U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-07-2012.

Ministeriële regeling · BWBR0012793

Vrijstellingsregeling dierenwelzijn

Wijzigingen Officiële bron
Vrijstellingsregeling ingrepenVrijstellingsregeling dierenwelzijnDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.Brinkhorst

Van het verbod ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt, voor zover aan artikel 3 van het Ingrepenbesluit wordt voldaan, vrijstelling verleend tot 1 januari 2013 voor zover het betreft het verwijderen van een deel van de staart bij ooien, van de rassen Suffolk, Hampshire Down en Clun Forest, mits:

Van de verboden ingevolge artikel 40, eerste lid, van de wet en artikel 4, derde lid, van het Ingrepenbesluit wordt, voor zover aan artikel 3 van dat besluit wordt voldaan, vrijstelling verleend:

Van de verboden ingevolge artikel 41 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt vrijstelling verleend, voor zover het paarden betreft waarbij een deel van de staart is verwijderd mits de ingreep is verricht voor 1 september 2001.

De beheerder van een bedrijfsinrichting of een asiel is vrijgesteld van de in artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999 bedoelde verplichtingen.

De beheerder van een bedrijfsinrichting of een asiel is vrijgesteld van de in artikel 23, eerste lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999 bedoelde verplichting.

Van het verbod van artikel 3 van het Dierentuinenbesluit wordt vrijstelling verleend aan:

Van het bepaalde in artikel 34 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt vrijstelling verleend met betrekking tot de volgende dieren:

Van het verbod, gesteld in artikel 66, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, wordt vrijstelling verleend voor zover de in dat artikel bedoelde wijzigingen of toe te passen biotechnologische technieken onderdeel uitmaken van een dierproef als bedoeld in de Wet op de dierproeven ten behoeve van biomedisch onderzoek ofwel worden verricht ten behoeve van biomedisch onderzoek op ongewervelde dieren of embryo’s van dieren.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2001.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Vrijstellingsregeling dierenwelzijn.