Beleidsregel · BWBR0012908

Beleidsregels opgravingsbevoegdheid

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels opgravingsbevoegdheidBeleidsregels opgravingsbevoegdheidDe Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, dr F. van der Ploeg;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 39 van de Monumentenwet 1988;

De Raad voor Cultuur gehoord;

Besluit:

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,F. van derPloeg

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.archeologische dienst:

een onderdeel van het ambtelijk apparaat van een gemeente dat geheel of nagenoeg geheel is belast met werkzaamheden op het terrein van de archeologie;

b.minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

c.ROB:

de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek;

d.vergunning:

een vergunning als bedoeld in artikel 39 van de Monumentenwet 1988.

Onder het doen van opgravingen, bedoeld in artikel 39 van de Monumentenwet 1988, wordt mede begrepen het doen van boringen die worden uitgevoerd in het kader van een inventariserend veldonderzoek met het doel het opsporen of onderzoeken van monumenten.

De minister verleent een vergunning aan een gemeente, indien deze gemeente aan de volgende voorwaarden voldoet:

Aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een gemeente die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 3, onderscheidenlijk de artikelen 4 of 5, verleent de minister een vergunning voor een bepaalde opgraving, indien de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoet:

Aan een vergunning worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels opgravingsbevoegdheid.