Ministeriële regeling · BWBR0012160
Uitvoeringsregeling Tipp 2000
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 4, 6, eerste en tweede lid, 9, vierde en zevende lid, 13, derde lid, en 16, tweede lid, van het Besluit tender investeringsprogramma's provincies 2000,
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de directie Voorlichting van het Ministerie van Economische Zaken te 's-Gravenhage.
's-Gravenhage16 januari 2001 De Staatssecretaris van Economische Zaken, G.YbemaIn deze regeling wordt verstaan onder het besluit: het Besluit tender investeringsprogramma's provincies 2000.
Het in artikel 3, eerste lid, van het besluit bedoelde maximale subsidiebedrag wordt vastgesteld op € 6 850 000.
Het subsidieplafond voor het in 2001 verlenen van subsidies op grond van het besluit wordt vastgesteld op f 75.000.000,00.
Het subsidieplafond wordt verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 10, eerste lid, van het besluit.
Aanvragen om subsidie op grond van het besluit moeten in 2001 zijn ontvangen in de periode die aanvangt op de dag van inwerkingtreding van deze regeling en eindigt op 4 mei 2001 om 12.00 uur.
Het formulier, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit, is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Het formulier, bedoeld in artikel 13, derde lid, van het besluit, is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Het formulier, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit, is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Het aantal punten, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het besluit, bedraagt voor:
Drenthe
0,5Flevoland
1Friesland
0,5Gelderland
2,5Groningen
1Limburg
1Noord-Holland
2,5Noord-Brabant
5Overijssel
2,5Utrecht
1Zeeland
0,5Zuid-Holland
3,5Het aantal punten, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van het besluit, bedraagt voor de bijdragen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, van dat artikellid, telkens ten hoogste 5.
De wegingsfactor, bedoeld in artikel 9, zevende lid, van het besluit, wordt vastgesteld:
- a.
van het in artikel 9, vierde lid, van het besluit, bedoelde toetsingscriterium op 15 procent;
- b.
van het in artikel 9, vijfde lid, onder a, van het besluit bedoelde toetsingscriterium voor herstructureringsprojecten op 20 procent;
- c.
van het in artikel 9, vijfde lid, onder a, van het besluit bedoelde toetsingscriterium voor ontwikkelingsprojecten en van de in artikel 9, vijfde lid, onder b tot en met d, van het besluit bedoelde toetsingscriteria elk op 10 procent;
- d.
van het in artikel 9, zesde lid, van het besluit, bedoelde toetsingscriterium op 25 procent.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Tipp 2000.