Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 23 maart 2001, Directie Wetgeving, nr. 5088828/01/6;
Gelet op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
De Raad van State gehoord (advies van 11 mei 2001, nr. W03.01.0162/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 26 juli 2001, nr. 5110775/01/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage4 augustus 2001BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalsde zestiende augustus 2001De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Wijzigt het Besluit eindejaarsuitkering rechterlijke ambtenaren.
Wijzigt de Regeling ziektekostenvoorziening rechterlijke ambtenaren.
Ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding zijn gedurende de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000, in afwijking van artikel 39, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren zoals dat gedurende deze periode luidde, het Rijkswachtgeldbesluit 1959, met uitzondering van de wijzigingen die daarin zijn aangebracht bij de koninklijke besluiten van 20 december 1995 (Stb. 1996, 4), 23 januari 1996 (Stb. 62) en 2 augustus 1997 (Stb. 363), en de Uitkeringsregeling 1966, met uitzondering van de wijzigingen die daarin zijn aangebracht bij de koninklijke besluiten van 20 december 1995 (Stb. 1996, 4) en 23 januari 1996 (Stb. 62), van overeenkomstige toepassing zoals zij luidden op 1 januari 1998.
Artikel XI van het Besluit van 9 december 1997, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken en enige andere rechtspositionele regelingen, in verband met het onder de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering brengen van de overheidswerknemers in de sector Rijk (Stb. 1998, 5) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit werkt terug tot en met 1 januari 1998, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, voorzover het de artikelen 18, zevende lid, artikel 23, eerste lid, onderdelen e, h, j, k, m, n en p, en 24, eerste lid, onderdelen a en c, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren betreft.
In afwijking van het tweede lid werkt artikel I, onderdeel E, onder a, terug tot en met 1 januari 2001.