Wijzigingen Officiële bron
Verordening van het Productschap Tuinbouw van 3 juli 2001, houdende de vaststelling van een bijzondere heffing over de teelt van fruit en champignons voor het jaar 2002Verordening PT Bijzondere heffing fruit en champignons 2002 Het bestuur van het Productschap Tuinbouw;

op voorstel van de Sectorcommissie Groenten en Fruit;

gelet op artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op de artikelen 14, 15 en 19 van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998;

besluit:

Zoetermeer3 juli 2001J. van derVeenvoorzitterC.Kuijvenhovensecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 11 april 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 29 januari 2002, nr. TRCJZ/2001/10021.

De heffing die is verschuldigd wordt opgelegd naar de grondslag grondgebruik, een en ander overeenkomstig de volgende artikelen.

Indien een heffingsplichtige gegevens, die hem krachtens deze verordening of de Verordening PT Registratie en verstrekking van gegevens 1997 ten behoeve van de onderhavige verordening zijn gevraagd, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met € 40 in verband met administratiekosten.

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, als bedoeld in artikel 6, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 9 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van maximaal € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 10.