Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 augustus 2001 tot vaststelling van enkele algemene maatregelen van bestuur in verband met de inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevensVaststellingsbesluit enkele algemene maatregelen van bestuur in verband met inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevensWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 januari 2001, Directie Wetgeving, nr. 5075615/01/6;

Gelet op de artikelen 53, vierde lid, en 55, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 27 maart 2001, nr. W03.01.0050/I);

Gezien het nader rapport van de Minister van Justitie van 6 augustus 2001, nr. 5113108/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage15 augustus 2001BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalsdrieëntwintigste augustus 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Het Besluit zittingsduur en vergoeding kosten leden Raad van advies komt te luiden:

Artikel 1.

De leden van de Raad van advies ontvangen een vacatiegeld alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens de bij het Ministerie van Justitie gebruikelijke regels.

Artikel 2.

De leden van de Raad van advies worden door Onze Minister benoemd voor een tijdvak van vier jaar. De leden kunnen terstond worden herbenoemd.

Het Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens komt te luiden:

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2.

Artikel 3.

Artikel 4.

Artikel 5.

Artikel 6.

Aan de buitengewone leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.

Artikel 7.

Artikel 8.

Ten aanzien van de voorzitter en de andere leden zijn de hoofdstukken V (Vakantie en verlof) en VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte) van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9.

De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter.

Artikel 10.

Aan de voorzitter, een ander lid of buitengewoon lid wordt op diens aanvraag op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit eervol ontslag verleend.

Artikel 11.

Artikel 12.

De voorzitter die of een ander lid dat, zonder een mededeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, te hebben gedaan, niet wordt herbenoemd, heeft recht op wachtgeld overeenkomstig de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, behoudens wanneer hij een direct ingaand recht heeft op een pensioen of op een uitkering, bedoeld in artikel 11.

Artikel 13.

Artikel 14.

Degenen die tot het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt, werkzaam waren als voorzitter of lid van de Registratiekamer, worden geacht te zijn benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van het College bescherming persoonsgegevens voor de op dat tijdstip nog resterende duur van de termijn waarvoor zij waren benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van de Registratiekamer.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt.