Ministeriële regeling · BWBR0013224

Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter

Wijzigingen Officiële bron
Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporterRegeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporterDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst

Gelet op artikel 6, achtste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage19 december 2001 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.F.Hoogervorst

Vergoedingen strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, voor het aan de artiest of beroepssporter toe te rekenen deel van hetgeen blijkens een kostenvergoedingsbeschikking als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, als een niet tot het gage behorende vergoeding wordt aangemerkt, indien wordt voldaan aan de voorwaarden bij en krachtens hoofdstuk VII van laatstgenoemde wet bepaald.

Vergoedingen aan artiesten uit amateurgezelschappen strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, indien het bedrag van de vergoeding niet meer bedraagt dan de bedragen, genoemd in artikel 1 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 augustus 1984, houdende regels met betrekking tot onkostenvergoeding voor vrijwilligers (Stcrt. 172).

Op de artiest en de beroepssporter zijn niet van toepassing:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter.