U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 29-12-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 november 2001, houdende regels tot vaststelling van een structuur voor de uitvoering van taken met betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie van de uitvoering van de taken van de overheid met betrekking tot de arbeidsvoorziening en de uitvoering van de werknemersverzekeringen te wijzigen, zulks mede ter bevordering van de inschakeling van werkzoekenden in het arbeidsproces, en daartoe – onder intrekking van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 – één nieuwe wet vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage29 november 2001BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W. A. F. G. VermeendDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorstde achttiende december 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De Centra voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de gemeenten bevorderen dat de werkzoekende en de uitkeringsgerechtigde een klantmanager als vast aanspreekpunt wordt toegewezen in hun relaties met de genoemde instanties.

Vervallen

De Centrale organisatie werk en inkomen heeft tot taak:

Bij de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 21 en 21a, waakt de Centrale organisatie werk en inkomen tegen discriminatie en stelt daartoe een non-discriminatiecode vast, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan discriminatie wegens ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid, leeftijd en handicap.

Bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 30, eerste lid, waakt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen discriminatie en stelt daartoe een non-discriminatiecode vast, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan discriminatie wegens ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid, leeftijd en handicap.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De Inspectie Werk en Inkomen is belast met:

De Inspectie Werk en Inkomen beoordeelt op verzoek van Onze Minister de mogelijkheden van het houden van toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften door de in artikel 37 genoemde bestuursorganen en rechtspersonen, alsmede beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften met betrekking tot andere taken, als bedoeld in artikel 37, onderdeel d.

Onze Minister kan regels stellen waarin besluiten van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank worden omschreven die overeenkomstig die regels, binnen de in die regels gestelde termijnen, ter kennis van de Inspectie Werk en Inkomen worden gebracht.

Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels worden gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden plaatsvindt aan de fondsen die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd.

De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank geeft, indien deze rechtspersoon het gegronde vermoeden heeft dat het uitbetaalde loon en de vakantiebijslag van een verzekerde minder bedragen dan waarop hij op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag als minimumloon aanspraak heeft, hiervan onverwijld schriftelijk kennis aan de verzekerde en aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn verplicht, indien zij bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgen van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van deze organen of een ander orgaan, voorzover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aard, definities, de structuur en de schrijfwijze van de gegevens welke uitgewisseld worden tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel burgemeester en wethouders van gemeenten enerzijds en een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert anderzijds.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toerekening van de kosten van de inrichting, de instandhouding en het gebruik van Suwinet aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en burgemeester en wethouders van gemeenten.

Bij ministeriële regeling kunnen de artikelen 62, tweede lid, 64 en 66 tot en met 69 van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de Sociale verzekeringsbank.

Alvorens regels worden gesteld op grond van de artikelen 63, derde lid, 64, tweede lid, 65, 66, eerste lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69 of 70 stelt Onze Minister de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en een door hem aangewezen rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt, in de gelegenheid hierover met hem overleg te voeren.

De Raad voor werk en inkomen, de Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank verstrekken op verzoek, kosteloos, aan Onze Minister alle gegevens en inlichtingen die voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk zijn. Zij verlenen hem op verzoek toegang tot en inzage in gegevens en bescheiden voorzover dat voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk is. Onze Minister bepaalt de termijn waarbinnen en de wijze waarop aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

De door de Centrale organisatie werk en inkomen geregistreerde gegevens zijn openbaar voorzover die van belang zijn voor de uitoefening van de in artikel 21, onderdeel b, genoemde taak, met dien verstande dat openbaarmaking van tot een individuele werkzoekende of een individuele werkgever, zijnde een natuurlijke persoon, herleidbare gegevens plaatsvindt met inachtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens.

De Centrale organisatie werk en inkomen, het Inlichtingenbureau, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank dragen op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van hun gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.

Indien een besluit goedkeuring behoeft op grond van deze wet of enige andere wet die wordt uitgevoerd door de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank kan de goedkeuring worden onthouden op de grond dat het besluit in strijd met het recht of met het algemeen belang is.

Tegen een besluit op grond van artikel 48, eerste, tweede en zesde lid, kan de Raad voor werk en inkomen, de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Bij een besluit op grond van artikel 33a is belanghebbende de persoon op wiens aanspraken het besluit betrekking heeft.

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift tegen een beschikking als bedoeld in artikel 33a.

Tot 1 januari 2012 is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van artikel 33a, eerste lid, bevoegd:

Artikel 30a is niet van toepassing met betrekking tot de uitkeringsgerechtigde wiens recht op uitkering op grond van de in dat artikel genoemde wetten voor de dag van inwerkingtreding van dat artikel is ontstaan.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.