Ministeriële regeling · BWBR0012741

Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigenRegeling plaatsing en overplaatsing jeugdigenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 8, eerste lid, artikel 15, derde lid, en artikel 16, zesde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 1 februari 2001, nummer 5078699/01/TH/rb.

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H.Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

In een normaal beveiligde inrichting of afdeling worden jeugdigen, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet, geplaatst alsmede jeugdigen die op grond van artikel 2 niet in aanmerking komen voor plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting of afdeling.

Jeugdigen kunnen worden geplaatst op een door de Minister van Veiligheid en Justitie als zodanig aangewezen:

Vervallen

Vervallen

Indien de selectiefunctionaris afwijkt van de in artikel 12, vijfde lid, van de wet genoemde aanwijzingen, stelt de selectiefunctionaris het openbaar ministerie dan wel de autoriteit die de straf of de maatregel heeft opgelegd hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.

Vervallen

Deze Regeling treedt in werking op 1 september 2001

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen.