Wijzigingen Officiële bron
Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerkingKaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerkingDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.MoU:

Memorandum of Understanding tussen Nederland en het land waarmee wetenschappelijke of technologische onderzoeksamenwerking wordt aangegaan,

b.programma:

het voor de wetenschappelijke of technologische onderzoeksamenwerking met een specifiek land uitgewerkte programma waarin onder andere de doelstellingen van het onderzoek, de onderzoeksgebieden en de beoogde uitvoerder worden genoemd,

c.uitvoerder:

de organisatie die in het kader van een verdrag of een MoU in aanmerking komt voor de uitvoering van een programma, dan wel een fase of onderdeel van een programma voor bilaterale wetenschappelijke of technologische onderzoeksamenwerking.

Het meerjarenactiviteitenplan omvat de hoofdlijnen van de activiteiten en van de daarmee beoogde resultaten. Het activiteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten. Beide plannen bevatten verifieerbare doelstellingen.

De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig het door hem vastgestelde programma.

De minister kan ten behoeve van het besluit tot de subsidieverlening het advies inwinnen van een of meer externe deskundigen.

Subsidie wordt verleend voor de duur van een programma. In afwijking van de vorige volzin, kan de minister indien een programma is opgebouwd uit fases of onderdelen, subsidie voor de duur van een fase of onderdeel verlenen.

In het geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 2 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voorzover van toepassing naar rato van het aantal uitvoerders en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

De uitvoerder vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij de subsidieverlening wordt een bevoorschottingsritme vastgesteld.

De Subsidieregeling Bilaterale onderzoeksamenwerking Nederland en de Russische Federatie 2001-2003 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking.