Wijzigingen Officiële bron
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROMRegeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROMDe Inspecteur-Generaal VROM,

Overwegende dat het bij het Inspectoraat-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gewenst is dat de bevoegdheid van de inspecteur-generaal tot het verrichten van rechtshandelingen en andere handelingen namens het bestuursorgaan tevens mag worden uitgeoefend door een aantal andere functionarissen;

Gelet op het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM;

Gelet op artikel 8 van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002;

Besluit:

Den Haag14 december 2001De inspecteur-generaalVROM, G.J.R.Wolters

In deze Regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.inspecteur-generaal:

de inspecteur-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

b.VI:

de VROM Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

c.Organisatiebesluit:

het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM

d.Directie:

de (staf-)Directies van VI, zoals opgenomen in het Organisatiebesluit

e.Inspectie:

de Regio-inspecties van VI, zoals opgenomen in het Organisatiebesluit

f.functionaris:

iedere ambtenaar in dienst bij VI

g.directeur:

functionaris belast met de leiding over een Directie

h.inspecteur:

functionaris belast met de leiding over een Inspectie

i.mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of Staatssecretaris besluiten te nemen

j.volmacht:

de bevoegdheid om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten

k.machtiging:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Het nemen van besluiten op de navolgende terreinen blijft voorbehouden aan de inspecteur-generaal:

De plaatsvervangend inspecteur-generaal is bevoegd om de bevoegdheden krachtens mandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal, uit te oefenen.

Met inachtneming van artikel 10 zijn de directeuren en inspecteurs bevoegd de aan de inspecteur-generaal, krachtens artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002, verleende bevoegdheden inzake het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, andere handelingen en het afdoen van alle overige stukken, uit te oefenen, voor zover in deze Regeling niet anders is bepaald en voor zover de in het bestedingsplan van de betreffende Directie of Inspectie vastgestelde budgetten niet worden overschreden.

De directeuren en inspecteurs zijn bevoegd tot:

De directeuren, inspecteurs en hun plaatsvervangers zijn bevoegd de aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 3 eerste lid onder b van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002 verleende bevoegdheden inzake het beheer van hun Directie of Inspectie, met inachtneming van het gestelde in artikel 5 van deze regeling, uit te oefenen voorzover hier een budget voor beschikbaar is gesteld.

De directeur Bedrijfsvoering is bevoegd tot:

Een directeur of inspecteur kan functionarissen aanwijzen die bevoegd zijn tot het beheren van en doen van betalingen uit een kleine kas. De kleine kas dient ter vereffening van gemaakte kosten die niet door middel van een declaratie gepresenteerd kunnen worden, conform de regels van de Directie Financiële en Economische Zaken.

Jaarlijks worden de door een Directie of Inspectie te bereiken resultaten en de haar daarvoor ter beschikking staande personele en financiële middelen vastgelegd in een managementovereenkomst waaronder begrepen een directie-/inspectieplan dat bestaat uit een werkplan en een bestedingsplan.

De directeuren en inspecteurs en de in artikel 5 genoemde functionarissen nemen bij de uitoefening van de aan hen gemandateerde bevoegdheden de (boven)departementele regelgeving, alsmede de daarop gebaseerde aanwijzingen van de directeur Bedrijfsvoering VI, bedoeld in artikel 7, in acht.

Een ge(vol)machtigde is niet bevoegd een rechtshandeling te verrichten betrekking hebbend op hemzelf.