U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-11-2003.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkostenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet tegemoetkoming studiekosten te wijzigen als uitvloeisel van het regeerakkoord 1998 en van de nota «Meer voor meer»;

dat het voorts wenselijk is de leesbaarheid van de Wet tegemoetkoming studiekosten te vergroten en aan te sluiten bij de terminologie van de Wet studiefinanciering 2000;

dat het in verband met het grote aantal wijzigingen wenselijk is de Wet tegemoetkoming studiekosten in te trekken en te vervangen door een nieuwe wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage26 april 2001BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,L. M. L. H. A. Hermansde tweeëntwintigste mei 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet is bepalend de toestand op de eerste dag van de maand, tenzij anders is bepaald.

Een minderjarige die de leeftijd van 17 jaren heeft bereikt is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om toekenning van tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 of 5 te verkrijgen. Hij is voorts bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn met betrekking tot de uitoefening, onderscheidenlijk de nakoming van de rechten en verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de toekenning van tegemoetkoming.

De inspecteur, onder wie de aanvrager, partner van de aanvrager, TOS-ouder of partner van de TOS-ouder krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van de IB-Groep het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon van de desbetreffende aanvrager, partner van de aanvrager, TOS-ouder of partner van de TOS-ouder.

Deze wet regelt de tegemoetkoming en is van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden inzake:

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven aan een school die op grond van de WVO, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen.

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven aan een op grond van artikel 56 van de WVO aangewezen school.

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de deelnemer is ingeschreven aan:

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 75b van de WVO.

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6, eerste lid, of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.8.

Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een deelnemer vavo in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 1.3.1 en 1.4a.1 van de WEB, voorzover het betreft een opleiding vavo.

Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen indien hij:

Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.2 kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.8, die leidt tot het diploma:

Geen aanspraak op tegemoetkoming bestaat indien de leerling of student is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar.

De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 aan de IB-Groep heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.

Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, 2.7, 2.9 voorzover het een school betreft als bedoeld in de artikelen 2.5 en 2.6, eerste lid, en 2.10 heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen, stages of beroepspraktijkvorming, overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling of de daarmee overeenkomende regeling voor de desbetreffende opleiding.

Indien een leerling aanspraak heeft op tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 en hij wegens ziekte zijn opleiding onderbreekt en op zijn aanvraag de tegemoetkoming is onderbroken, geldt hij aansluitend aan het ogenblik van onderbreken uitsluitend nog als tegemoetkomingsgerechtigde om zich als leerling tegen ziektekosten te verzekeren tot het tijdstip waarop hij hetzij verzekerd of medeverzekerd is ingevolge de Ziekenfondswet, hetzij op hem een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren van toepassing is, doch uiterlijk 6 maanden nadat de tegemoetkoming is onderbroken.

De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs of tempobeurs in de zin van de Wet studiefinanciering 2000.

Voor de toepassing van de artikelen 2.24 en 2.25 wordt zolang het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is vastgesteld of het gecorrigeerde belastbare loon over het desbetreffende kalenderjaar nog niet bekend is, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon zo goed mogelijk benadert.

Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren, deelnemers en deelnemers vavo die jonger zijn dan 18 jaren en die zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2.

In afwijking van paragraaf 2.2 en de artikelen 3.3 en 3.4 heeft de aanvrager aanspraak op een overbruggingstegemoetkoming voor de maanden augustus en september ten behoeve van een leerling:

De overbruggingstegemoetkoming is voor een leerling tweetwaalfde deel van het bedrag van de tegemoetkoming voor een geheel schooljaar waarvoor op 31 juli daaraan voorafgaand aanspraak bestond.

Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren en deelnemers vavo die 18 jaren zijn of ouder en zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.3.

De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit:

De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een:

Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is het toetsingsinkomen vast te stellen, kent de IB-Groep de basistoelage toe.

Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de maximale tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten toegekend in de vorm van lening. Voorwaarde voor die toekenning is dat de leerling gelijktijdig met de aanvraag aan de IB-Groep een door hemzelf ondertekende verklaring verstrekt dat zijn TOS-ouder en diens partner beide weigeren bij te dragen in zijn schoolkosten. Die verklaring wordt mede ondertekend door een schooldecaan ten blijke dat zij naar zijn kennis juist is.

Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de leerling weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voorzover de tegemoetkoming niet reeds mede op grond van artikel 4.11 de vorm van lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de leerling aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.

Deze afdeling is van toepassing op studenten die als student zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 2.11 of op degenen die onder de reikwijdte van artikel 2.12 vallen en die geen aanspraak hebben op studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000.

De tegemoetkoming in de zin van deze afdeling bestaat uit:

De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage bedraagt het bedrag, genoemd in artikel 7.44 van de WHW.

De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt 12 maal het normbedrag voor boeken en leermiddelen voor het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, zoals dat geldt op de eerste dag van het school- of studiejaar.

Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 2.13 en die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3, 4 of 10 of op studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000.

De tegemoetkoming in de zin van deze afdeling bestaat uit:

Overzicht 1. Onderwijs gedurende gehele schooljaar of geen onderwijs meer vanaf 1 januari

Overzicht 2. Geen onderwijs meer volgen na 30 september en voor 1 januari

Overzicht 3. Geen onderwijs meer volgen na 30 september

Tegemoetkoming wordt toegekend per schooljaar.

De artikelen 6.3 tot en met 6.18 van de Wet studiefinanciering 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd.

Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de school of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.18 en 4.14, derde tot en met zesde lid.

Een studentendecaan aan een op grond van de WHW uit 's Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs kan zich, in afwijking van artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bij de verplichting tot inzage van gegevens en bescheiden en het verstrekken van inlichtingen, verschonen betreffende hetgeen een leerling of student aan hem heeft toevertrouwd.

Organen met een publiekrechtelijke taak zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.

De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 en 2.9, met uitzondering van een school als bedoeld in artikel 1.3.1 van de WEB, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in hoofdstuk 4 aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4.2, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend.

Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.2 en 9.4, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.

Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voorzover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van de tweede categorie.

De in de artikelen 9.9 en 9.10 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Voor tegemoetkoming kan een leerling in aanmerking komen die is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.8, die leidt tot het diploma:

Voor tegemoetkoming kan een student in aanmerking komen die als student is ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 2.10 voor een lerarenopleiding in vakken waarin een tekort aan leraren bestaat. Het betreft de vakken die bij ministeriële regeling op grond van hoofdstuk IV van de Wet tegemoetkoming studiekosten op 31 juli 2001 zijn aangewezen.

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet.

De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Wijzigt deze wet.

Artikel 1.5 is niet van toepassing op scholieren die voor 1 augustus volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, een basistoelage als bedoeld in artikel 4.3 of als bedoeld in artikel 26 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvingen.

Wijzigt deze wet.

Voorzover het peiljaar een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 onder:

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet tegemoetkoming studiekosten, ingesteld voor 1 augustus 2001, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 juli 2001 geldende voorschriften van toepassing.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Wijzigt de Derde tranche algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.

Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet inschakeling werkzoekenden.

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Wijzigt de Wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67.

Wijzigt de Wet van 29 mei 1991 houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met verlaging van het maximum van de rentedragende lening in het eerste jaar van studie in het HO, het direct berekenen van marktconforme rente bij opname van studieleningen en wijziging van de bijverdienregeling (heroriëntering studiefinanciering III), Stb. 283.

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

De Wet tegemoetkoming studiekosten wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op 1 augustus 2001, met uitzondering van:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.