U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2012.

Regeling · BWBR0012222

Besluit bijzondere militaire pensioenen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 februari 2001, houdende vaststelling van de regels rond het recht op een bijzonder militair invaliditeitspensioen vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en op bijzonder militair nabestaandenpensioen (Besluit bijzondere militaire pensioenen)Besluit bijzondere militaire pensioenenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 19 februari 1999, nr. P/99000777;

Gelet op artikel 2, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen;

De Raad van State gehoord (advies van 27 april 1999, No. W07.99.0081/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 1 februari 2001, nr. P/2001000558;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage6 februari 2001BeatrixDe Staatssecretaris van Defensie,H. A. L. van Hoofde negenentwintigste maart 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de nabestaanden van de dienstplichtige of reservist bedragen de in de artikelen 9 en 10 bedoelde pensioenen niet minder dat het nabestaandenpensioen dat zou kunnen worden vastgesteld indien dat met gebruikmaking van de geldende berekeningsbreuk rechtstreeks werd afgeleid van het in artikel 4 bedoelde garantiepensioen.

De betaling van de pensioenen, tijdelijke pensioenen, verhogingen en toeslagen geschiedt in maandelijkse termijnen.

In afwijking van dit besluit wordt:

In afwijking van artikel 2, eerste lid, wordt het invaliditeitspensioen dat wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die voor 1 januari 1966 met een ontslag is beëindigd berekend naar de mate van invaliditeit met dienstverband die voor de betrokkene laatstelijk is vastgesteld. Op aanvraag van de belanghebbende vindt herkeuring plaats naar de in het Besluit AO/IV daaromtrent gegeven regels. De uitslag van die herkeuring leidt niet tot een lager invaliditeitspercentage dan het percentage waarnaar het pensioen op het moment van indienen van het verzoek wordt berekend. De invaliditeitspercentages worden daarbij naar boven afgerond op veelvouden van 10. Het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden met ingang van de dag waarop de aanvraag om herkeuring is ontvangen zo nodig aangepast aan de nieuwe situatie.

Indien een lopend invaliditeits- of nabestaandenpensioen krachtens een vroegere regeling is omgezet naar een vergelijkbaar pensioen ingevolge dit besluit, en dat pensioen, verhoogd met het pensioen waarop in verband met dezelfde dienstverhouding ingevolge het pensioenreglement recht bestaat, een lager bruto totaalbedrag oplevert dan dat waarop voor die omzetting recht bestond, heeft de belanghebbende recht op een toeslag ten bedrage van het verschil. De betreffende toeslag behoort voor de toepassing van de artikelen 5 en 12 tot het pensioen.

In aanvulling op de bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gestelde regels, kan Onze Minister ten behoeve van de krachtens dit besluit gepensioneerde militair, die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor in de zin van artikel 2, derde lid, van het Besluit AO/IV, verband met de uitoefening van de militaire dienst is aangenomen, nadere en zonodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde gepensioneerde militairen in aanmerking kunnen worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister krachtens dit artikel te stellen regels mogen niet afwijken ten nadele van de belanghebbenden.

Onze Minister is bevoegd om in bijzondere gevallen, waarin de toepassing van dit besluit tot een naar zijn oordeel onredelijke uitkomst leidt, ten gunste van de belanghebbende een beslissing te nemen die met de strekking van dit besluit overeenkomt.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere militaire pensioenen.

N.B.

– de artt. 2 van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 en de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923 geven ook voor de andere wetten een inzicht in de pensioensoorten die voor de Algemene militaire pensioenwet (AMPW) bestonden

– in het pensioenreglement wordt in verband met de toetreding van het militair personeel een hoofdstuk 18c opgenomen, inhoudende het overgangsrecht in verband met die toetreding; art. 18c.3 regelt meer in het bijzonder de omzetting van het oude naar het nieuwe recht

– besl. AO/IV: het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen

– besl. IP-65+: het Besluit bijzondere militaire pensioen