Wijzigingen Officiële bron
Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 25, zevende lid, artikel 26, vierde lid, artikel 56, derde lid en artikel 59, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 12 oktober 2000 nr. 5056746/00/TH/rb en van 1 februari 2001 nr. 5078699/01/TH/rb;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van JustitieA.H. Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of van een afzondering in een afzonderingscel, geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf onderscheidenlijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Indien de afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, niet ten uitvoer kan worden gelegd in een verblijfsruimte vindt deze plaats in een afzonderingscel.

De directeur draagt er zorg voor dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste jeugdige.

Indien de jeugdige herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de jeugdige met personeelsleden en medewerkers.

Indien de jeugdige zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt het met het toezicht belaste personeelslid of de medewerker zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de jeugdige.

De directeur draagt er zorg voor dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een jeugdige in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de jeugdige wordt afgestemd.

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Regeling eisen kamer justitiële jeugdinrichting zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of afzonderingscel.

In de straf- of afzonderingscel kan daglicht toetreden.

Het is de jeugdige niet toegestaan voorwerpen onder zijn berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt.

De jeugdige die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de inrichting.

De jeugdige wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de kamer, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat.

In de straf- of afzonderingscel mag niet worden gerookt. Het is de jeugdige toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.

Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de jeugdige, indien het dragen van eigen kleding of schoeisel een gevaar oplevert voor de jeugdige zelf dan wel voor de orde of veiligheid in de inrichting, van inrichtingswege voorzien van kleding en schoeisel.

De jeugdige wordt `s ochtends en `s avonds in de gelegenheid gesteld zich lichamelijk te verzorgen.

Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei, wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de jeugdige verstrekt en direct na de maaltijd weer terug genomen.

De jeugdige wordt voor de plaatsing in een straf- of afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht.

De directeur instrueert het personeelslid of de medewerker, die wordt belast met de camera observatie, op welke wijze het toezicht op de jeugdige dient te worden ondersteund en met welke minimum frequentie over het verloop van de observatie schriftelijk verslag wordt gedaan.

Straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart na 1 januari 1998, voldoen in elk geval aan de eisen genoemd in Paragraaf 3. Op straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart voor 1 januari 1998 is het gestelde in Paragraaf 3 niet van toepassing. Deze inrichtingen worden bij de eerstvolgende grote renovatie aangepast aan de genoemde eisen, doch moeten uiterlijk op 31 december 2011 zijn aangepast aan de in Paragraaf 3 genoemde eisen.

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen.