U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-08-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 augustus 2001, houdende bepalingen omtrent de bemanning van zeeschepen in de handelsvaart en de zeilvaart (Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart)Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaartWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 16 augustus 2000, kenmerk DGG/J-00/004155, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 16, 18, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 19, eerste lid, 22, eerste lid, 25, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 44, eerste lid, 64 en 71, eerste en vierde lid, van de Zeevaartbemanningswet, op de artikelen 5, eerste lid, en 24, eerste lid, onder e, van de Loodsenwet, op artikel 10, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, op het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144), zoals dat is gewijzigd op 7 juli 1995 (Trb. 1996, 249), op Hoofdstuk III, voorschrift 10, en voorschrift 24–1.3, Hoofdstuk IV, voorschrift 16, Hoofdstuk V, voorschrift 13, onderdeel (c), en Hoofdstuk X, voorschrift 1, 2 en 3, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, zoals dat is gewijzigd op 23 mei 1994 (Trb.1996, 18), op Richtlijn nr. 94/58/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1994 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (PbEG L 319), op Richtlijn nr.98/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 mei 1998 tot wijziging van Richtlijn 94/58/EG inzake het minimum-opleidingsniveau van zeevarenden (PbEG L 172), op artikel 10, zesde lid, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, op artikel 13 van de Algemene wet EG-beroepsopleidingen, op Richtlijn nr. 92/29/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (Pb EGL113), op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 69 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Stb. I 328), op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 73 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het geneeskundig onderzoek van zeelieden, 1946 (Stb. I 326) en op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 74 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake de diplomering van volmatrozen (Stb. I 330);

De Raad van State gehoord (advies van 3 november 2000, nr. WO9.00 0378/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 augustus 2001, kenmerk DGG/J-01/005164, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage23 augustus 2001BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbosde vierentwintigste januari 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van vissersvaartuigen en zeilvaartuigen met een lengte van minder dan 12 meter.

Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald op welke wijze de in artikel 4, genoemde aanvullingen dan wel beperkingen op vaarbevoegdheidsbewijzen worden aangebracht.

Een vaarbevoegdheidsbewijs, met uitzondering van dat voor gezellen, is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige op grond van artikel 22a van de wet legt de aanvrager het in artikel 92a genoemde certificaat Wetgeving en Openbaar Gezag over.

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als hoger maritiem officier of als middelbaar maritiem officier de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als baggeraar-stuurman, als wachtstuurman alle schepen dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman-werktuigkundige kleine schepen de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman tot 3000 GT de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als baggeraar-machinist of als wachtwerktuigkundige alle schepen de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:

Vervallen

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als werktuigkundige tot 3000 kW de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:

Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als schipper-machinist beperkt werkgebied de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator is vereist het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013 en de leeftijd van 18 jaar.

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radio-communicatieapparatuur is vereist het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013 en de leeftijd van 18 jaar.

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de dekdienst is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de machinekamerdienst is ten minste vereist:

Onverminderd de artikelen 14 tot en met 17 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier of eerste stuurman alle schepen alsmede als kapitein tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat radarnavigator.

Onverminderd de artikelen 14 tot en met 17 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier, maritiem officier, eerste stuurman en wachtstuurman alle schepen, eerste maritiem officier en maritiem officier kleine schepen, alsmede eerste stuurman tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden.

Onverminderd de artikelen 14 tot en met 20 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of wachtwerktuigkundige alle schepen, alsmede als hoofdwerktuigkundige en tweede werktuigkundige tot 3000 kW met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden.

In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 74 tot en met 78, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht.

In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 79 tot en met 83, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht.

Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheidsvaartuigen zijn in het bezit van een type rating certificate, bedoeld in artikel 85 voor het hogesnelheidsvaartuig waarop zij dienstdoen.

Een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman alle schepen wordt afgegeven aan officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, die in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van de Zeewachtstandaard A, zoals vastgesteld door Onze Minister van Defensie, die daarna gedurende ten minste een jaar geplaatst zijn en dienst hebben gedaan als wachtsofficier op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en mits zij daarnaast in het bezit zijn van:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan

onderofficieren en oud-onderofficieren Operationele Dienst van de Koninklijke Marine, die

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven op grond van artikel 40, die in het bezit is van

Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige alle schepen wordt afgegeven aan officieren en gewezen officieren van de Technische Dienst van de Koninklijke Marine, die

Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige alle schepen wordt afgegeven aan:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtwerktuigkundige alle schepen en tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan onderofficieren van de Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen en oud-onderofficieren Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen, die

Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven op grond van artikel 44, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.

Op de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen door de officieren, oud-officieren, onderofficieren en oud-onderofficieren die in deze paragraaf worden genoemd, is artikel 8, met uitzondering van het eerste en het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

In plaats van de Zeewachtstandaard A of de Zeewachtstandaard M, genoemd in artikel 37, onderscheidenlijk artikel 40, kan de aanvrager van een vaarbevoegdheidsbewijs een ander door Onze Minister van Defensie afgegeven document overleggen, waaruit blijkt dat de betrokkene over een gelijkwaardig niveau van kennis en inzicht beschikt.

Bij regeling van Onze Minister kunnen, na overleg met Onze Minister van Defensie, zo nodig in afwijking van de artikelen 37 tot en met 47, regels worden vastgesteld voor de verkrijging van vaarbevoegdheden door officieren en schepelingen der Koninklijke Marine die dienst doen aan boord van een zeeschip dat met kustwachttaken is belast.

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven voor 3 mei 1988, die in het bezit is van:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar.

Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel wordt afgegeven aan:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan: de houder van het certificaat scheepstechnicus, uitgereikt door Onze Minister.

Voor de afgifte van het kennisbewijs Hoger Maritiem Officier of Middelbaar Maritiem Officier,

Voor de afgifte van het kennisbewijs Baggeraar-stuurman of wachtstuurman,

Voor de afgifte van het kennisbewijs aanvulling stuurman handelsvaart is de aanvrager in het bezit van het kennisbewijs stuurman grote zeilvaart en

Voor de afgifte van een kennisbewijs baggeraar-machinist of wachtwerktuigkundige,

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine schepen,

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtstuurman tot 3000 GT,

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3000 kW,

Voor de afgifte van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied,

Voor de afgifte van het kennisbewijs gezel met de beperking tot de dekdienst,

Voor de afgifte van het certificaat scheepsmanagement-N heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, door Onze Minister erkende, opleiding die ten minste voldoet aan: sectie A-II/2 van de STCW-Code, met name de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, bridge resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.

Voor de afgifte van het certificaat scheepsmanagement-W heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, door Onze Minister erkende, opleiding die ten minste voldoet aan: sectie A-III/2 van de STCW-Code, met name de aspecten opstellen wachtschema's en orders, engine room resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.

Voor de afgifte van het certificaat radarnavigator heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding en training die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van aardolie en aardolieproducten in bulk aan boord van olietankschepen,

Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van chemicaliën in bulk aan boord van chemicaliëntankschepen,

Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van tot vloeistof verdichte of samengeperste gassen in bulk aan boord van gastankschepen,

Voor de afgifte van het bewijs groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het bewijs familiarisatietraining passagiersschip/schepen heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het bewijs hotelpersoneel passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat passagiersveiligheid heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister goedgekeurde opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het bewijs groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van ro-ro passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het bewijs familiarisatie-training ro-ro passagierschip/schepen heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het bewijs hotelpersoneel ro-ro passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan

Voor de afgifte van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp ro-ro passagiersschepen, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister goedgekeurde instructie en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat stoomvoortstuwing heeft de houder van ten minste het kennisbewijs wachtwerktuigkundige, dan wel van ten minste het diploma A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-III/1 en sectie A-III/2 van de STCW-Code voor wat betreft de functie scheepswerktuigkunde, en met name de aspecten stoomketels, stoomturbines en veiligheidsvoorschriften.

Voor de afgifte van het certificaat basisveiligheid heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat sloepsgast heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het certificaat van bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten voldoet de aanvrager aan:

Voor de afgifte van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Voor de afgifte van het diploma als scheepskok heeft de aanvrager:

Voor de afgifte van het certificaat kapitein beperkt werkgebied zonder beperking in voortstuwingsvermogen, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training kapitein beperkt werkgebied zonder beperking in voortstuwingsvermogen afgerond die ten minste de volgende aspecten omvat:

De scheepsbeheerder stelt Onze Minister telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.

De scheepsbeheerder bewaart een monsterrol, nadat zij is vervangen of nadat de geldigheidsduur is verstreken, gedurende drie jaar na de vervangingsdatum of geldigheidsdatum.

De artikelen 97, tweede lid, 98 en 99 zijn van overeenkomstige toepassing bij de afgifte van een vervangend monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.

Bij ministeriële regeling wordt het model van de geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart vastgesteld.

De keuringsarts die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 106, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 106, tweede lid, bedoelde procedures en andere voorschriften, alsook voorzover van toepassing, de artikelen 107 en 108 in acht.

Onze Minister trekt, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, een aanwijzing of erkenning in indien is gebleken dat de keuringsarts of scheidsrechter:

Vervallen

Vervallen

Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit minder dan tien personen bestaat, heeft eenieder die in de kombuis levensmiddelen verwerkt een opleiding genoten of instructie gekregen op het gebied van voeding, persoonlijke hygiëne en de behandeling en opslag van levensmiddelen aan boord van schepen.

De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat:

Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.

Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van zeeschepen en havenfaciliteiten (PbEG L 129) nadere regels worden gesteld omtrent de opleiding van de voorgeschreven scheepsbeveiligingsofficier.

De geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart die zijn afgegeven voor het tijdstip waarop artikel I voor wat betreft de onderdelen F tot en met L en P van het besluit van 5 juli 2012 houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van het Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen