Ministeriële regeling · BWBR0012752

Subsidieregeling duurzame bedrijventerreinen

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling duurzame bedrijventerreinen Subsidieregeling duurzame bedrijventerreinenDe Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij Novem B.V., Catharijnesingel 59, Utrecht.

's-Gravenhage15 augustus 2001 De Staatssecretaris van Economische Zaken, G.Ybema

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.minister:

de Minister van Economische Zaken;

b.ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

c.groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

d.samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, onder wie ten minste één ondernemer;

e.duurzaam bedrijventerrein:

een bedrijventerrein dat zich kenmerkt door het, met inachtneming van het normale streven naar bedrijfseconomisch voordeel, voortdurend gezamenlijk streven van betrokken bedrijven, of bedrijven en overheden, invulling te geven aan kansrijke milieuthema's;

f.kansrijk milieuthema:

milieuthema waarvoor geldt dat:

g.project:

ontwikkelingsproject, technisch haalbaarheidsproject of organisatorisch haalbaarheidsproject, waarin bedrijven, of bedrijven en overheden, samenwerken met het oog op het totstandbrengen van een duurzaam bedrijventerrein;

h.ontwikkelingsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het opstellen van een masterplan voor een bestaand bedrijventerrein, waarin ten minste twee kansrijke milieuthema's worden uitgewerkt;

i.technisch haalbaarheidsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het onderzoeken en schriftelijk vastleggen van de technisch-economische haalbaarheid en de potentiële milieubesparingseffecten van de toepassing van systemen of technieken, die betrekking hebben op een of meer kansrijke milieuthema's uit een masterplan, bij twee of meer bedrijven op een bestaand of nieuw bedrijventerrein en resulterend in concrete projectvoorstellen of voorstellen voor het afsluiten van contracten, die betrekking hebben op twee of meer bedrijven;

j.organisatorisch haalbaarheidsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het onderzoeken en schriftelijk vastleggen van de haalbaarheid van de oprichting van een organisatie die zich ten behoeve van een bestaand bedrijventerrein ten minste zal bezighouden met het aanbieden of beheren van collectieve voorzieningen op het vlak van een of meer kansrijke milieuthema's, resulterend in concrete projectvoorstellen of voorstellen voor het afsluiten van contracten;

k.milieuthema's:

energie, water, grond- en hulpstoffen, afvalstoffen, verkeer en vervoer van personen en goederen en ruimtegebruik;

l.bedrijventerrein:

een terrein met een bruto oppervlak van ten minste 10 hectaren, of een cluster van terreinen dat bestemd en geschikt is voor het gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie, daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor detailhandel of horeca;

m.masterplan:

een plan waarin is vastgelegd hoe de milieuthema's die voor het betrokken bedrijventerrein kansrijk zijn met elkaar samenhangen, hoe betrokken bedrijven, of bedrijven en overheden, gezamenlijk de aanpak van de kansrijke milieuthema's op het bedrijventerrein willen vormgeven, hoe daarvoor de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden verdeeld en op basis waarvan besluiten kunnen worden genomen over de concrete duurzame ontwikkeling van dat terrein;

n.een cluster van terreinen:

ten minste twee afzonderlijke terreinen, met een gemiddeld bruto oppervlak van ten minste 10 hectaren per terrein, waar terreinoverstijgend invulling kan worden gegeven aan de voor die terreinen kansrijke milieuthema's;

o.nieuw bedrijventerrein:

een bedrijventerrein, dat nog niet als zodanig in gebruik is, danwel een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein, met een nieuw te realiseren bruto oppervlak van ten minste 10 hectaren.

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag om voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2013.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame bedrijventerreinen.