar of het daaropvolgende jaar in aanmerking komt voor zelfstandigenaftrek en ten aanzien van wie deze aftrek over nog niet meer dan zeven jaren is toegepast, dan wel, ingeval hij in het kalenderjaar een onderneming of een gedeelte van een onderneming overneemt, over nog niet meer dan veertien jaren is toegepast.

De beginnende ondernemer als bedoeld in artikel 5.17, derde lid, onderdeel b, van de wet, is een rechtspersoon die ten tijde van het verstrekken van de achtergestelde lening aan hem, onderscheidenlijk het nemen van een deelneming in hem moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

Onder een geregistreerde, achtergestelde geldlening als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid juncto artikel 5.17 vierde lid, van de wet wordt verstaan een geldlening:

Vervallen

Als prijscourant als bedoeld in artikel 5.21 van de wet wordt aangewezen de Officiële Prijscourant uitgegeven door Euronext Amsterdam N.V.

Ingeval een beginnende ondernemer binnen de eerste acht jaren na het verstrekken van een geregistreerde, achtergestelde geldlening in staat van faillissement is verklaard of ingeval aan hem binnen die periode surséance van betaling is verleend, kan op verzoek van degene die de lening heeft verstrekt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking met betrekking tot die lening de periode van acht jaren, bedoeld in artikel 6.8, tweede lid, van de wet, worden verlengd tot twaalf weken na beëindiging van bedoeld faillissement, onderscheidenlijk tot twaalf weken na beëindiging van de surséance van betaling dan wel, indien de beginnende ondernemer na beëindiging van de surséance van betaling in staat van faillissement is verklaard, tot twaalf weken na beëindiging van dat faillissement.

Als instantie als bedoeld in artikel 6.27, tweede lid, van de wet worden aangewezen:

Als mogendheid als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, van de wet wordt aangewezen elke mogendheid waarmee in de relatie met Nederland voor de heffing van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, successie- en schenkingsrecht zonder beperkingen of voorbehouden de uitwisseling is geregeld van gegevens, inlichtingen en gegevensdragers.

(GERESERVEERD)

(GERESERVEERD)

(GERESERVEERD)

Voor de toepassing van artikel 8.9a van de wet worden, voorzover het niet gaat om lidstaten van de Europese Unie, als de in die bepalingen bedoelde mogendheden aangewezen alle mogendheden waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen, waarvan de bepalingen van toepassing zijn, met uitzondering van Zwitserland.

Aan het in artikel 8.14, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet opgenomen vereiste behoeft niet te worden voldaan gedurende de periode van het kalenderjaar dat het kind, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel, tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders heeft behoord en het kind op hetzelfde woonadres als een van die ouders staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens.

Voor de toepassing van de eerste volzin behoort het kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders indien het kind doorgaans tenminste drie gehele dagen per week tot het huishouden van de belastingplichtige en voor de overige tijd doorgaans tot het huishouden van de andere ouder behoort.

Vóór 1 januari 2005 vastgestelde lijfrenten die niet in geldeenheden luiden:

Wijzigt deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.