U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0012054

Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en na overleg met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 3.42, tweede, vijfde en zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag20 december 2000De Staatssecretaris van Financiën, W.Bos

Deze regeling verstaat onder wet: Wet inkomstenbelasting 2001.

De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt plaats door middel van het door de inspecteur uitgereikte of toegezonden formulier. Ter zake wordt een ontvangstbevestiging afgegeven.

Indien in bijlage I sprake is van meetvoorschriften of tests, of van verklaringen of certificaten, worden bedrijfsmiddelen die getoetst zijn met gelijkwaardige meetvoorschriften of tests, respectievelijk voorzien zijn van gelijkwaardige verklaringen of certificaten, gelijkgesteld met de aangewezen bedrijfsmiddelen. Deze meetvoorschriften, tests, verklaringen of certificaten moeten zijn opgesteld, respectievelijk verstrekt worden door geaccrediteerde instellingen of instituten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001.

Als energie-investeringen als bedoeld in artikel 3.42, tweede lid, van de wet worden aangemerkt:

Technische voorzieningen ten behoeve van energiebesparing in of bij bedrijfsgebouwen, door:

Technische voorzieningen ten behoeve van energiebesparing bij processen door:

Technische voorzieningen in of aan voertuigen voor het vervoer over de weg, vaartuigen bij de binnenvaart of bij railgebonden voertuigen ten behoeve van energiebesparing:

Technische voorzieningen die er toe strekken de inzet van fossiele brandstoffen te beperken door gebruik te maken van duurzame energie door:

Een energie-advies ter verbetering van de energie-efficiency van objecten door middel van een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te treffen, en bestaande uit:

Energieprestatieverbetering van bestaande woningen voor het verbeteren van de energieprestatie, bestaande uit een pakket van energie-investeringen, zoals vastgelegd in ISSO 82.2 (Energieprestatie Advies Woningen, maatwerkadvies).

De energieprestatie van de woning moet door het pakket van energie-investeringen:

Voor investeringen die deel uitmaken van het pakket van energie-investeringen die ook zijn omschreven onder A.1.2.I., A.1.2.J., A.2.1.A., A.2.1.B. zijn de technische eisen die aan deze bedrijfsmiddelen worden gesteld eveneens van toepassing. Als in het pakket van energie-investeringen een warmtepomp is opgenomen dan geldt:

Het investeringsbedrag dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt bedraagt maximaal € 15 000 per woning.

Bij de berekening van de besparing gelden de volgende omrekenfactoren:

Hierbij wordt X berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/Nm3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/Nm3.

Indien wordt bespaard op een brandstof die niet is genoemd in de voorgaande opsomming, dient de omrekenfactor bepaald te worden door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm3.

Voor investeringen onder A.5 Energieprestatieverbetering van bestaande bedrijfsgebouwen en F. Investeringen ten behoeve van energiebesparing in bestaande huurwoningen geldt dat op het moment van melden alle noodzakelijke investeringsverplichtingen, waarmee wordt voldaan aan de gestelde eisen genoemd onder A.5 en F, moeten zijn aangegaan.