Regeling · BWBR0012524
Besluit houdende intrekking van een aantal wetten op het gebied van militair pensioen
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 28 mei 2001, nr. P/2001003534;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 7 van de Kaderwet militaire pensioenen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage29 mei 2001BeatrixDe Staatssecretaris van Defensie,H. A. L. van Hoofde twaalfde juni 2001De Minister van Justitie,A. H. KorthalsDe in artikel 7 van de Kaderwet militaire pensioenen genoemde wetten en regelingen worden ingetrokken.
Wijzigt de Algemene militaire pensioenwet.
De ingevolge artikel I in te trekken wetten en regelingen blijven van kracht voor diegenen:
- a.
ten aanzien van wie op grond van die wetten of regelingen, dan wel met betrekking tot de voorgenomen omzetting van de daaruit voortvloeiende aanspraken in aanspraken op grond van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen regelingen, een beschikking is genomen, voor zover die beschikking strekt en voor zolang deze vatbaar is voor bezwaar of enige vorm van beroep of hoger beroep;
- b.
die als gewezen militair op 31 mei 2001 geen pensioengeldige diensttijd opbouwen, mits zij uiterlijk op die datum voor de periode waarin zij pensioengeldige diensttijd bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen hadden kunnen opbouwen, onherroepelijk hebben verklaard op die opbouw geen prijs te stellen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2001, met dien verstande dat artikel II terugwerkt tot en met 31 januari 2001.