Regeling · BWBR0012367
Besluit tijdelijke bestuurlijke voorziening Arbeidsvoorzieningsorganisatie
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 februari 2001, nr. AM/ARV/01/10734;
Gelet op artikel 90, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996;
De Raad van State gehoord (advies van 1 maart 2001, no. W12.01.0093/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2001, nr. AM/ARV/01/20768;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage27 maart 2001BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W. A. F. G. Vermeendde dertigste maart 2001De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Arbeidsvoorzieningswet 1996.
In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de wet bestaat het Centraal Bestuur uit één lid.
In afwijking van de artikelen 17, derde tot en met zesde lid, en 18 van de wet benoemt Onze Minister tot de datum waarop artikel 90, tweede lid, van de wet vervalt, het lid van het Centraal Bestuur en stelt Onze Minister in afwijking van de artikelen 19 en 87 van de wet zijn rechtspositie vast.
In afwijking van artikel 21 van de wet kan het lid van het Centraal Bestuur in plaats van bij koninklijk besluit door Onze Minister te allen tijde worden ontslagen.
Artikel 22 van de wet is niet van toepassing.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2001 en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.