U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-08-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0012811

Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeestersPaspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet en artikel 3 van het Besluit paspoortgelden;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. vanBoxtel

Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:

Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het agentschap BPR.

De burgemeester neemt ten behoeve van personen die als ingezetene in de basisadministratie van zijn gemeente zijn ingeschreven naast de in de wet genoemde gevallen tevens de aanvragen in ontvangst voor en gaat over tot verstrekking van:

De burgemeester van Den Haag verricht de handelingen die hij ingevolge de wet en artikel 6 dient te verrichten tevens ten behoeve van personen die niet als ingezetene in de basisadministratie van een gemeente zijn ingeschreven.

De burgemeester die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de burgemeester die ingevolge de wet en de artikelen 6 en 7 van deze regeling daartoe wel bevoegd is.

Een faciliteitenpaspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.

Een tweede paspoort is geldig voor twee jaren en voor alle landen.

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

Het aanvraagformulier wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar met gebruikmaking van de daartoe bestemde apparatuur gescand, zodat de foto en de handtekening van de aanvrager en de paraaf van de bevoegde ambtenaar die akkoord is met de verstrekking worden gedigitaliseerd en met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 40, worden samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

Indien een reisdocument of een bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet op het verwachte tijdstip is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 47, tweede of derde lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument, op de daarin opgenomen bijschrijving of op de bijschrijvingssticker betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Reisdocumenten en bijschrijvingsstickers die:

De ten behoeve van de bijschrijving in een bestaand reisdocument vervaardigde bijschrijvingssticker wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de daarvoor bestemde pagina in het reisdocument aangebracht.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse identiteitskaarten.

De burgemeester geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C6 kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 27, 52 en 60 wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie.

De burgemeester geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking van modelformulier C4 terstond kennis aan de Dienst Nationale Recherche Informatie van het Korps Landelijke Politie Diensten.

De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

Het ongedaan maken van een bijschrijving vindt plaats:

Het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument, bedoeld in artikel 69, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente waarin de bijgeschrevene als ingezetene is ingeschreven.

De verstrekking van gegevens uit de in artikel 72 bedoelde reisdocumentenadministratie wordt uitsluitend toegestaan aan:

De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar spreekt met het bestelkantoor het tijdstip af waarop de zending wordt afgeleverd.

De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van de houder van een reisdocument ingevolge de wet, draagt de burgemeester er bij wijze van faciliteit zorg voor dat de persoon, die blijkens de basisadministratie van zijn gemeente als ingezetene is ingeschreven en houder is van een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur binnenkort zal verlopen, schriftelijk wordt gewezen op het verstrijken van de geldigheidstermijn, de verplichting het reisdocument in te leveren en de mogelijkheid om een nieuw reisdocument aan te vragen.

Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de bedragen die terzake van de verschuldigde kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is het college van burgemeester en wethouders verplicht desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 22 van de Comptabiliteitswet daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde registeraccountants.

De burgemeester draagt ervoor zorg dat iedere ingezetene uiterlijk acht weken voor het bereiken van de leeftijd van veertien jaar er schriftelijk op wordt gewezen dat hij tot het bereiken van de leeftijd van vijftien jaar in aanmerking komt voor een eenmalige kosteloze verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart.

De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.

In afwijking van artikel 69, onder a, vindt het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument dat voor de inwerkingtreding van deze regeling is verstrekt, plaats door deze bijschrijving met de pen op onuitwisbare wijze door te halen, het plaatsen van de clausule "Wijziging/doorhaling goedgekeurd d.d. <datum> en waarmerking van de doorhaling met het in artikel 88, eerste lid, bedoelde dienststempel, voorzien van de paraaf van de burgemeester of de daartoe aangewezen ambtenaar.

In afwijking van artikel 72, vierde lid, worden de in artikel 72, eerste lid, bedoelde gegevens, voor zover zij betrekking hebben op reisdocumenten die zijn verstrekt tussen 1 januari 1990 en 1 januari 1994, bewaard tot 1 januari 2005.

De burgemeester is slechts bevoegd van een aanvraagsysteem reisdocumenten in zijn gemeente gebruik te maken nadat uit een daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingesteld onderzoek is gebleken, dat aan het bepaalde in artikel 87, tweede lid, wordt voldaan.

Vervallen

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 1995 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als “Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001”.

Niet opgenomen.

Aan:

Agentschap BPR

Postbus 10451

2501 HL Den Haag

Betreft: aanbieding van resultaten onderzoek reisdocumenten

Hierbij bied ik u de resultaten van het onderzoek, als bedoeld in artikel 94 lid 3 van de Paspoortuitvoeringsregeling 2001 van de gemeente ......... (naam gemeente) aan. De elektronische versie van deze rapportage is reeds via het internet aan het agentschap BPR beschikbaar gesteld. Tevens bied ik u hierbij de verklaring aan van de (naam functie) die het onderzoek heeft uitgevoerd. In deze verklaring geeft de (naam functie) aan dat hij instaat voor de juistheid van de verstrekte gegevens van het verrichte onderzoek. Indien de resultaten van het onderzoek daartoe aanleiding geven zal ik erop toezien dat de dan noodzakelijk gebleken (aanvullende) beveiligingsmaatregelen in mijn gemeente zullen worden getroffen.

Plaats en datum

Handtekening van de burgemeester

Aan:

Agentschap BPR

Postbus 10451

2501 HL Den Haag

Betreft: Verklaring deskundige onderzoek beveiligingsmaatregelen reisdocumenten

Ondergetekende (naam; functie; organisatie) verklaart het driejaarlijkse onderzoek als bedoeld in artikel 94 lid 3 van de PUN 2001 volgens de bepalingen in het onderzoeksprotocol te hebben uitgevoerd en verklaart voorts, op grond hiervan, dat de antwoorden op de gestelde vragen een correcte weergave vormen van de feitelijk waargenomen situatie bij de gemeente.

Plaats en datum

Handtekening

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.

De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:

Opmerkingen vooraf

Hoewel de beschreven problemen naar verwachting zelden zullen optreden, is er toch voor gekozen om in deze bijlage alle denkbare problemen die zich bij de aflevering zouden kunnen voordoen, in detail te beschrijven.

Voor uitgevende instanties is vooral van belang de volgende zaken in het oog te houden:

Voor de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland zijn de procedures op een aantal punten afwijkend, zie de detailbeschrijving.

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

BeveiligingsNet 2001

QC822/2001V0167/HK/mh

16 augustus 2001

Versie 1.0

INLEIDING3VOOR WIE?3DOEL3MAATREGELEN EN AANBEVELINGEN4RESULTAATBEPALING4INVULINSTRUCTIE4AANDACHTSPUNTEN BIJ DE WAARDERING VAN HET RESULTAAT61TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN72BEVEILIGINGSBELEID/-PLAN, COMMUNICATIE EN ONDERZOEK113ORGANISATORISCHE MAATREGELEN EN AUTORISATIES144BOUWKUNDIGE EN ELEKTROTECHNISCHE VOORZIENINGEN205ICT-VOORZIENINGEN246IDENTITEITSVERIFICATIE267DE BESLISSING OP DE AANVRAAG328ONTVANGST, UITREIKEN EN ONTTREKKING VAN REISDOCUMENTEN349BEHEER EN ADMINISTRATIE (DOCUMENTEN, FORMULIEREN EN MATERIALEN)39RESULTAAT BEVEILIGINGSNET42ACTIEPLAN43BIJLAGEN BEVEILIGINGSNET 2001Bijlage 1RISICO'S EN MAATREGELEN45BIJLAGE 2ASPECTEN VAN BEVEILIGINGSBELEID47BIJLAGE 3FUNCTIEBESCHRIJVING BEVEILIGINGSFUNCTIONARIS48BIJLAGE 4AANDACHTSPUNTEN BIJ HET SCHRIJVEN VAN PROCEDURES49BIJLAGE 5FUNCTIESCHEIDING50BIJLAGE 6AANDACHTSPUNTEN SLEUTEL-, KEY-CARDS- EN CODE-PROCEDURE53BIJLAGE 7AVOORBEELDPROCEDURE IDENTIFICERENDE VRAGEN54BIJLAGE 7BFORMULIER IDENTIFICERENDE VRAGEN55BIJLAGE 8TIPS VOOR FOTO-FOTO EN FOTO-PERSOON VERGELIJKING57BIJLAGE 9CHECKLIST BEVEILIGINGSPLAN59

RESULTAAT

BIJLAGE 1RISICO'S EN MAATREGELEN45BIJLAGE 2ASPECTEN VAN BEVEILIGINGSBELEID47BIJLAGE 3FUNCTIEBESCHRIJVING BEVEILIGINGSFUNCTIONARIS48BIJLAGE 4AANDACHTSPUNTEN BIJ HET SCHRIJVEN VAN PROCEDURES49BIJLAGE 5FUNCTIESCHEIDING50BIJLAGE 6AANDACHTSPUNTEN SLEUTEL-, KEY-CARDS- EN CODE-PROCEDURE53BIJLAGE 7AVOORBEELDPROCEDURE IDENTIFICERENDE VRAGEN54BIJLAGE 7BFORMULIER IDENTIFICERENDE VRAGEN55BIJLAGE 8TIPS VOOR FOTO-FOTO EN FOTO-PERSOON VERGELIJKING57BIJLAGE 9CHECKLIST BEVEILIGINGSPLAN59

Het BeveiligingsNet 2001 is ontwikkeld door Stavoor Circon in opdracht van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). De ontwikkeling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een begeleidingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, verschillende gemeenten, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Accountantsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en het agentschap BPR.

Voor vragen of opmerkingen over dit instrument kunt u contact opnemen met de Infodesk van het agentschap BPR, telefoonnummer: 070 - 36 22 435 of per e-mail: agentschap@bprbzk.nl.

Het BeveiligingsNet is een hulpmiddel waarmee u kunt nagaan hoe veilig de opslag, uitgifte en administratie van reisdocumenten verloopt in uw gemeente. Naast het toetsen van de kwaliteit van de feitelijke beveiligingsmaatregelen kunt u het BeveiligingsNet gebruiken bij het opzetten, invoeren of beoordelen van het beveiligingsplan. Het resultaat geeft aan in hoeverre en op welke gebieden aanvullende maatregelen of voorzieningen nodig zijn.

Deze tweede uitgave van het BeveiligingsNet (versie 2001) is een aangepaste en geactualiseerde versie van het in 2000 geïntroduceerde BeveiligingsNet. Het instrument is aangepast aan de situatie waarin de reisdocumenten centraal gepersonaliseerd worden (NGR), alsmede aan de ontwikkelingen op het terrein van met reisdocumenten samenhangende fraude en misbruik.

Het BeveiligingsNet wil het procesmatige karakter van de beveiligingsproblematiek benadrukken (bewustwording, continuïteit, optimalisering). Relevante regelgeving wordt beschreven in korte inleidingen op de betreffende onderdelen. Specifieke maatregelen of voorzieningen worden, waar nodig, toegelicht. Aansluitend op de resultaatbepaling is een model voor een rapportage opgenomen waarin u wordt uitgedaagd een actieplan met concrete verbeterpunten op te stellen. Tot slot zijn enkele bijlagen opgenomen met onder meer enkele voorbeeldprocedures en een checklist voor het opstellen van een beveiligingsplan.

Het BeveiligingsNet is bestemd voor:

Het BeveiligingsNet is leidraad bij het in de PUN verplicht gestelde jaarlijkse onderzoek naar de staat van de beveiliging rondom de reisdocumenten. De gemeente kan met het BeveiligingsNet toetsen hoe veilig de opslag, verstrekking, uitreiking en administratie van reisdocumenten verloopt. Daarnaast kan het BeveiligingsNet worden gebruikt bij het opzetten, verder vormgeven of aanpassen van het beveiligingsplan.

In het BeveiligingsNet wordt onderscheid gemaakt tussen krachtens wetDe wettelijke eisen zijn gebaseerd op de Paspoortwet en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), inclusief toelichtingen en aanvullende ministeriële circulaires. voorgeschreven maatregelen en aanbevelingen. De maatregelen zijn voorschriften, procedures of voorzieningen die deel uitmaken van het verplichte minimum beveiligingsniveau. De aanbevelingen zijn procedures of voorzieningen die niet verplicht zijn, maar waarmee de beveiliging kan worden geoptimaliseerd.

Als alle maatregelen zijn doorgevoerd, beschikt de gemeente over een voldoende beveiligingsniveau. Als daarboven alle aanbevelingen zijn doorgevoerd, beschikt de gemeente over een optimaal beveiligingsniveau.

De maatregelen en aanbevelingen zijn in het BeveiligingsNet in de vorm van vragen geformuleerd waarop met ‘ja’ of ‘nee’ kan worden geantwoord. De vragen zijn verdeeld over negen hoofdstukken die samen de bouwstenen vormen van het beveiligingssysteem.

Het ontbreken van of niet voldoen aan een maatregel in uw gemeente levert een zogenoemde ‘lacune’ (hiaat, tekort) op. Het totaal aantal lacunes geeft per hoofdstuk een indicatie van de beveiligingsachterstand, d.w.z. hoeveel maatregelen moeten nog worden ingevoerd om te komen tot een beveiligingsniveau dat zowel wettelijk als beveiligingstechnisch voldoende is.

U ontvangt punten voor de maatregelen en aanbevelingen die in uw gemeente zijn ingevoerd. De procentuele verhouding tussen de behaalde en maximaal te behalen punten geeft per hoofdstuk een indicatie van de gerealiseerde beveiligingsinspanning, d.w.z. de inzet die uw gemeente nu pleegt om de reisdocumenten te beveiligen.

Na het invullen van alle subtotalen op de resultaatpagina ziet u per beveiligingsaspect:

De vragen zijn verdeeld over zeven hoofdstukken. Elk hoofdstuk bevat een aantal thema's. Onder deze thema's staat soms een samenvatting van het relevante PUN-artikel, een verwijzing naar een bijlage of een korte beveiligingstechnische uitleg. Daarna volgen de vragen die met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden.

Een voorbeeld van enkele vragen uit de paragraaf over het jaarlijkse onderzoek naar en actualisering van de beveiligingsmaatregelen (paragraaf 2.4):

Het BeveiligingsNet levert een beeld op van de mate waarin uw beveiligingssysteem voldoet aan de wettelijke verplichtingen en aan actuele beveiligingstechnische inzichten. Het aantal lacunes in uw beveiliging heeft een grote invloed op de hoogte van de risico's die u loopt bij de opslag, verstrekking en uitreiking van reisdocumenten. Het bestaan van dergelijke tekortkomingen kan daarom niet worden gecompenseerd door een relatief hoge score op de beveiligingsinspanning. Zonder goede fundering blijft een huis kwetsbaar, hoe goed en gedetailleerd de rest ook is gebouwd en ingericht.

Het beoordelen van een beveiligingssysteem is een complexe aangelegenheid die veel aandacht vraagt. U kunt bijvoorbeeld bij het gebruik van het BeveiligingsNet bepaalde zaken over het hoofd zien. Ook betekent een goede uitkomst (nul lacunes en een hoge beveiligingsinspanning) niet automatisch dat u geen risico meer loopt. We geven enkele voorbeelden:

Periodieke observatie van de feitelijke uitvoering van procedures is dus nodig. En zelfs dán valt te verwachten dat de geobserveerde uitvoering wordt beïnvloed door sociaal wenselijk gedrag (bijvoorbeeld iedereen doet vandaag extra zijn best) of door andere specifieke factoren (bijvoorbeeld tijdelijk personeelstekort). Daarom is het raadzaam om regelmatig de naleving van procedures te controleren aan de hand van registraties, tellingen, parafen, etc. Ook periodieke instructiebijeenkomsten dragen bij aan het scherp houden van het veiligheidsbewustzijn van alle medewerkers.

De inventarisatie met het BeveiligingsNet vormt een momentopname. De feitelijke gang van zaken rond de beveiliging kan – bijvoorbeeld een week later – daarvan min of meer afwijken. U wordt daarom geadviseerd niet blind te varen op het verkregen resultaat, maar dit te gebruiken als hulpmiddel bij het doorlopend proces van opbouwen, bewaken en bijstellen van uw beveiligingssysteem en bij het optimaal op elkaar afstemmen van de verschillende elementen van dat systeem.

Wij wensen u veel succes bij het meten en zo nodig optimaliseren van uw beveiliging!

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

RESULTAAT

Het BeveiligingsNet levert twee soorten resultaten op. Ten eerste noteert u de aantallen lacunes en de beveiligingsinspanning per hoofdstuk in het onderstaande schema. Ten tweede neemt u de lacunes op in het actieplan. Dit actieplan vult u verder in op basis van afspraken in uw gemeente.

Resultaat BeveiligingsNet in schema

Het actieplan bestaat uit een lijst met specifieke tekortkomingen (de lacunes). De lijst beschrijft dus wat nog moet gebeuren om het beveiligingssysteem in overeenstemming te brengen met de wettelijke vereisten. Per punt dient u aan te geven wie actie moet ondernemen en op welk moment e.e.a. gereed moet zijn, dan wel op welk moment er over deze actie gerapporteerd zal worden.

Beveiligingsmaatregelen zijn bedoeld om risico's af te dekken. Het beveiligingssysteem bestaat uit een samenhangend stelsel van bouwkundige en electrotechnische voorzieningen en organisatorische maatregelen (procedures, werkafspraken).

De risico's die spelen rondom het proces van aanvraag, verstrekking, beheer, opslag, uitreiking en administratie van documenten zijn de volgende:

Het college van burgemeester en wethouders is eindverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het beveiligingsbeleid. In dit beleid wordt de verbinding gelegd tussen de totale visie op de beveiliging, de inschatting van risico's die de gemeente loopt (risico-inventarisatie), de verdeling van verantwoordelijkheden m.b.t. de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen en de instandhouding van een goede beveiligingsattitude (kennis en houding). Vanuit dit beveiligingsbeleid wordt door de verschillende afdelingen een beveiligingsplan geschreven. In zo'n beveiligingsplan worden de bouwkundige/fysieke maatregelen beschreven en relevante werkprocessen vastgelegd. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de beveiligingsorganisatie en aan de manier waarop wordt gewerkt aan het instandhouden van een goede beveiligingsattitude.

De volgende elementen maken deel uit van het beveiligingsbeleid:

Plaats in de organisatie

Rechtstreekse verantwoordelijkheid naar de burgemeester zonder tussenkomst van leidinggevenden in de lijn.

Algemene beschrijving

De beveiligingsfunctionaris wordt conform de PUN2001 door de burgemeester in deze taak benoemd. Daarbij dient in ieder geval sprake te zijn van functiescheiding tussen de beveiligingsfunctie en uitvoerende taken bij reisdocumenten (in overeenstemming met PUN art. 93 lid 10).

De beveiligingsfunctionaris is verantwoordelijk voor:

De werkzaamheden omvatten tenminste de volgende onderdelen:

Procedures in het beveiligingsplan reisdocumenten hebben tot doel de voor de beveiliging relevante processen rondom de aanvraag, verstrekking, beheer, opslag en administratie van reisdocumenten vast te leggen. Procedures zijn een gestructureerde weerslag van de dagelijkse werkzaamheden en worden gebruikt voor instructie van medewerkers en als kader voor de (op beveiligingsaspecten gerichte) controle van de dagelijkse werkzaamheden door de leidinggevende of een (externe) onderzoeker. In de procedures staat hoe het is afgesproken en met behulp van de schriftelijke procedures kan worden nagegaan of wordt gewerkt zoals afgesproken.

Om aan deze tweeledige doelstelling (instructie en controle) te kunnen voldoen, is het van belang dat procedures de dagelijkse werkzaamheden zo precies mogelijk beschrijven en dat er elementen in zijn opgenomen, die maken dat achteraf kan worden nagegaan of werkelijk is gewerkt zoals afgesproken.

Procedures worden opgebouwd volgens de volgende aandachtspunten:

Functiescheiding heeft als doel misbruik of oneigenlijk gebruik van bevoegdheden te voorkomen. Functiescheiding maakt dat collega's elkaar (direct of achteraf) onderling kunnen controleren. Daarmee wordt de kans verkleind dat zij door ‘kwaadwillenden’ worden misleid (externe fraude) of dat zij, al dan niet onder druk van chantage, bedreiging of omkoping, misbruik maken van hun bevoegdheden (interne fraude).

De taken/verantwoordelijkheden in het proces van aanvraag tot uitreiking van reisdocumenten zijn de volgende:

De taken zijn uiteraard op verschillende manieren te groeperen. Daarbij dienen de verplichtingen uit de PUN als uitgangspunt te worden gehanteerd. De PUN schrijft functiescheiding voor:

Een mogelijke groepering van taken over de medewerkers is:

De implicaties van de verplichtingen op het vlak van de functiescheiding voor de verdeling van deze taken zijn de volgende:

Voor de controle op de logische en fysieke toegangsbeveiliging maken we gebruik van sleutels, key-cards, persoonsgebonden identificatiekaarten (Identificatiekaarten Aanvraagsysteem Reisdocumenten - IAR) en codes (PIN-codes van het RAAS en codes van het toegangssysteem). Een procedure voor de uitgifte en het beheer van deze middelen dient niet alleen om de afdeling Burgerzaken en de opslagvoorzieningen te vrijwaren tegen bezoekers die daar niets te zoeken hebben, maar is ook een instrument in het kader van zorgvuldige autorisatie. Een goede procedure bevat in elk geval de volgende elementen:

Inleiding

In situaties waarin geen oud document kan worden overgelegd, of wanneer om enigerlei reden getwijfeld wordt aan de identiteit van de aanvrager geschiedt de identiteitsverificatie onder meer op basis van identificerende vragen. Kwaadwillende aanvragers kunnen zich hierop voorbereiden. Daarom worden zoveel mogelijk moeilijke en gevarieerde vragen gesteld en wordt een norm gehanteerd omtrent het aantal foute antwoorden dat wordt toegestaan. Het vragenformulier wordt ondertekend door de ambtenaar.

Opmerking:

identificerende vragen stellen aan kinderen en zeker aan jonge kinderen die geen of nauwelijks Nederlands spreken, is in de praktijk slecht toepasbaar. Helaas zijn de mogelijkheden voor nadere verificatie van de identiteit beperkt. Ook bij allochtone aanvragers is het verifiëren van de identiteit op basis van identificerende vragen gecompliceerd. In andere culturen hebben verjaardagen en geboortedata een andere status dan in de West-Europese, hetgeen maakt dat aanvragers minder bekend zijn met deze gegevens. Dit vraagt extra aandacht en een manier van identiteitsvaststelling die recht doet aan deze cultuurverschillen zonder de identiteitsbepaling te versoepelen.

Acceptatiecriteria voor de pasfoto

De pasfoto voor een nieuw reisdocument moet voldoen aan de acceptatiecriteria zoals vermeld in de fotomatrix. De fotomatrix is opgenomen in bijlage L van de paspoortuitvoeringsregelingen. In de uitvoeringsregelingen (art. 28 PUN, art. 42 PUB, art. 17 PUKMAR, art. 40 PUNA) is bepaald onder welke voorwaarden van één of meer acceptatiecriteria kan worden afgeweken.

Foto-persoon vergelijking

Bij de controle op overeenkomsten tussen de persoon van de aanvrager en de foto die hij inlevert of de foto in het oude document dat hij overlegt, moet worden gelet op typische bij voorkeur onveranderbare kenmerken:

Probeer, zeker bij twijfel, de persoon te bekijken vanuit het perspectief van de foto, dus met het hoofd in dezelfde houding. Vergelijk:

Foto-foto vergelijking

Bij vergelijking van verschillende pasfoto's gelden dezelfde aandachtspunten als bij foto-persoon vergelijking. Extra tips zijn:

Tip: Bekijk de foto's op de kop. Omdat de invloed van het gehele gezicht dan minder dominant wordt, wordt het makkelijker de foto's objectief/wetenschappelijk te bekijken en onderlinge afstanden, verhoudingen en vormen te vergelijken.

Het beveiligingsplan is een ‘levend document’ dat jaarlijks wordt bijgesteld naar aanleiding van het periodieke onderzoek naar de effectiviteit en doelmatigheid van de beveiliging of na tussentijdse wijzigingen van procedures of voorzieningen. Het beveiligingsplan dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:

Ankara

Antwerpen

Athene

Barcelona

Berlijn

Bern

Boedapest

Bratislava

Brussel

Dublin

Düsseldorf

Frankfurt

Hamburg

Helsinki

Istanbul

Kopenhagen

Lissabon

Ljubljana

Londen

Luxemburg

Madrid

Milaan

München

Nicosia

Oslo

Parijs

Praag

Riga

Rome

Stockholm

Tallinn

Valletta

Vilnius

Warschau

Wenen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt vijf identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld reisdocumentenstation (RAAS). Deze worden kosteloos aan de uitgevende instantie ter beschikking gesteld. In de gevallen waar door BZK aanvullend nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit werkstation kosteloos drie IAR-kaarten beschikbaar worden gesteld.

Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste medewerkers, met een maximum van 20 operationele IAR-kaarten per uitgiftelocatie. Deze grens is vastgesteld uit oogpunt van beveiliging. De kosten voor deze extra IAR-kaarten worden door het Agentschap BPR gefactureerd ten laste van de uitgevende instanties.

Per kalenderjaar worden er per uitgiftelocatie maximaal twee IAR-kaarten kosteloos ter beschikking gesteld, bijv. in verband met verloop van personeel. De kosten van een hoger aantal IAR-kaarten worden, onder aftrek van de twee kosteloos te verstrekken IAR-kaarten, door het Agentschap BPR gefactureerd ten laste van de uitgevende instantie.

Indien een uitgiftelocatie IAR-kaarten moet aanvragen in verband met diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik, worden de kosten door het Agentschap BPR gefactureerd ten laste van de uitgevende instantie. De uitgevende instantie dient diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd. IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens technische mankementen worden kosteloos vervangen.

De leveringstermijn van IAR-kaarten bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw RAAS en/of werkstation. In dat geval is de leveringstermijn gelijk aan de standaard leveringstermijn van reisdocumenten.

Spoedaanvragen gaan vergezeld van een fax aan Sdu Identification (ordermanagement, faxnummer 023-5184305).

De kosten van extra IAR-kaarten bedragen € 52,64 per kaart. De kosten van IAR-kaarten, ingeval van een spoedaanvraag, bedragen € 79,87 per kaart.

Facturering van extra IAR-kaarten door het Agentschap BPR zal op jaarbasis plaatsvinden.

Ligt ter inzage bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.