U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-07-2013.

Ministeriële regeling · BWBR0012811

Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeestersPaspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet en artikel 3 van het Besluit paspoortgelden;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. vanBoxtel

Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:

Een nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet wordt niet voorzien van vingerafdrukken van de houder.

Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het agentschap BPR.

De burgemeesters van Bergen op Zoom, Echt-Susteren, Enschede, ’s-Gravenhage, Haarlemmermeer, Maastricht, Montferland en Oldambt verrichten de handelingen ingevolge de wet en artikel 6, eerste lid, tevens ten behoeve van personen die niet als ingezetene in de basisadministratie van een gemeente zijn ingeschreven.

De burgemeester of de gezaghebber die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de burgemeester of de gezaghebber die ingevolge de wet en de artikelen 6 en 7 van deze regeling daartoe wel bevoegd is.

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 40, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

De daartoe aangewezen ambtenaar zendt, nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.

De documenten die na de controle van de zending als bedoeld in de artikelen 44 of 45 in de openbare lichamen voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 67, tweede lid, aangegeven wijze.

Indien een reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet op het verwachte tijdstip is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 47, tweede, derde of vijfde lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Reisdocumenten die:

Tot uitreiking van het reisdocument wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is.

Vervallen

Bij uitreiking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden de daarop betrekking hebbende gegevens geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse identiteitskaarten.

De burgemeester of de gezaghebber geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van het daartoe door het agentschap BPR beschikbaar gestelde formulier kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 27, 52 en 60 wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie. Indien de melding wordt gedaan door of namens de gezaghebber van een openbaar lichaam, geschiedt de melding met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

De burgemeester of de gezaghebber geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking van het daartoe door het agentschap BPR beschikbaar gestelde formulier terstond kennis aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.

De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente of het openbaar lichaam waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

Vervallen

Vervallen

Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, alsmede van de uitreiking van een vervangend reisdocument, wordt met gebruikmaking van het daartoe door het agentschap BPR beschikbaar gestelde formulier kennis gegeven aan:

Onverminderd het bepaalde in artikel 65, tweede lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in artikel 72 bedoelde reisdocumentenadministratie uitsluitend toegestaan aan:

Het dienststempel is een inktstempel van een rond formaat met een diameter van 15 mm, dat voorzien is van het gemeentewapen of het wapen van het openbaar lichaam.

De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van de houder van een reisdocument ingevolge de wet, draagt de burgemeester of de gezaghebber er bij wijze van faciliteit zorg voor dat de persoon, die blijkens de basisadministratie van zijn gemeente of openbare lichaam als ingezetene is ingeschreven en houder is van een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur binnenkort zal verlopen, schriftelijk wordt gewezen op het verstrijken van de geldigheidstermijn, de verplichting het reisdocument in te leveren en de mogelijkheid om een nieuw reisdocument aan te vragen.

Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de bedragen die terzake van de verschuldigde kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege verplicht desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001 daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 38, derde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde registeraccountants.

Artikel 73 is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van gegevens uit de administratie van nooddocumenten.

De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.

Vervallen

Vervallen

De burgemeester of de gezaghebber is slechts bevoegd van een aanvraagsysteem reisdocumenten in zijn gemeente of openbaar lichaam gebruik te maken nadat uit een daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingesteld onderzoek is gebleken, dat aan het bepaalde in artikel 87, tweede lid, wordt voldaan.

Vervallen

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 1995 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als “Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001”.

Vervallen

Vervallen

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.

De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze bijlage behoort bij artikel 94, vierde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001

In hoofdstuk XII van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN 2001) zijn de bepalingen opgenomen over de te nemen beveiligingsmaatregelen rond de verstrekking van reisdocumenten. Daarin is aangegeven dat de burgemeester een jaarlijkse controle op de beveiligingsmaatregelen moet laten uitvoeren. Door BPR is BeveiligingsNet aangewezen als het daarvoor beschikbare hulpmiddel.

In artikel 94, derde lid van de PUN 2001 is bepaald dat iedere gemeente één keer per drie jaar door een deskundige een onderzoek moet laten uitvoeren om na te gaan op welke wijze is voldaan aan de verplichting om jaarlijks de toepassing van beveiligingsmaatregelen alsmede op de werking van de beveiligingsmaatregelen in de praktijk.

Het driejaarlijkse onderzoek is een ‘systeemgericht’ onderzoek naar de werking van het reisdocumentenproces.

Het onderzoek heeft tot doel:

Het onderzoeksprotocol geldt voor de afdelingen Burgerzaken/Publiekszaken van de gemeenten en voor de deskundigen die dit protocol in opdracht van de gemeente gebruiken bij de uitvoering van het onderzoek.

Bij het onderzoek binnen de gemeenten zijn de voornaamste betrokkenen:

Dit protocol is ontwikkeld door het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), sinds 2004 in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken.

In artikel 94 van de PUN 2001 is de controle op de toepassing van de gemeentelijke beveiligingsmaatregelen geregeld. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat de burgemeester één keer per drie jaar door een deskundige een controle laat uitvoeren. Deze controle is gebaseerd op de jaarlijkse interne controle door middel van het BeveiligingsNet (artikelen 90 tot en met 93 en 94, eerste lid, van de PUN 2001).

De rapportage van deze driejaarlijkse controle bestaat uit een op internet ingevulde elektronische vragenlijst, aangevuld met een schriftelijke verklaring van de deskundige over de juiste weergave van de onderzoeksresultaten. Deze verklaring van de deskundige wordt, vergezeld door een aanbiedingsbrief van de burgemeester, per post verstuurd aan het Agentschap BPR.

Onder meer met deze gemeentelijke rapportages krijgt BPR op landelijk niveau inzicht in de werking van de beveiliging van het reisdocumentenstelsel. Met de gemeentelijke rapportages kan het Agentschap BPR ook inzicht verschaffen aan de minister. Daarnaast kunnen zo nodig stuur- en stimuleringsimpulsen worden gegeven aan gemeenten en kan eventueel het beleid van het reisdocumentenstelsel worden aangepast.

Met dit protocol voor het driejaarlijkse onderzoek geeft BPR uitvoering aan het in de PUN 2001 uitgewerkte beleid van de minister van BZK voor de beveiligingsaspecten van het reisdocumentenstelsel binnen Nederland. Dit gebeurt met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten voor hun feitelijke beveiligingsniveau.

De meerwaarde van dit onderzoek ten opzichte van het jaarlijkse zelfonderzoek (BeveiligingsNet 2001) is om gemeenten te informeren over hun beveiligingsniveau in vergelijking met collegagemeenten. Daarnaast ontvangen gemeenten advies over de beveiligingsaspecten waar nog verbeteringen nodig of mogelijk zijn.

Met een internettoepassing moeten de gemeenten hun onderzoeksresultaten elektronisch rapporteren aan het Agentschap BPR. Gemeenten krijgen op basis van deze onderzoeksbevindingen een geautomatiseerde terugkoppeling. Verder maakt de centrale verwerking het mogelijk dat resultaten van gemeenten met elkaar kunnen worden vergeleken (benchmarking).

Gemeentelijke herindeling na 2007.

Het onderzoek wordt uitgevoerd op de situatie vanaf de herindeling, dus alleen voor de nieuwe gemeente. Bijvoorbeeld bij een herindeling per 1-1-2008 geldt een onderzoeksperiode vanaf 1-1-2008 tot nu. Bij een op handen zijnde herindeling na 2010 moeten de betrokken gemeenten ieder afzonderlijk het onderzoek uitvoeren.

Het onderzoek moet worden uitgevoerd voor elke locatie waar reisdocumenten worden uitgegeven. Dit betekent dat de vragenlijst van het onderzoek voor elke uitgiftelocatie moet worden ingevuld.

In aanvulling op het onderzoek zal bij een aantal gemeenten een steekproef worden gehouden om na te gaan of de uitkomsten van de onderzoeken een juiste afspiegeling vormen van de werkelijke situatie. De steekproef wordt uitgevoerd bij een beperkt aantal gemeenten.

De steekproef vindt plaats kort nadat de resultaten van het driejaarlijkse onderzoek door de gemeenten zijn aangeleverd bij BPR. De grootte van de steekproef ligt op ongeveer 35 gemeenten. De steekproef wordt a-select getrokken, rekening houdend met een evenredige verdeling onder grote, middelgrote en kleine gemeenten. Daarnaast kan er nog behoefte bestaan gemeenten te bezoeken met specifieke risicoprofielen, bijvoorbeeld gemeentelijke herindelingen of bij gemeenten die achterblijven op beveiligingsresultaten op het gebied van zowel reisdocumenten als GBA. De steekproefgemeenten worden vóór 1 oktober 2010, dus voorafgaand aan de start van het onderzoek, door BPR bepaald. De gemeenten die binnen het steekproefonderzoek vallen worden daarover begin 2011 door BPR geïnformeerd.

Het Agentschap BPR voert de steekproef uit en kan per gemeente de volgende stappen omvatten:

BPR koppelt de resultaten van elke steekproefgemeente terug aan de burgemeester, in afschrift aan het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken. In de procedure is ruimte voor een weerwoord (hoor en wederhoor) van de gemeente of de uitvoerder van het oorspronkelijke onderzoek.

Als de bevindingen uit de steekproef daartoe aanleiding geven worden kunnen ook andere gemeenten onderzocht.

De eigen verantwoordelijkheid van gemeenten komt onder meer tot uitdrukking in de rol van opdrachtgever voor het onderzoek in de eigen gemeente en in de aanbieding van de onderzoeksresultaten aan BPR. Met deze aanbieding geeft de burgemeester aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen voor het onderzoek en zorg te dragen voor (aanvullende) beveiligingsmaatregelen als de terugkoppeling door BPR daar aanleiding toe geeft.

Door waar mogelijk gebruik te maken van de uitkomsten van de jaarlijkse zelfonderzoeken van gemeenten (BeveiligingsNet 2001) kunnen de inspanningen en daarmee samenhangende kosten van het onderzoek worden beperkt. Ook bij de bepaling van degenen die in aanmerking komen om het onderzoek uit te voeren (zie paragraaf 4.1) is gezocht naar opties die kosten beperkend werken en ook recht doen aan de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten en die BPR voldoende zekerheid/vertrouwen bieden in de uitkomsten.

Bij de structurering van het onderzoek speelt de vragenlijst een centrale rol. Met de beantwoording van de vragenlijst brengt de deskundige de situatie in kaart over het beveiligingsniveau van de gemeente. De antwoorden op de vragen vormen (ook) de input voor de bepaling van het landelijke beeld en de rapportage daarover door de minister aan de Tweede Kamer.

De centrale vragen waarop het onderzoek antwoord moet geven luiden:

Van incidenten / bijna incidenten kan veel worden geleerd. Daarom worden ook vragen gesteld over het bijhouden daarvan en de eventuele doorwerking naar (actualisering) van het gemeentelijke beveiligingsplan.

Voor de scores op de lacunes uit BeveiligingsNet geldt het volgende. In feite is er maar één goede score: nul lacunes. Voor dit onderzoek gelden echter de volgende uitgangspunten:

Het percentage wordt berekend door het totaal aantal lacunes te delen op het totaal aantal vragen die op basis van de wet en regelgeving zijn gesteld in het BeveiligingsNet.

De burgemeester laat één keer per drie jaar een deskundige een controle uitvoeren. De burgemeester treedt daarmee op als opdrachtgever voor het onderzoek. De deskundige rapporteert dus ook in eerste instantie aan de burgemeester. Dit vindt plaats door het afgeven van een verklaring.

De burgemeester stuurt deze verklaring naar BPR, begeleid door een door de burgemeester ondertekende aanbiedingsbrief.

De beveiligingsfunctionaris van de te onderzoeken gemeente heeft bij de uitvoering van het driejaarlijkse onderzoek geen formele rol. Wel kan deze functionaris fungeren als één van de informatiebronnen voor de deskundige bij de verwerving van de noodzakelijke onderzoeksgegevens. In bepaalde situaties kan een gemeentelijke beveiligingsfunctionaris als deskundige optreden bij een andere gemeente. Deze beveiligingsfunctionaris mag niet betrokken zijn geweest bij de beleidsvorming en/of de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen bij die onderzoeksgemeente.

Zoals al is aangegeven laat de burgemeester een keer per drie jaar een deskundige een controle uitvoeren op de beveiligingsmaatregelen. De deskundige zendt een (elektronisch) afschrift van de rapportage naar het Agentschap BPR. De deskundige voegt aan zijn rapportage een verklaring toe waaruit blijkt dat de juistheid van de onderzoeksbevindingen een correcte weergave vormt van de feitelijke situatie bij de onderzoeksgemeente. Ter onderbouwing van deze bevindingen legt de deskundige een onderzoeksdossier aan waarin de functionaris bijhoudt op basis van welke gegevensbronnen deze tot de bevindingen is gekomen.

Met ‘deskundige’ wordt een functionaris bedoelt met kennis van zaken op het gebied van auditing die niet betrokken is (geweest) bij de beleidsvoorbereiding, planvorming en/of het feitelijke uitvoeringsproces van reisdocumentenverstrekking of beveiligingsmaatregelen.

Samenvattend kunnen optreden als deskundige:

Bij dit onderzoeksprotocol hoort een digitale vragenlijst, bereikbaar via www.bprbzk.nl. In september ontvangt de gemeente hierover nadere informatie, een gebruikersnaam en een wachtwoord. Op de website is de werking van de internetvragenlijst aangegeven. Ook is daar een pagina raadpleegbaar met meest gestelde vragen (’frequently asked questions’; FAQ).

Een gemeente met meer uitgiftelocaties moet het onderzoek uitvoeren voor alle uitgiftelocaties. Dit betekent dat per uitgiftelocatie een vragenlijst moet worden ingevuld. Voor elke uitgiftelocatie ontvangt de gemeente een aparte gebruikersnaam en wachtwoord. De vragenlijst moet altijd vanuit het perspectief van de eigen locatie worden ingevuld. Daar waar ‘gemeente’ staat kan en moet vaak ook ‘uitgiftelocatie’ worden gelezen. Voor de duidelijkheid van de vraagstelling wordt bij een enkele vraag specifiek ‘uitgiftelocatie’ genoemd.

De rapportage bestaat uit de op internet ingevulde vragenlijst, aangevuld met de schriftelijke verklaring van de deskundige over de juiste weergave van de onderzoeksresultaten en de aanbiedingsbrief van de burgemeester. De ingevulde vragenlijst is – na definitief maken – direct elektronisch beschikbaar voor BPR. Indien er meerdere uitgiftelocaties zijn, dan moet voor elke locatie een verklaring van de deskundige meegestuurd worden.

De verklaringen, worden vergezeld door één aanbiedingsbrief van de burgemeester per post gezonden aan het Agentschap BPR. Het onderzoek is afgerond als de ingevulde vragenlijst op internet definitief is gemaakt en BPR tevens per post de door de burgemeester ondertekende aanbiedingsbrief en de door de deskundige ondertekende verklaring(en) heeft ontvangen. U stuurt de volgende stukken aan BPR:

Zodra het Agentschap BPR alle stukken heeft ontvangen, zorgt BPR voor een schriftelijke terugkoppeling naar de gemeente. Op basis van de terugkoppeling zal de gemeente – wanneer nodig – maatregelen moeten treffen om het beveiligingsniveau te verbeteren. De gemeente krijgt dan ook toegang tot benchmark-gegevens op internet zodat het eigen beveiligingsniveau kan worden vergeleken met dat van andere gemeenten.

Om een goed onderbouwde uitspraak te kunnen doen over het gemeentelijk beveiligingsniveau is allereerst van belang dat de resultaten van het onderzoek een correcte weergave vormen van de feitelijke situatie. De deskundige moet daarom instaan voor de juistheid van de antwoorden op de gestelde vragen. Daarvoor ondertekent de deskundige per uitgiftelocatie een verklaring. De deskundige geeft daarmee aan dat de ingevulde antwoorden een correcte weergave vormen van de feitelijke situatie bij de gemeente. Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven legt de deskundige ter onderbouwing van deze verklaring een onderzoeksdossier aan waarin wordt bijgehouden op basis van welke gegevensbronnen (b.v. gespreksverslagen, eigen waarnemingen, rapporten en andere documenten) hoe de deskundige tot de bevindingen is gekomen.

Deze verklaring (het modelformulier C14) is te downloaden vanaf de website van BPR.

De burgemeester stuurt de verklaring(en) van de deskundige naar BPR. Hiervoor biedt het Agentschap BPR een standaard aanbiedingsbrief aan. Deze aanbiedingsbrief (het modelformulier C13) is ook te downloaden vanaf de site van BPR.

De vragenlijst voor het driejaarlijks onderzoek Reisdocumenten wordt door alle gemeenten (en deelgemeenten) ingevuld en verstuurd aan Agentschap Basisadministratie Persoonsgegeven en Reisdocumenten (BPR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform artikel 94 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN 2001).

Het onderzoek heeft tot doel:

Het onderzoek moet worden uitgevoerd voor elke locatie waar reisdocumenten worden uitgegeven. Dit betekent dat de vragenlijst voor elke uitgiftelocatie moet worden ingevuld. De vragenlijst moet altijd vanuit het perspectief van de eigen locatie worden ingevuld. Daar waar ’gemeente’ staat kan en moet vaak ook ‘uitgiftelocatie’ worden gelezen. Voor de duidelijkheid van de vraagstelling wordt bij een enkele vraag specifiek ‘uitgiftelocatie’ genoemd.

De vragenlijst moet elektronisch worden ingevuld.

De vragenlijst is zodanig opgesteld dat:

In de vragenlijst treft u een aantal vragen aan die u zult herkennen uit BeveiligingsNet. Deze kunt u invullen op basis van eerdere antwoorden, uit de meest recente versie tenzij nadrukkelijk anders gevraagd.

In het eerste deel van de vragenlijst stellen we enkele vragen over BeveiligingsNet en het voorliggende onderzoek.

Hierbij vragen wij u naar de resultaten van het BeveiligingsNet van de afgelopen jaren:

Deze vragen gaan over de betrokkenheid van verschillende functionarissen binnen de gemeente bij de beveiliging van het reisdocumentenproces. Wanneer gesproken wordt over leidinggevende/manager reisdocumentenproces, dan gaat het over degene die hier uitvoerend verantwoordelijk voor is (bijvoorbeeld het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken, hoofd Publiekszaken, manager Front-office).

Deze vragen gaan over het beveiligingsplan (artikel 93 PUN 2001). Doel is om vast te stellen of de gemeente over een beveiligingsplan beschikt, hoe dat plan in elkaar steekt en of werking in de praktijk wordt gevolgd.

Deze vragen gaan over de overdracht van informatie over beveiliging binnen de gemeente. Doel is vast te stellen welke vormen van overleg worden gebruikt, hoe men die vormen van overleg inhoud geeft en op welke wijze men controleert of het overleg haar doel bereikt.

Deze vragen gaan over de vastlegging van de werkwijze van de beveiliging en de procedures rond de reisdocumenten. Doel is vast te stellen welke procedures zijn vastgelegd, hoe die vastlegging is opgesteld en hoe de gemeente controleert of de vastgelegde procedures ook in de praktijk worden nageleefd.

Deze vragen gaan over bouwkundige en elektrotechnische voorzieningen en ICT-beveiliging.

Hartelijk dank voor het invullen van de vragenlijst.

Heeft u vragen over het onderzoek, kijk dan op www.bprbzk.nl of neem contact op met het Agentschap BPR van het Ministerie van BZK, telefoonnummer 088-9001000 of stel uw vraag per e-mail naar Agentschap@bprbzk.nl.

Om de steekproef uit te kunnen voeren is het noodzakelijk dat iedere gemeente voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten een onderzoeksdossier aanlegt. Dit onderzoeksdossier moet om de volgende reden worden aangelegd:

De gemeente moet zich voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten baseren op schriftelijke documenten en moet deze documenten in het onderzoeksdossier voegen, tenzij er sprake is van mondelinge informatieoverdracht. In dat geval kan er geen document worden opgenomen in het onderzoeksdossier.

In deze bijlage wordt een opsomming gegeven van documenten die de gemeente kan raadplegen voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten. Baseert de gemeente zich op deze documenten dan moet een kopie van deze documenten in het onderzoeksdossier bewaard worden. Heeft de gemeente zich gebaseerd op andere documenten dan genoemd, dan moet een kopie van deze documenten in het onderzoeksdossier worden gevoegd.

Voor de beantwoording van de vragen van het onderzoek reisdocumenten kan meerdere keren gebruik worden gemaakt van dezelfde documenten.

De volgende documenten kunnen gebruikt worden voor de beantwoording van de vragen van het onderzoek reisdocumenten:

Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.