Ministeriële regeling · BWBR0012195

Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling beurzenprogramma DELTASubsidieregeling beurzenprogramma DELTADe minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

overwegende dat het wenselijk is dat internationale samenwerking in het hoger onderwijs wordt bevorderd en dat de concurrentiepositie van Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs op de internationale onderwijsmarkt wordt versterkt,

overwegende dat het tevens wenselijk is dit doel te bevorderen door aan Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs subsidie te verstrekken ten behoeve van het verstrekken van beurzen ter verhoging van de internationale mobiliteit van studenten, zoals geformuleerd in de beleidsbrief "Kennis: geven en nemen. Internationalisering van het onderwijs in Nederland", aangeboden aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal op 28 september 1999,

gelet op artikel 4, tweede en derde lid, van de Wet overige OCenW-subsidies,

Besluit

In deze regeling wordt verstaan onder:

Subsidie wordt slechts verleend aan instellingen als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

De subsidie wordt berekend volgens de berekening opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt.

De minister beslist voor 15 mei voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt, op de subsidieaanvraag.

Subsidie wordt telkens verleend voor een studiejaar.

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid tot versterking van de internationale concurrentiepositie van instellingen.

De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de voor de uitvoering van deze regeling benodigde gegevens, bedoeld in de artikelen 7, 14, 15, eerste lid, en 18, worden aangeleverd.

De minister verleent de subsidieontvanger in september een voorschot van 40%, in december een voorschot van 20% en in februari een voorschot van 30% van het verleende subsidiebedrag. Het resterende bedrag wordt betaald na vaststelling van de subsidie, uiterlijk op 1 februari in het jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verleend.

De Nuffic heeft tot taak:

De regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2005, met dien verstande dat met betrekking tot de op dat tijdstip nog niet vastgestelde of uitgekeerde bedragen de regeling van toepassing blijft.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA.

Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel 4, komen op basis van een conform artikel 7 onderbouwde aanvraag - indien is voldaan aan de criteria van de artikelen 10 en 11 - in aanmerking voor een subsidiebedrag dat bestaat uit twee gedeeltes:

Het vaste gedeelte wordt toegekend op basis van de relatieve prestaties van de instelling. Het vaste gedeelte wordt als volgt berekend.

Per subsidieaanvrager wordt gekeken naar het aantal studenten, zowel studenten uit de doelgebieden als Nederlandse studenten, dat in het studiejaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, hoger onderwijs in respectievelijk Nederland en de doelgebieden hebben gevolgd. Dit wordt uitgedrukt in het aantal maanden dat hoger onderwijs is gevolgd (studentmaanden). De beschikbare middelen worden op basis van het aantal studentmaanden naar rato over de instellingen die subsidie hebben aangevraagd, verdeeld. De bijbehorende formule ziet er als volgt uit:

Het variabele gedeelte wordt verleend op basis van de ambities, in samenhang met het behaalde rendement op de investering van de subsidieaanvrager ten opzichte van de andere subsidieaanvragers. Hiermee wordt beoogd instellingen te stimuleren zo effectief mogelijk met de verkregen middelen om te gaan, wat ook wil zeggen aanvulling met eigen middelen en werving van zelfbetalers. Budgetten worden op deze wijze over de jaren heen herverdeeld in de richting van effectief opererende instellingen, waardoor het totaal aantal gerealiseerde studentmaanden als geheel zal toenemen.

Het variabele gedeelte wordt bij aanvraag verleend op grond van de aanvraagbescheiden, waarin subsidieaanvragers hun voornemens omtrent beursverstrekking in het komende studiejaar kenbaar kunnen maken.

Voor de verlening bij aanvraag wordt per subsidieaanvrager uitgegaan van het aangevraagde subsidiebedrag, blijkens de ingediende begroting. Dit wordt gecorrigeerd door het rendement dat de instelling in het voorafgaande studiejaar heeft behaald. Het rendement van een instelling is het aantal studentmaanden gedeeld door het aan de instelling verstrekte subsidiebedrag. Het totaal beschikbare variabele gedeelte wordt naar rato over de instellingen die subsidie hebben aangevraagd, verdeeld. De bijbehorende formules zien er als volgt uit:

Wijziging van het bij aanvraag verleende variabele gedeelte kan plaatsvinden naar aanleiding van de tussentijdse verslaglegging, bedoeld in artikel 15. Hierbij wordt uitgegaan van een bijstelde verwachting omtrent de beursverstrekking door de subsidieontvanger, die vooral berust op de tot dan toe gerealiseerde studentmaanden. Dit wordt opnieuw gecorrigeerd aan de hand van het in het voorafgaande studiejaar behaalde rendement. De bijbehorende formules zien er als volgt uit:

2001/2002 Om ook instellingen die nog niet actief zijn in de doelgebieden, in de gelegenheid te stellen te participeren in het beurzenprogramma is de verdeling van het subsidieplafond voor het eerste studiejaar (2001/2002) gedeeltelijk aangepast. De aanpassing heeft betrekking op de verdeling van het variabele gedeelte. De berekening van het vaste gedeelte blijft in het eerste studiejaar ongewijzigd. Het variabele gedeelte zal in het eerste studiejaar worden berekend op basis van de studentenpopulatie van de subsidieaanvragers. De bijbehorende formule ziet er als volgt uit: