U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-03-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 december 2001 tot vaststelling van nevenzittingsplaatsen van de gerechtshoven en de rechtbanken en houdende regels voor de verdeling van zaken over de hoofdplaats en de nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen (Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen)Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 13 november 2001, nr. 5132150/01/6;

Gelet op de artikelen 41 en 59 van de Wet op de rechterlijke organisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 28 november 2001, nr. W03.01.0599/I);

Gelet op het nader rapport van de Minister van Justitie van 5 december 2001, nr. 5137099/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage10 december 2001BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalsde twintigste december 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder kantonzaken: zaken die ingevolge de wet door de kantonrechter worden behandeld.

De nevenzittingsplaatsen van de gerechtshoven zijn:

Voor de behandeling van strafzaken zijn de hoofdplaatsen van de andere ressorten nevenzittingsplaats van het gerechtshof te Amsterdam.

De gerechtshoven kunnen, voor zover het betreft de meervoudige kamers voor strafzaken, buiten de hoofdplaats van het ressort onderscheidenlijk buiten het ressort terechtzittingen houden in de nevenzittingsplaatsen Amsterdam en Rotterdam.

De nevenzittingsplaatsen van de rechtbanken zijn:

De rechtbank te 's-Gravenhage kan buiten de hoofdplaats van het arrondissement onderscheidenlijk buiten het arrondissement vreemdelingenzaken als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Vreemdelingenwet 2000 behandelen in de nevenvestigingsplaats Alphen aan den Rijn en in de nevenzittingsplaatsen Loenen en Tilburg.

Voor de behandeling van strafzaken zijn de hoofdplaatsen van de andere arrondissementen alsmede Lelystad nevenzittingsplaats van de rechtbank te Haarlem.

De rechtbanken kunnen, voor zover het betreft de meervoudige kamers voor strafzaken, buiten het arrondissement terechtzittingen houden in de nevenzittingsplaatsen Amsterdam en Rotterdam.

Kantonzaken die ingevolge artikel 7 in de na te noemen plaatsen worden behandeld, kunnen worden behandeld in de volgende nevenzittingsplaatsen:

Het Besluit nevenzittingsplaatsen wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen.

Deze bijlage bevat voor de behandeling van kantonzaken per rechtbank voor de hoofdplaats, de nevenvestigingsplaatsen en de nevenzittingsplaatsen waar kantonzaken worden behandeld, een gebiedsindeling. Voor de nevenzittingsplaatsen, die in artikel 8 voor de behandeling van kantonzaken worden aangewezen, geldt geen eigen gebiedsindeling. Deze plaatsen zijn omwille van de duidelijkheid in de gebiedsindeling onderstreept en tevens afzonderlijk vermeld. Nevenzittingsplaatsen waar geen kantonzaken kunnen worden behandeld, zijn niet afzonderlijk in de gebiedsindeling opgenomen.