Ministeriële regeling · BWBR0012534
Nadere regels benoemingsperiode ambtenaren topmanagementgroep
Gelet op artikel 7, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement,
Besluit:
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVriesIn het belang van de dienst kan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de minister wie het mede aangaat, aan de ambtenaar die is aangesteld in het ambt van lid van de topmanagementgroep opdragen zijn functie na afloop van de vastgestelde benoemingsperiode, genoemd in artikel 7, vierde lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, gedurende een bepaalde periode te blijven vervullen.
In het belang van de dienst kan de benoeming van een ambtenaar in een functie genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement voor het aflopen van de vastgestelde benoemingsperiode, genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met de minister wie het mede aangaat, worden beëindigd.
Te rekenen vanaf de datum waarop de benoeming, hetzij door voortijdige beëindiging, hetzij van rechtswege, is geëindigd, worden door of namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedurende een periode van 24 maanden inspanningen verricht om te komen tot een nieuwe benoeming van de ambtenaar. Gedurende die periode kunnen aan de ambtenaar door of namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdelijk andere werkzaamheden worden opdragen, zonder dat sprake is van een hernieuwde benoeming.
Binnen een maand na de in het eerste lid bedoelde datum kan de ambtenaar een aanvraag indienen om de termijn van 24 maanden met 6 maanden bekorten. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluit op die aanvraag. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd wordt de ambtenaar een vergoeding verleend ter grootte van zijn bezoldiging vermeerderd met de tegemoetkoming ingevolge het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel, waarop hij aanspraak zou hebben in de zes maanden waarmee de termijn van 24 maanden is bekort.
Wanneer de ambtenaar niet in een andere functie wordt benoemd, wordt hem aan het einde van de, eventueel bekorte, termijn van 24 maanden eervol ontslag worden verleend op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, waarbij hem een uitkering wordt toegekend die 110% bedraagt van hetgeen in artikel 99, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement als minimumvoorziening is opgenomen.