Regeling · BWBR0012093
Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 11 oktober 2000, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/V&P/00/64573;
Gelet op artikel 23, tweede lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
De Raad van State gehoord (advies van 26 oktober 2000, No. W12.00.0480/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 18 december 2000, Nr. SV/V&P/00/72194;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage21 december 2000BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorstde achtentwintigste december 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
wet: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
- b.
bedrijfstakpensioenfonds: bedrijfstakpensioenfonds waarin deelneming op grond van artikel 2, eerste lid, van de wet verplicht is gesteld;
- c.
bijdrage: iedere ineens of periodiek verschuldigde geldsom bestemd voor de verzekering van pensioen.
De mededeling, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt schriftelijk gedaan uiterlijk veertien kalenderdagen na de dag waarop op grond van de regeling omtrent de betaling van de premies, bedoeld in artikel 26 van de Pensioenwet, dan wel op grond van de statuten en reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds de bijdrage behoorde te zijn voldaan.
De mededeling ter zake van een bijdrage, die is vastgesteld vanwege de omstandigheid dat ten onrechte geen bijdrage is vastgesteld dan wel dat na de vaststelling van de bijdrage blijkt, dat een lagere bijdrage is vastgesteld dan is verschuldigd, wordt schriftelijk gedaan uiterlijk veertien kalenderdagen nadat die bijdrage behoorde te zijn voldaan.
Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de bijdrage niet kan worden betaald.
Het lichaam, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet verstrekt desgevraagd aan het bedrijfstakpensioenfonds:
- a.
inlichtingen welke voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam van belang kunnen zijn;
- b.
boeken, bescheiden en andere informatiedragers, waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam.
De inlichtingen worden duidelijk, stellig en zonder voorbehoud verstrekt. Het bedrijfstakpensioenfonds bepaalt de wijze waarop alsmede een redelijke termijn waarbinnen de inlichtingen, de boeken, bescheiden en andere informatiedragers worden verstrekt.
Het bedrijfstakpensioenfonds kan afschrift nemen en uittreksels maken van de boeken, bescheiden en andere informatiedragers, die ter inzage worden verstrekt. Ter zake verleent het lichaam de medewerking die door het bedrijfstakpensioenfonds wordt verlangd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000.