U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-02-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 november 2001 tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringenBesluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 juli 2001, kenmerk AV/RV/2001/44102;

Gelet op de artikelen 13 en 14, tweede lid, van de Wet op de medische keuringen;

De Raad van State gehoord (advies van 26 juli 2001, nr. W12.01.0307/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst uitgebracht mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 november 2001, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/RV/2001/44102;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van de toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage23 november 2001BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. HoogervorstDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilersde dertiende december 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder:

Dit besluit is van toepassing op een keuring als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1° en 2°, van de wet.

De commissie stelt een regeling van werkzaamheden op, waarin in ieder geval wordt geregeld:

De leden, plaatsvervangende leden en de medewerkers van de commissie hebben een geheimhoudingsplicht van hetgeen hen uit hoofde van hun functie dan wel betrokkenheid bij de behandeling van klachten bekend is geworden.

Indien klager hetzij voorafgaand aan de indiening van een klacht bij de commissie, hetzij tijdens een bij de commissie lopende procedure, elders een procedure is gestart over het onderwerp van de klacht, dan informeert hij de commissie hierover. De commissie beoordeelt in hoeverre dit gevolgen moet hebben voor de verdere behandeling van een bij haar aanhangige klacht.

De commissie doet binnen een week na de ontvangst van de klacht dan wel, bij toepassing van artikel 11, binnen een week na ontvangst van de aanvullende informatie, mededeling van de inhoud van de klacht aan de verweerder, met het verzoek daarop binnen twee weken schriftelijk te reageren. De commissie kan zo nodig deze laatste termijn verlengen.

Onze Minister voegt aan de commissie voldoende, adequate secretariële ondersteuning toe.

Het beheer van de bescheiden betreffende werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de Archiefwet 1995.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen.