Ministeriële regeling · BWBR0012316

Raamregeling Telewerken

Wijzigingen Officiële bron
Raamregeling TelewerkenRaamregeling TelewerkenDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 67 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 101 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal,

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder:

In deze regeling wordt verstaan onder betrokkene:

Voor de toepassing van deze regeling worden met Onze Minister gelijkgesteld het tot aanstelling bevoegd gezag als bedoeld in artikel 3 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden en de voorzitter van de Hoge Raad van Adel.

De telewerkvoorzieningen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel e, kunnen zijn:

De telewerkvoorzieningen, bedoeld in artikel 6, onderdelen a tot en met g, kunnen door het bevoegd gezag aan de betrokkene, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, ter beschikking worden gesteld, worden verstrekt of worden vergoed voor zover deze voorzieningen voor betrokkene noodzakelijk zijn om te kunnen telewerken.

Onze Minister kan voor de uitvoering van deze regeling nadere regels vaststellen.

Artikel 8, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 2018, blijft tot 1 juli 2020 van toepassing op de betrokkene die voor 1 september 2018 een vergoeding is verleend op grond van die bepaling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Raamregeling Telewerken