U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-11-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0012538

Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende vaststelling van de in luchtvaartuigen aanwezige navigatie- en telecommunicatie-installaties en de voor die installaties geldende eisen en gebruiksregels (Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties) Regeling navigatie- en telecommunicatie-installatiesDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Gelet op de artikelen 40, 44a, eerste lid, en 49, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

In deze regeling wordt verstaan onder:

ADF:

een automatische richtingzoeker aan boord van een luchtvaartuig om de richting naar een NDB te bepalen (automatic direction finder);

DME:

een installatie die aan boord van een luchtvaartuig de directe afstand bepaalt tussen een luchtvaartuig en een grondbaken (distance measuring equipment);

ELT:

noodradiobaken met een zendfrequentie van 406 MHz. (emergency locator transmitter);

GNSS:

wereldwijd positie- en tijdbepalingsysteem bestaande uit één of meer satellietconstellaties, vliegtuigontvangers en controlemiddelen op systeemintegriteit, waar nodig uitgebreid om de vereiste navigatieperformance te ondersteunen voor de voorgenomen operatie (Global Navigation Satellite System);

Minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

NDB:

een rondomstralend radiobaken op de grond met een vaste antenne (non directional beacon);

NSA Amsterdam:

gebied, als aangegeven in bijlage A van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, onder verwijzing naar de luchtvaartgids, volume I, hoofdstuk ENR 6 (North Sea Area Amsterdam);

radiaal:

de richting vanuit een VOR-grondbaken ten opzichte van het magnetisch noorden ter plaatse van het grondbaken;

RNAV:

een navigatiesysteem in het Europese luchtruim dat luchtvaartuigen in staat stelt een route te volgen tussen twee willekeurige punten, binnen voorgeschreven nauwkeurigheidsgrenzen, zonder dat het nodig is om over specifieke navigatieinstallaties op de grond te vliegen (Area Navigation);

RVSM luchtruim:

het luchtruim vanaf FL290 tot en met FL410 waarin een reductie van de verticale separatie van 2000 naar 1000 voet tussen vliegtuigen wordt toegepast (reduced vertical separation minimum);

SSR-transponder:

een radarbeantwoordingssysteem met informatie over de identiteit en eventueel de hoogte van het luchtvaartuig (secondary surveillance radar-transponder);

VOR:

een op de grond geplaatst zendsysteem dat het mogelijk maakt om een vanuit het vliegtuig geselecteerde radiaal te onderscheppen of te volgen door middel van fasevergelijking (very high frequency omnidirectional range);

Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart:

het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Stb. 1947, H 165, laatstelijk Trb. 1978,124.

Voor het uitvoeren van een IFR-vlucht, een gecontroleerde VFR-vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam of een VFR-vlucht in de NSA Amsterdam is een luchtvaartuig uitgerust met telecommunicatie-installaties die ten minste voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 10 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.

Voor het uitvoeren van een IFR-vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam is een luchtvaartuig uitgerust met navigatie-installaties die ten minste voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 10 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.

Voor het uitvoeren van een IFR-kruisvlucht in de NSA Amsterdam van en naar mijnbouwinstallaties op de Noordzee waarbij een helikopter ten behoeve van navigatie gebruik maakt van GNSS, is de helikopter uitgerust met GNSS apparatuur die voldoet aan eisen gebaseerd op EASA AMC20-4.

Voor het uitvoeren van een IFR-vlucht in het RVSM-luchtruim in het vluchtinformatiegebied Amsterdam is een luchtvaartuig niet zijnde een staatsluchtvaartuig uitgerust met navigatie-apparatuur die voldoet aan de eisen gesteld in JAA temporary guidance leaflet no 6, revision 1, blijkende uit een goedkeuring van het luchtvaartuig voor het gebruik er van in het RVSM luchtruim.

Voor het uitvoeren van een vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam wordt een SSR-transponder als volgt gebruikt:

Voor het uitvoeren van een IFR-vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam wordt, tenzij door de betreffende luchtverkeersdienst een andere opdracht is verstrekt of afwijkende voorschriften van toepassing zijn door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht, een SSR-transponder als volgt gebruikt:

Vervallen

Handelen in strijd met de artikelen 2 tot en met 13 van deze regeling is een strafbaar feit.

De Minister draagt zorg voor een vertaling van bijlage 10, boek I, deel 1, en boek IV van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en van ICAO Doc 7030 Regional Supplementary Procedures. Hij doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.

Het Besluit navigatie- en communicatie-installaties voor IFR-vluchten en de Regeling SSR-transponder worden ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling navigatie- en telecommunicatie-installaties.