Regeling · BWBR0013128

Besluit College van afgevaardigden

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 december 2001, houdende regels omtrent de samenstelling en inrichting van het College van afgevaardigden en de afvaardiging van de leden (Besluit College van afgevaardigden)Besluit College van afgevaardigdenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 6 november 2001, nr. 5130704/01/6;

Gelet op artikel 90, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 3 december 2001, nr. W03.01.0582/I);

Gelet op het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 6 december 2001, nr. 5138130/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage10 december 2001BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalsde twintigste december 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder:

Als lid van het College kunnen niet worden afgevaardigd rechterlijke ambtenaren die uitsluitend als rechter- of raadsheer-plaatsvervanger optreden.

Bij de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt het College administratief bijgestaan door het Bureau van de Raad voor de rechtspraak.

De leden van het College ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfskosten in het binnenland overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit College van afgevaardigden.