U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 19-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Verordening van het Productschap Zuivel van 19 september 2001, houdende regels ter zake van de gewichtsbepaling van boerderijmelk bij gebruik van melkontvangsten met mobiel weegsysteem (Zuivelverordening 2001, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem)Zuivelverordening 2001, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteemHet bestuur van het Productschap Zuivel;

Gelet op artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, artikel 5, eerste lid, van de Instellingsverordening Productschap Zuivel, alsmede op artikel 14, eerste lid, van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht;

Besluit:

Amersfoort19 september 2001G. van denBergvoorzitterF.Beekmansecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 10 januari 2002.

In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 1958, Terminologie, en de terminologie van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht en voorts verstaan onder:

Indien voor de bepaling van het gewicht van de geleverde hoeveelheid boerderijmelk, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht, gebruik wordt gemaakt van mobiele weegsystemen, wordt het bepaalde in deze verordening in acht genomen.

De ontvanger van boerderijmelk maakt gebruik van RMO's voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de hiernavolgende eisen.

De RMO’s zijn :

Het mobiel weegsysteem is voorzien van een typegoedkeuring.

De ontvanger van boerderijmelk beschikt over een kwaliteitssysteem waarmee hij aantoonbaar voldoet aan de bepalingen bij deze verordening. Dit kwaliteitssysteem is vastgelegd in een door de ontvanger van boerderijmelk opgesteld handboek.

Aan de erkenning van de keuringsinstelling wordt de voorwaarde verbonden dat deze instelling de in de artikelen 15 tot en met 19 omschreven bepalingen in acht neemt.

De keuringsinstelling toont ten genoegen van het bestuur, gehoord het COKZ, aan dat het beschikt over een terzake deskundige leiding, over een voor het te verrichten onderzoek voldoende outillage, alsmede over een gedocumenteerd en adequaat functionerend kwaliteitssysteem.

De keuringsinstelling verricht de keuringen overeenkomstig het bepaalde in deze verordening.

De resultaten van de keuringen worden vastgelegd op een voor het COKZ toegankelijke en overzichtelijke wijze. De resultaten worden gedurende ten minste vier jaar bewaard.

De keuringsinstelling verleent aan het COKZ alle medewerking en verstrekt alle gegevens welke het voor een goede controle noodzakelijk acht.

Voor het verzegelen of het aanbrengen van ijkmerken is de keuringsinstelling in het bezit van een door het NMI verleende ijkbevoegdheid; het door het NMI goed te keuren kwaliteitshandboek is hiervan een onderdeel.

De erkenning van de keuringsinstelling kan worden ingetrokken, indien niet aan de in de artikelen 15 tot en met 19 gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2001, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem.