Regeling · BWBR0012621
Besluit kostenverhaal energie
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 15 december 2000, nr. WJZ 00079040;
Gelet op de artikelen 85 van de Elektriciteitswet 1998 en 64 van de Gaswet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 januari 2001, nr. W10.00.0620/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 20 juni 2001, nr. WJZ 01031748;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage27 juni 2001BeatrixDe Minister van Economische Zaken,A. Jorritsma-Lebbinkde negentiende juli 2001De Minister van Justitie,A. H. KorthalsVervallen
De bedragen die verschuldigd zijn op grond van artikel 85, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 64, eerste lid, van de Gaswet zijn vaste bedragen.
De bedragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillen voor de verschillende in artikel 85, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 64, eerste lid, van de Gaswet bedoelde beschikkingen.
De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
Onze Minister brengt de bedragen, bedoeld in het eerste lid, in rekening en verzendt een beschikking daartoe tegelijk met de bekendmaking van de betreffende in artikel 85, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 64, eerste lid, van de Gaswet bedoelde beschikking.
In afwijking van het vierde lid brengt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de bedragen in rekening, voor zover zij namens Onze Minister beschikkingen neemt als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 64, eerste lid, van de Gaswet.
De bedragen die netbeheerders, LNG-bedrijven en gasopslagbedrijven verschuldigd zijn op grond van de artikelen 85, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en 64, tweede lid, van de Gaswet, worden zodanig berekend dat daarmee de kosten die voor de in artikel 5a, vijfde lid, van de Mededingingswet bedoelde eenheid van de mededingingsautoriteit zijn verbonden aan de uitvoering van de desbetreffende taken en de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheden worden gedekt.
De bedragen die netbeheerders, LNG-bedrijven en gasopslagbedrijven verschuldigd zijn op grond van de artikelen 85, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en 64, tweede lid, van de Gaswet, betreffen een vast bedrag. Het door netbeheerders verschuldigde vaste bedrag wordt vermeerderd met een bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld naar rato van het aantal aanwezige aansluitingen op het door een netbeheerder beheerde net.
Het vaste bedrag, bedoeld in het tweede lid, kan verschillen voor de verschillende netbeheerders, LNG-bedrijven en gasopslagbedrijven.
Onze Minister stelt vóór 15 april van ieder jaar de bedragen, bedoeld in artikel 3, vast op basis van de werkelijk gemaakte kosten in het voorgaande jaar.
De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit brengt de bedragen, bedoeld in artikel 3, in rekening en verzendt de beschikkingen daartoe binnen zeven weken na inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de bedragen.
De bedragen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, die worden gefactureerd door Onze Minister, worden door Onze Minister geïnd en aan Onze Minister betaald.
De bedragen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, die worden gefactureerd door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, worden door de raad geïnd en aan de raad betaald. De raad draagt deze bedragen af aan Onze Minister.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Het Besluit kostenverhaal Elektriciteitswet 1998 wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kostenverhaal energie.