Ministeriële regeling · BWBR0012794

Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 1, onder f en g, 2, eerste lid, 3, zesde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, 14, derde en vierde lid, en 18, tweede lid, van het Besluit subsidies CO2-reductieplan

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage29 augustus 2001 De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.het besluit:

het Besluit subsidies CO2-reductieplan;

b.rendement:

het elektrisch of thermisch rendement betrokken op de onderste verbrandingswaarde van aardgas;

c.dekkingsgraad:

het percentage van de warmtevraag per jaar dat binnen een systeem wordt geleverd uit wkk of restwarmtebron;

d.warmtelevering:

transport en distributie van warmte;

e.distributieverlies:

warmteverlies in het warmtetransport- en distributienet;

f.lage-temperatuur warmtedistributie:

warmtedistributie met een maximale leveringstemperatuur aan gebouwen van 70 graden Celsius en een retourtemperatuur van het gebouw van maximaal 40 graden Celsius;

g.collectief verwarmde flat:

woongebouw met een gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie.

De minimale vermindering van de uitstoot van een broeikasgas, bedoeld in artikel 1, onder f, van het besluit bedraagt 1 kiloton CO2 of CO2-equivalent per jaar.

De vermindering van de uitstoot van een broeikasgas voor CO2-reductieprojecten, inhoudende:

Bij warmte- en CO2-levering wordt uitgegaan van het volgende:

Bij het bepalen van de vermindering van de uitstoot van een broeikasgas wordt uitgegaan van:

Als standaard gasverbruik per jaar bij warmtelevering geldende de volgende waarden, indien het betreft:

a.

woningen gebouwd na 2000:

1000 m3 per woning;b.

woningen gebouwd tussen 1998 en 2000:

1200 m3 per woning;c.

ruimteverwarming in bestaande eengezinswoningen:

1850 m3 per woning;d.

ruimteverwarming in bestaande meergezinswoningen:

1300 m3 per woning;e.

tapwaterverwarming in bestaande woningen:

445 m3 per woning;f.

utiliteitsbouw in combinatie met woningbouw:

12 m3 per m2 bvo, met dien verstande dat voor projecten die hoofdzakelijk bestaan uit warmtelevering aan utiliteitsbouw uitgegaan kan worden van het werkelijke verbruik van de aan te sluiten bestaande gebouwen of de berekende verbruiken van nieuwe utiliteitsgebouwen volgens de energieprestatienorm;g.

glastuinbouw: kasoppervlak.

42 m3 per m2

Als dekkingsgraad bij warmtelevering gelden de volgende waarden, voor zover het betreft:

a.woningbouw:

80%, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 90% indien het systeem een warmtebuffer heeft;

b. utiliteitsbouw:

85%;

c.glastuinbouw

70%, met dien verstande dat wordt uitgegaan van:

Voor gasketels wordt:

Als pompenergie bij warmtelevering gelden de volgende waarden:

Voor het distributieverlies bij warmtelevering wordt uitgegaan van de volgende waarden, indien sprake is van:

a.

lage-temperatuur warmtedistributie:

15%;b.

warmtelevering aan collectief verwarmde flats van meer dan 50% op basis van energie-inhoud:

10%;c.

warmtelevering aan glastuinbouw en industrie:

5%;d.

in alle andere gevallen:

20%.

Als CO2-emissiefactoren voor energiegebruik gelden de volgende waarden uitgedrukt in kilogram CO2 per eenheid, indien sprake is van:

a.

aardgas:

1,8 per m3;b.

hbo:

3,1 per kilogram;c.

zware stookolie:

3,2 per kilogram;d.

benzine:

2,4 per liter;e.

diesel:

2,6 per liter;f.

lpg:

1,6 per liter;g.

steenkool:

2,5 per kilogram;h.

elektriciteit:

0,37 per kWh.

Voor de berekening van de gasbesparing door CO2-levering aan de glastuinbouw wordt uitgegaan van 7 m3 aardgas per m2 kasoppervlak. Bij de berekening wordt rekening gehouden met het energieverbruik voor CO2opwerking of CO2-transport.

Als belastingvermindering, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het besluit worden aangewezen:

Als periode als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit geldt de periode 17 september 2001 tot en met 14 februari 2002.

Het in artikel 7 van het besluit bedoelde subsidieplafond bedraagt voor aanvragen ontvangen in de in artikel 15 bedoelde periode: € 68.067.032,41.

Wijzigt deze regeling.

De Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 14 oktober 2000 en subsidies die zijn verleend voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001.