U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-05-2011.

Ministeriële regeling · BWBR0012809

Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten van het Koninkrijk in de Nederlandse Antillen en Aruba (Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 2001)Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landenDe Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet;

Besluit:

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID, R.H.L.M. vanBoxtel

Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:

Een nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet worden niet voorzien van vingerafdrukken van de houder.

Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het agentschap BPR.

De Gouverneur deelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mede welke autoriteiten hij ingevolge artikel 26, eerste lid, onder b, en artikel 40, eerste lid, onder b, van de wet heeft aangewezen.

De autoriteit die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de autoriteit die ingevolge de wet en de artikelen 6 en 7 van deze regeling daartoe wel bevoegd is.

Met betrekking tot een aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen van een persoon die in het Europese of Caribische deel van Nederland rechtmatig verblijf heeft, zijn de artikelen 11 tot en met 15 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het aanvraag-informatieformulier met de bijlagen te allen tijde wordt doorgezonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken, die de daarin vermelde verblijfsrechtelijke gegevens verifieert bij de Nederlandse Minister van Justitie in het Europese of Caribische deel van Nederland in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager is opgenomen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In de aanvraag voor een reisdocument, of een nooddocument, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 51, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

De daartoe aangewezen ambtenaar zendt nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt voorzien van een digitale handtekening van deze ambtenaar.

De documenten die na de controle van de zending als bedoeld in de artikelen 56 of 57 voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 77, tweede lid, aangegeven wijze.

Indien een reisdocument of een bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 58, tweede lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument, op de daarin opgenomen bijschrijving of op de bijschrijvingssticker betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Reisdocumenten en bijschrijvingsstickers die bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd, worden overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van modelformulier C10, teruggestuurd aan de leverancier.

De ten behoeve van de bijschrijving in een bestaand reisdocument vervaardigde bijschrijvingssticker wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de daarvoor bestemde pagina in het reisdocument aangebracht.

De uitreiking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, dan wel de bijschrijving in een reisdocument door een aangewezen autoriteit als bedoeld in artikel 7, wordt geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder dan wel het bijgeschreven kind als ingezetene is ingeschreven.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse identiteitskaarten.

De Gouverneur onderscheidenlijk de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 7, geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C6 kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 39, 63 en 71 wordt terstond melding gemaakt aan het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C7.

De Gouverneur onderscheidenlijk de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 7, geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking van modelformulier C4 terstond kennis aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.

De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 7, waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

Het ongedaan maken van een bijschrijving vindt plaats:

Het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument, bedoeld in artikel 79, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 7, waarin de bijgeschrevene als ingezetene is ingeschreven.

De Gouverneur die:

Vervallen

Vervallen

Onverminderd het bepaalde in artikel 65, tweede lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in artikel 83 bedoelde reisdocumentenadministratie uitsluitend toegestaan aan:

De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de transporteur.

De Gouverneurs onderscheidenlijk de aangewezen autoriteiten, bedoeld in artikel 7, maken binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten gebruik van het reisdocumentenstation, het aanvraagstation, het mobiel vingerafdrukopname-apparaat en de overige materialen, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en met inachtneming van de bijgeleverde gebruikershandleidingen.

De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de bedragen die terzake van de verschuldigde kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 7, verplicht desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001 daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de accountants die de in artikel 109, negende lid, bedoelde accountantscontrole hebben uitgevoerd.

De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 1995 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als “Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen”.

Deze regeling zal in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Hiervan is sprake indien een uitgiftelokatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

Vervallen

Ankara

Antwerpen

Athene

Barcelona

Berlijn

Bern

Brussel

Dublin

Düsseldorf

Frankfurt

Hamburg

Helsinki

Istanbul

Kopenhagen

Lissabon

Londen

Luxemburg

Madrid

Milaan

München

Oslo

Parijs

Rome

Stockholm

Wenen

Identificatiekaarten (IAR-kaarten) worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt.

BZK verstrekt standaard vijf identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld reisdocumentenstation (RAAS). In de gevallen waar door BZK aanvullend nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit werkstation drie IAR-kaarten worden verstrekt.

Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste medewerkers, waarbij er per uitgiftelocatie in totaal niet meer dan 20 operationele IAR-kaarten mogen zijn. Deze grens is vastgesteld uit oogpunt van beveiliging.

De autorisatiebevoegde dient diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd. IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens technische mankementen worden op aanvraag vervangen.

De leveringstermijn van IAR-kaarten bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw RAAS en/of werkstation.

Ligt ter inzge bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.