Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 26 januari 2001 houdende vaststelling van de maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002Regeling vaststelling maximale huurprijsgrenzen woonruimten 2001/2002De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 12 van het Besluit huurprijzen woonruimte;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes

De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke een zelfstandige woning vormen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zijn voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 de bedragen, genoemd in de bijlagen IA en IB bij deze regeling. Voor de periode tot en met 31 december 2001 gelden de in guldens uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IA, en voor de periode vanaf 1 januari 2002 gelden de in euro's uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IB.

De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke niet een zelfstandige woning vormen, als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zijn voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 de bedragen, genoemd in de bijlagen IIA en IIB bij deze regeling. Voor de periode tot en met 31 december 2001 gelden de in guldens uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IIA, en voor de periode vanaf 1 januari 2002 gelden de in euro's uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IIB.

De maximale huurprijsgrenzen voor woonwagens als bedoeld in artikel 1, onderdeel b , van de Huurprijzenwet woonruimte zijn voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 de bedragen, genoemd in de bijlagen IIIA en IIIB bij deze regeling. Voor de periode tot en met 31 december 2001 gelden de in guldens uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IIIA, en voor de periode vanaf 1 januari 2002 gelden de in euro's uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IIIB.

De maximale huurprijsgrenzen voor standplaatsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Huurprijzenwet woonruimte zijn voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 de bedragen, genoemd in de bijlage IVA en IVB bij deze regeling. Voor de periode tot en met 31 december 2001 gelden de in guldens uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IVA, en voor de periode vanaf 1 januari 2002 gelden de in euro's uitgedrukte bedragen, genoemd in bijlage IVB.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.

* De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 750 punten is het bedrag dat wordt verkregen door f 1,81 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 750 en 749 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte verminderd met 750, en bij de verkregen uitkomst f 1664,41 (dat bedrag komt overeen met het bedrag, genoemd bij 750 punten) op te tellen.

* De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 250 punten is het bedrag dat wordt verkregen door f 9,77 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 250 en 249 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte verminderd met 250, en bij de verkregen uitkomst f 2370,94 (dat bedrag komt overeen met het bedrag, genoemd bij 250 punten) op te tellen.

* De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 750 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 0,82 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 750 en 749 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte verminderd met 750, en bij de verkregen uitkomst € 755,28 (dat bedrag komt overeen met het bedrag, genoemd bij 750 punten) op te tellen.

* De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 250 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 4,44 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 250 en 249 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte verminderd met 250, en bij de verkregen uitkomst € 1075,89 (dat bedrag komt overeen met het bedrag, genoemd bij 250 punten) op te tellen.