Ministeriële regeling · BWBR0012994

Bordenregeling

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 12 november 2001 houdende regels inzake borden op landingsterreinen en op platformen van luchtvaartterreinenBordenregelingDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 132, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos.

Deze regeling is van toepassing op borden op landingsterreinen en platformen van luchtvaartterreinen.

Gebodsborden zijn steeds verlicht wanneer de baanlichten van de bijbehorende baan zijn ingeschakeld.

Indien plaatselijke omstandigheden een aanpassing van de plaatsing van de borden als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, artikel 16, derde lid, of artikel 17, tweede lid, nodig of wenselijk maken, kan door Onze Minister ontheffing worden verleend van het bij deze artikelen bepaalde. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Onze Minister kan de ontheffing wijzigen of intrekken.

De borden op het landingsterrein en de platformen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn geplaatst en niet voldoen aan het bij deze regeling bepaalde, worden voor 1 juli 2002 vervangen.

Een overtreding van de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, of 28, wordt aangemerkt als strafbaar feit.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Bordenregeling.

Figuur 1a locatie van borden bij aansluitingen van rijbanen op precisielandingsbanenFiguur 1b locatie borden bij aansluiting van rijbanen op startbanen, niet-instrumentbanen en niet-precisielandingsbanenFiguur 2 Gebodsborden (voorbeelden) Afhankelijk van de toepassing worden de volgende opschriften/symbolen gebruikt: Figuur 3 Informatieborden (voorbeelden) Figuur 4 locatiebord met richtingsbord Figuur 5 locatiebord gecombineerd met meerdere richtingsborden Figuur 6 locatie gebodsmarkering Figuur 7 Geslotenverklaringsmarkering

Opm. Indien een locatiebord wordt gecombineerd met een gebodsbord, wordt de hoogte van de karakters van het gebodsbord toegepast.

4. De vorm van karakters zoals letters, cijfers, pijlen en symbolen is zoals aangegeven in figuur 1. De breedte van de karakters en de spatiëring wordt bepaald volgens tabel 1.

6. De breedte van het leesvlak wordt vastgesteld volgens figuur 2. Echter in het geval dat een gebodsbord slechts aan één zijde van een rijbaan is geplaatst, is de breedte minimaal:

7. Randen

Figuur 1 Vorm van karakters BaanklaringsbordGeslotenverklaringsbordPunt, pijl en streep

Opm. 1. - De streepdikte van de pijl, diameter van de punt en zowel de breedte als de lengte van de streep zijn afgestemd op de streepdikte van de karakters.

Opm. 2 - De afmetingen van de pijl blijven gelijk voor een bepaalde bordafmeting, onafhankelijk van de richting van de pijl.

Instructies

1. Om de juiste spatiëring tussen letters en cijfers te bepalen: Bepaal met behulp van tabel a of b het codenummer. Kijk in tabel c bij dit codenummer onder de gewenste letter- of cijferhoogte.

2. De spatiëring tussen woorden, groepen van karakters welke een afkorting vormen of een symbool is gelijk aan 0,5 tot 0,75 maal de hoogte van de gebruikte karakters behalve wanneer een pijl bij een enkel karakter is geplaatst, zoals "A->". In dit geval kan de spatiëring worden gereduceerd tot een kwart van de hoogte van het karakter om een goede visuele balans te verkrijgen.

3. Gebruik code 1 wanneer een cijfer volgt op een letter en andersom.

4. Gebruik code 1 wanneer een koppelteken, punt of schuine streep volgt op een karakter of andersom.

Figuur 2 Breedte leesvlak

Baanaanduidingsbord met aanduiding van twee baaneindenBaanaanduidingsbord met aanduiding van één baaneinde.LocatiebordOverige gebodsborden en informatieborden
Figuur 1 Meetpunten ter berekening van de gemiddelde luminantie van een bord

1

De luminantie van het bord (sign luminance) is als volgt:

2

De verhouding in luminantie tussen rode en witte delen van een gebodsbord is minimaal 1:5 en maximaal 1:10.

3

De gemiddelde luminantie van het bord wordt berekend door de luminantiewaarden van diverse meetpunten bij elkaar op te tellen, waarna de uitkomst door het aantal meetpunten wordt gedeeld. De meetpunten worden gevonden met behulp van het raster zoals afgebeeld in figuur 1.

4

De verhouding tussen de luminantiewaarden van aanliggende meetpunten is maximaal 1,5:1. Voor die gebieden waar de afstand tussen twee meetpunten 7,5 cm bedraagt is de verhouding tussen de luminantiewaarden van aanliggende meetpunten is maximaal 1,25:1. De verhouding tussen maximum en minimum waarden over het hele vlak is maximaal 5:1.