U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-06-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0012059

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001De staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 2, 6, 8, 8a, 11, 12, 13, 15a, 15b, 15c, 15d, 16, 16a, 16c, 17, 18, 19f, 25, 28, 29, 31, 32b, 33 en 35b van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel II van hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 8 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en artikel 15 van de Wet financiering volksverzekeringen ;

Voor zoveel nodig in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag20 december 2000De staatssecretaris van Financiën,W. Bos.

In afwijking van deartikelen 6 en 7 van de wet wordt ten aanzien van de hulp van de thuiswerker die doorgaans voor een opdrachtgever arbeid verricht, de opdrachtgever van die thuiswerker als inhoudingsplichtige aangewezen.

In afwijking van artikel 8a van de wet wordt, indien met de minister van Financiën is overeengekomen dat de belasting zal worden ingehouden door een ander dan degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen ten aanzien van de beroepssporter, eveneens als inhoudingsplichtige aangewezen: degene die op grond van de overeenkomst de inhouding overneemt.

Tot het loon behoren niet:

Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, en artikel 15a, eerste lid, onderdeel g, van de wet en artikel 7, onderdeel b, van deze regeling wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende:

Artikel 16b, vijfde lid, van de wet is van toepassing indien de inhoudingsplichtige de volgende gegevens administreert en voor controle beschikbaar houdt:

Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 2°, van de wet, wordt als geclausuleerd verlof aangewezen: verlof dat voor specifieke doeleinden wordt toegekend, zoals buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, kraamverlof, ouderschapsverlof, bindingsverlof, adoptieverlof, calamiteitenverlof, zorgverlof, educatief verlof, politiek verlof en palliatief verlof.

Ook indien bij het begin van een kalenderjaar de in artikel 14 bedoelde begrenzing op basis waarvan wordt beoordeeld of in het kalenderjaar nog aanspraken ingevolge een regeling voor verlofsparen kunnen worden opgebouwd is bereikt, leiden nadien op het verlofspaartegoed gekweekte inkomsten niet tot de constatering dat de regeling niet meer voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een regeling voor verlofsparen.

Fooien en dergelijke prestaties van derden worden geacht te zijn genoten tot het bedrag waarvoor zij voor de toepassing van de Coördinatiewet Sociale Verzekering tot het loon behoren. Voorzover zij dit bedrag te boven gaan behoren zij niet tot het loon.

De waarde van een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen en verstrekkingen te ontvangen, wordt gesteld op de bedragen die bij een derde worden gestort - of, voorzover geen stortingen worden verricht, zouden moeten worden gestort - teneinde de aanspraak te dekken.

De waarde van kleding voor een kind dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder wordt gesteld op € 30,75 per maand (€ 7,00 per week, € 1,40 per dag).

Voor de toepassing van artikel 15a, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt kleding slechts als werkkleding aangemerkt indien zij:

Vaste vergoedingen behoren niet tot het loon, voorzover deze per kostencategorie naar aard en veronderstelde omvang van de kosten zijn gespecificeerd en daaraan voorts - op verzoek van de inspecteur - een steekproefsgewijs onderzoek van de werkelijk gemaakte kosten ten grondslag ligt.

De in artikel 16, eerste lid, onderdeel d, van de wetbedoelde buitenlandse regelingen zijn de regelingen die voldoen aan overeenkomstige eisen als gesteld in het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang.

Tot de vrije verstrekkingen behoren verstrekkingen van huisvesting aan boord van schepen en baggermaterieel, op boorplatforms en in pakwagens van kermisexploitanten, voorzover de waarde in het economische verkeer van die verstrekking hoger is dan het bedrag aangegeven in de volgende tabel:

Voor de toepassing van artikel 35 en artikel 51 worden in het bedrag van inwoning dan wel in het bedrag van huisvesting geacht te zijn begrepen de bedragen van bewassing, energie en water, bedoeld in artikel 34.

Tot de vrije verstrekkingen behoort de verstrekking van het in werktijd mee-eten van werknemers in de geestelijke en lichamelijke gezondheids- of welzijnszorg met de hen toevertrouwde patiënten, pupillen of bewoners, indien zij dit verplicht zijn op basis van de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling op grond van opvoedkundige of therapeutische overwegingen of overwegingen van resocialiserende aard.

Tot de vrije verstrekkingen behoren verstrekkingen in de vorm van maaltijden in bedrijfskantines of andere soortgelijke ruimten op de plaats waar de arbeid wordt verricht, voorzover de waarde in het economische verkeer van die maaltijden hoger is dan € 1,95 voor een ontbijt, € 1,95 voor een koffiemaaltijd en € 3,70 voor een warme maaltijd.

Tot de vrije verstrekkingen behoort de verstrekking van tijdens de vervulling van de dienstbetrekking gedragen kleding die blijft op de plaats buiten de woning van de werknemer waar de arbeid wordt verricht.

Tot de vrije verstrekkingen behoort de verstrekking in de vorm van een aanspraak ingevolge van een ziektekostenregeling met een waarde van ten hoogste € 27 per jaar.

Tot de vrije verstrekkingen behoort de verstrekking in de vorm van een aanspraak ingevolge een collectieve ziektekostenregeling die overeenkomstig de door de ziektekostenverzekeraar in rekening gebrachte premie voor een deel wordt gedekt door een werknemersbijdrage die naar aard en omvang overeenkomt met de nominale premie ingevolge de Ziekenfondswet, voorzover deze aanspraak wordt gedekt door andere stortingen dan de hiervoor bedoelde bijdrage en voorzover de op de voet van artikel 18 te bepalen waarde van deze aanspraak hoger is dan € 2688 per jaar.

Ten aanzien van de werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen per week werkzaam is, wordt in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de wet als loontijdvak aangemerkt:

De inhoudingsplichtige vult na het einde van het kalenderjaar voor iedere werknemer een door de inspecteur verstrekte loonbelastingkaart in mede volgens de aanwijzingen van de daarbij behorende coderingslijst, tenzij de op de loonbelastingkaart te verstrekken gegevens overeenkomstig daartoe door de inspecteur gegeven aanwijzingen worden verstrekt met behulp van geautomatiseerd te verwerken informatiedragers.

In afwijking in zoverre van deartikelen 67 en 69 legt de inhoudingsplichtige ten aanzien van huispersoneel voor iedere werknemer voor de eerste loonverstrekking in het kalenderjaar in plaats van een loonstaat een door de inspecteur verstrekte loonbelastingkaart huispersoneel aan en houdt deze vervolgens bij.

De inspecteur reikt aan de inhoudingsplichtige uit de formulieren van de loonbelastingverklaring, loonbelastingkaart en loonbelastingkaart huispersoneel. Deze kaarten mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van het daarin vermelde kalenderjaar.

Degene die op enig tijdstip, anders dan tijdelijk, ophoudt inhoudingsplichtige te zijn, doet daarvan binnen een maand mededeling aan de inspecteur. Voor de toepassing van deartikelen 69, 70 en 72 wordt dat tijdstip gelijkgesteld met het einde van het kalenderjaar.

De artikelen 65, 66, 67, 69 en 74 zijn niet van toepassing ten aanzien van de werknemer die van de inhoudingsplichtige geen ander loon geniet dan de subsidie, bedoeld in artikel 2 van de Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpoolers. De belasting met betrekking tot dit loon wordt geheven zonder toepassing van de heffingskorting.

Ten aanzien van een in de onderneming van zijn ouder werkzaam kind zijn deartikelen 65 en 67 niet van toepassing zolang de belasting mag worden ingehouden op de voet van artikel 10g van het besluit. De belasting met betrekking tot het loon van het kind wordt geheven met toepassing van de heffingskorting.

Ten aanzien van de werknemer die uitkeringen geniet ingevolge de Algemene bijstandswet zijn deartikelen 65 en 67 niet van toepassing.

Ten aanzien van de werknemer die uitkeringen geniet ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars zijn deartikelen 65 en 67 niet van toepassing. De belasting met betrekking tot deze uitkeringen wordt geheven zonder toepassing van de heffingskorting.

Indien artikel 65 niet van toepassing is en de inhoudingsplichtige niet bekend is met het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer, verzoekt de inhoudingsplichtige voor de eerste loonverstrekking de werknemer om opgave van zijn sociaal-fiscaalnummer. De werknemer doet deze opgave voor de eerste loonverstrekking toekomen aan de inhoudingsplichtige.

Als uitkeringen van publiekrechtelijke aard die buiten aanmerking worden gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel c, van de wet worden aangewezen:

Als loon met een bestemmingskarakter als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen:

Ter bevordering van een goede uitvoering van hoofdstuk V van de wet wordt, in afwijking van deartikelen 6 en 7 van de wet, het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als inhoudingsplichtige aangewezen met betrekking tot subsidies, bedoeld in artikel 81, onderdeel d.

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat - of, indien krachtens artikel 8, tweede lid, van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander - wordt geacht de uitkeringen ingevolge de sociale verzekeringswetten te verstrekken die door zijn tussenkomst worden uitbetaald.

Een inhoudingsplichtige die aan een of meer werknemers loon uit een vroegere dienstbetrekking - niet zijnde uitkeringen ingevolge de Algemene bijstandswet - verstrekt, wordt ook geacht te verstrekken:

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat - of, indien krachtens artikel 8, tweede lid, van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander - berekent de belasting over de door hem verstrekte aanvullingen op uitkeringen ingevolge de sociale verzekeringswetten over het gezamenlijke bedrag en brengt op de aldus berekende belasting in mindering de op de uitkeringen ingehouden belasting.

Vervallen

Een inhoudingsplichtige wordt, in de gevallen bedoeld in deartikelen 86 en 88 alsmede indien hij loon uit meer dan een vroegere dienstbetrekking verstrekt, geacht het totale bedrag aan loon te verstrekken uit een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking.

Ingeval de in te houden belasting mede afhankelijk is van loon dat is verstrekt of geacht wordt te zijn verstrekt door een derde, dan wel van loon van een derde dat door de inhoudingsplichtige geacht wordt te zijn verstrekt, deelt die derde de van belang zijnde gegevens alsmede het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer schriftelijk mede aan de inhoudingsplichtige.

De inhoudingsplichtige vult uiterlijk binnen een maand na het einde van het kalenderjaar voor iedere artiest dan wel beroepssporter een door de inspecteur verstrekte loonbelastingkaart in mede volgens de aanwijzingen van de daarbij behorende coderingslijst, tenzij de op de loonbelastingkaart te verstrekken gegevens overeenkomstig daartoe door de inspecteur gegeven aanwijzingen worden verstrekt met behulp van geautomatiseerd te verwerken informatiedragers.

De inspecteur reikt aan de inhoudingsplichtige uit de formulieren van de gageverklaring en de loonbelastingkaart. De kaarten mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van het daarin vermelde kalenderjaar.

De inhoudingsplichtige doet uiterlijk binnen een maand na het einde van het kalenderjaar aan de inspecteur toekomen de voor dat jaar bestemde loonbelastingkaarten dan wel de informatiedragers met de op de loonbelastingkaart te verstrekken gegevens van dat jaar.

Vervallen

Vervallen

De inhoudingsplichtige verstrekt aan de artiest dan wel beroepssporter een jaaropgaaf. Aan de niet in Nederland wonende artiest dan wel beroepssporter verstrekt de inhoudingsplichtige een jaaropgaaf slechts op diens verzoek.

Indien tot een buitenlands gezelschap een lid behoort dat in Nederland woont, is met betrekking tot dat lid niet dit hoofdstuk, maar hoofdstuk 10 van toepassing.

De inhoudingsplichtige vult uiterlijk binnen een maand na het einde van het kalenderjaar voor elk buitenlands gezelschap een door de inspecteur verstrekte loonbelastingkaart in mede volgens de aanwijzingen van de daarbij behorende coderingslijst, tenzij de op de loonbelastingkaart te verstrekken gegevens overeenkomstig daartoe door de inspecteur gegeven aanwijzingen worden verstrekt met behulp van geautomatiseerd te verwerken informatiedragers.

De inspecteur reikt aan de inhoudingsplichtige uit de formulieren van de gageverklaring en de loonbelastingkaart. De kaarten mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van het daarin vermelde kalenderjaar.

De inhoudingsplichtige doet uiterlijk binnen een maand na het einde van het kalenderjaar aan de inspecteur toekomen de voor dat jaar bestemde loonbelastingkaarten dan wel de informatiedragers met de op de loonbelastingkaart te verstrekken gegevens van dat jaar.

Vervallen

Voor de toepassing van artikel 59, tweede lid, geldt met betrekking tot de kalenderjaren 2001 en 2002 dat een werknemer wordt geacht de bedoelde geldlening of geldleningen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste € 3403,00 op een dusdanige wijze aan te wenden dat een in de plaats van de lening of leningen voor de desbetreffende aanwending gekomen vergoeding of verstrekking geheel of nagenoeg geheel tot de vrije vergoedingen of vrije verstrekkingen zou hebben behoord.

Voor de kalenderjaren 2001 en 2002 en voor de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2003 behoort tot de vrije verstrekkingen de verstrekking aan de werknemer van een dagbladuitgeversbedrijf van een abonnement op een dagblad dat door dat bedrijf wordt uitgegeven.

Ingeval in een reeds op 31 december 1996 bestaande of aansluitend naar strekking ter zake ongewijzigd voortgezette publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst is voorzien in vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken wordt, in afwijking van artikel 18 de waarde van regelmatig bij de betaling van het loon verstrekte vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of van daarmee overeenkomende aanspraken gesteld op een percentage van de nominale waarde van die bonnen of aanspraken. Het in de eerste volzin bedoelde percentage bedraagt voor:

2001: 82,5;

2002: 85;

2003: 87,5;

2004: 90;

2005: 92,5.

Wijzigt deze regeling.

De Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.