Wijzigingen Officiële bron
Tijdelijke regeling overgangsrecht inburgering nieuwkomers in verband met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000Tijdelijke regeling overgangsrecht inburgering nieuwkomers in verband met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

Gelet op artikel 24, vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. van Boxtel

In deze regeling wordt verstaan onder wet: de Wet inburgering nieuwkomers.

Onverminderd artikel 5, onderdeel A, van hoofdstuk 2, van de Invoeringswet Vreemdelingenwet 2000, is de wet van toepassing op een vreemdeling die tot 1 april 2001 nieuwkomer was in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet.

Voor de vreemdeling die met toepassing van artikel 115, eerste lid, juncto zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 van rechtswege wordt aangemerkt als houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van laatstgenoemde wet, geldt:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling overgangsrecht inburgering nieuwkomers in verband met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000.