Ministeriële regeling · BWBR0013171

Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK

Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZKMandaat- en volmachtbesluit directeuren BZKDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK en het Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 december 2001De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,Voor deze,De secretaris-generaal,J.W.Holtslag

In dit besluit wordt verstaan onder:

ministerie:

het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

bewindspersoon:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

vervallen;

stuk:

een stuk dat een besluit inhoudt of een ander stuk dat wordt toegerekend aan een bewindspersoon;

diensthoofd:

de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie.

Het mandaat en de volmacht van de directeur wordt uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die naar het oordeel van de directeur en te zijner verantwoording behoren tot zijn werkterrein overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK en die, onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK, het MV-besluit diensthoofden BZK onderscheidenlijk dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het diensthoofd die het aangaat.

Onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK, het MV-besluit diensthoofden BZK onderscheidenlijk dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van de directeur in ieder geval betrekking op:

De directeur Informatievoorziening is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van mantelovereenkomsten inzake departementale ICT-aangelegenheden.

De directeur Financieel-Economische Zaken is bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen in verband met de uitvoering van artikel 21 van de Compatibiliteitswet en het Besluit taak FEZ.

De directeur Personeel en Organisatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd:

De directeur Accountantsdienst is bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen in verband met de uitvoering van artikel 22 van de Compatibiliteitswet en het Besluit taak DAD.

De directeur Voorlichting en Communicatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van mantelovereenkomsten inzake publiekscampagnes en de inzet van media ten behoeve van departementale voorlichting en communicatie.

De directeur Facilitaire Zaken is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van (mantel)overeenkomsten inzake departementale inkoop, bewaking en beveiliging, bedrijfshulpverlening, schoonmaak, vervoer, groenvoorziening en catering, en met betrekking tot de in artikel 4:9, derde lid, van het Organisatiebesluit BZK genoemde taken van de Centrale Directeur Inkoop.

Het mandaat en de volmacht van de directeur is niet van toepassing:

Artikel 4:2, eerste en tweede lid, en artikel 4:3 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK, inzake aan de bewindspersonen voorbehouden aangelegenheden, zijn van toepassing.

Het mandaat en de volmacht van de directeur is niet van toepassing voor zover het diensthoofd die het aangaat dit met toepassing van artikel 7:1, tweede lid, van het MV-besluit diensthoofden BZK heeft bepaald.

Het buiteninvorderingstellen of kwijtschelden van een privaatrechtelijke vordering geschiedt met medeparaaf van of namens de directeur Financieel-Economische Zaken bij een bedrag van tenminste € 5.000,- en met inachtneming van de door de Minister van Financiën gestelde voorschriften.

Het aanstellen en tewerkstellen van een leidinggevende die onder de rechtstreekse leiding van een directeur valt, geschiedt in overeenstemming met het diensthoofd.

De directeur is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn volmacht, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan, aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op hun werkterrein overeenkomstig het desbetreffende organisatiebesluit.

Reeds op grond van het onderhavige besluit zijn, voor zover door de directeur met toepassing van artikel 7:1 niet anders is bepaald, de rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen bevoegd tot:

De directeur kan, voor zover niet anders is bepaald, bij toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7:1, tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van de volmacht aan een rechtstreeks onder de gemandateerde of gevolmachtigde ressorterende functionaris ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de functionaris overeenkomstig het desbetreffende organisatiebesluit.

De directeur is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in artikel 7:1 en artikel 7:3, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door de directeur onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van de departementale procedures en richtlijnen met betrekking tot onder meer:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon die het aangaat, de secretaris-generaal of het diensthoofd over de verlening van mandaat en volmacht.

Verlening en doorverlening van (onder)mandaat en volmacht op grond van of krachtens dit besluit wordt geregistreerd overeenkomstig de artikelen 8:1 en 8:2 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK (MV-besluit directeuren BZK).